2 resultaten
1468 | Meeuwen
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 78v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
item Orsoy, procurator, scripsit in suo registro anni 1468 et reliquis. Mariken Schuerkens was 1 Wilh scilt; Eelken mit der stelten (? onleesbaar) 1 hoefstad 1 schilt; Dierixken Pomkens hoefstadt 2 Holl gld; Jan Rommen op 8 hont lants 1 croen. Thoen in t Broic die heyninge 6 morgen 6½ sc; Mallant Gherytsz 5 morgen, 10 jaar lang 11 scuta; Jacob van Wel 3 morgen 10 jaer 6 R gld; Lemken Claes op die Rode 3 morgen 6 R gld. Item noch op 4 morgen 4 Wilh schilt; Claes die Hoge op 3 morgen 2 Wilh. scilt; Adriaen Wal op 4 morgen in t Zuutbroec 4 scuta vry gelt. Gherit die timmerman ons hoefstat met 10 morgen in den alden dyc 10 jaar om 15 rider vri gelt van alle commer, facit 13 R gld. Item noch 4 hont gelegen over den dijc tegen die 10 morgen, 15 jaar lang, vrij van alle commer, om 3 scilt. Item Jan Buijst 16 hont en 3½ hont liggende achter zyn land in die slage, 6 jaar, om 15 scuta; Arent van Ghent 3 morgen 2 hont, 6 jaer, iste primus, die morgen 22 st, eodem mō sicut Jan Buyst
1414-03-31 |
R.A.H. Coll Aanw 96 fol 148-150v/Reg Tricushandt
Jaartallenindex
Elsebyn heeren Splintersdochter van Loenersloot, gehuwd met Willem van Yzendoorn heeft haar lenen, gehouden van heer Jan van Arkel, verbeurd. Uit deze gegevens blijkt ook dat Heer Willem van Yzendoorn de stad Woudrichem "wan ende destrueerde". Dit zijn de lenen die heer Splinter van Loenersloot en zijn ouders van de heer van Arkel hielden: I) ½ dorp van Spyck, dair die kircke in staet, mit den beleende mannen, ende mit syner vrye heerlychede hoegher ende leghe, ende mit der erffnis daerin hier na beschreven: 1) 3 campen achter Claes Zeghersz, 9 morgen 38 roeden, 2) den oesteren maberscamp, houdende 3 morgen 1 hont, 3) die leeg haer, houdende 4½ morgen, 4) die twee haren, halden 7 morgen, 5) die hoeg haer, halden 4½ morgen, 6) die 11 hont, 7) die 2 haegcampen, 5 morgen en 2 hont, 8) die twee troesten, 5 morgen 1 hont, 9) den Cruuscamp, hailden Leijs [ses ?] morgen, 10) den Crommencamp, hailden vyftenhalven morgen, 11) t Haeglandt, halden 1½ morgen, 12) die Hoefstadt, ± 3 morgen, 13) den Corenwert ende den Rijswert, 12 morgen, 14) de tiende van Spijck, die 4 overste bloet, die twee deyl, 15) die tiende half in den polre, 16) die tiende int alde land in Dalem, ⅓ deel, 17) die 4 bloet an Dalem, ist ¼ deel, 18) die tienden in den Beemt op Bloclant, 't ⅓ deel, 19) die tienden van Noerdeloes, t ¼ deel, 20) item van der vrier hoeven dat ⅓ deel. Doe mij die Hoegeboeren mijn lieve genedighe Heer van Holland dat voors. guet beleenden, dat was in den jaar ons Heeren 1413 op Palemavont