5 resultaten
1398-06-27 |
R.A.H. Coll Aanw 49 fol 38v/Reg Bloys fol 27
Jaartallenindex
item heeft mijn heer bi sijn brief gegeven in den Hage opten 27e dach in Junio 98 geconfirmeert alsulke gifte als grave Guy van Bloys bi sinen tiden gegeven hadde Jacob Allaert Eerensoon, sine messagier, van 16 Vrancr Vranken sjaers alle jare te bueren uter rentmeesterschap van Scoenhoven ende van der Goude tot St Petersdage ad Cathedram, na inhoude sgraven brief van Bloijs. Durende tot mijns heren wederseggen
1398-12-11 |
R.A.H. Coll Aanw 49 fol 56/Reg Bloys fol 42
Jaartallenindex
item heeft mijn heer bi sijn brief gegeven in den Hage s Woensdages na O.Vr dach Conceptio 98 geconfirmeert Godevaert Jansz alsulcke brieve ende gracie als grave Jan van Bloys him gegeven hadde van 5£ Holl slechts gelts tsjaers, te bueren uter rentmeesterscip van Scoenhoven ende van der Goude op St Jansdach te midsomer gelikerwijs grave Jans brief voirs. daerof inhoude dair mijns heeren confirmatie doirsteecken is duerende Godevaerts voirs. leven lang
1417-08-14 |
G.A. Amsterdam Inv Arch Gasthuizen Amsterdam regest 191/Arch Oude Nonnen Amsterdam
Jaartallenindex
Jan Eggairt heer tho Purmerend, scheldt, om reden dat zijn vader, wijlneer Willem Eggiart heer tho Purmerent, wegens een schifting en scheiding tusschen hem en Jans zuster, joncfrou Ymme Eggen, die God sij genadich, jaarlijks schuldig was en placht te geven aan het O. Nonnenconvent te Aemstelredamme 100 nije gld van 13½ Holl leeuwen het stuk, deze 100 nije gulden aan genoemd convent kwijt als jaarlijksche renten, tot ewelike pacht op het vrije land, dat Willem heeft bedijkt, ende dat ligt in de heerlijkheid des joncheren van Gaesbeke in het land van Putte in Westenrijck, toebehoorende het gasthuis in Purmerende, na inhoude der fundatien desselven gasthuus en dat nu jaarlijks 110½ Eng nobelen aan renten geeft (vgl 1415-09-08, 1418-04-19, 1419-11-10, Ter Gouw II 120)
zegel van Jan Eggairt: 3 weerhaken (2,1)
1597-07-31
R.A.H. O.R.A. 1063 fol 124v no 112
Transportregister Bloemendaal
schout en schepenen in Overveen oorkonden dat Dirck van Nuijssenburch erkende volgens het testament van wijlen zijn huysvrouwe Haesse van Groeneven gehouden te stellen behoorlicke verseeckeringe dat ten sijnen overlyden aen de naeste bloede ende gerechte erfgenamen van denselven synen huysvrouwe, beneffens die huysinge van hare zal. ouders gecomen, bij hem comparants erfgenamen vuytgekeert sullen werden de somme van 2000 Kar gld. Omme 't welke te voldoen hij comparant tot verseekeringe van dien specialyk daarvoor verbonden en ten onderpand gesteld heeft etc. sijn hofstede en landen metten geboomten in de ban van Overveen en verder al zijn andere goederen. In margine: op huyden soo is mij secretaris van Tetrode hieronder geschreven gebleken als dat den inhoude van dese verseekeringe aan de erfgenamen van Haesse van Groeneven is voldaen en betaelt bij de erfgenamen van Loouwerijs Jansz Spiegel, den 25e Junius 1626, mij present: secretaris D. Keyser
Balthasar Cornelisz, schout, Willem Jacopsz en Thoenis Jansz, schepenen
1468-03-09 (1467) |
R.A.H. Coll Aanw 238 fol 350/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
de baljuw van Middelburch proponeert bij monde van zijn procureur hoe dat hier voortijts heer Phillips van Borssele here van Cortgene gaf tot enen wijve Heynric Jansz, jouffr. Katrijne zijn natuyrlicke suster, bastaaerddochter van here Claes van Cortgene, dair mede hij den voors. Heynric Jansz in hilicke gaff zekere goeden, dair tegens dat heer Jan Gillisz, deken van St Pieters tot Middelburch, Heynric zyn zoon voorn. gaf die somme van 3£ gr, die hij beloofde te beleggen an erven ende goeden bij goetduncken van heren Phillips voorn, ende daertoe zo gaf hij den voorn. Heynric zyn zoon zekere huysinge staende binnen der stede van Middelburch. Des is gebuert dat Heynric Jansz ende Jouffr. Katrijn voors. vergadert wesende in hylycke vercregen hebben een wittachtige zoon genoemd Claes Heynricsz die onlancx aflyvich geworden is zonder oir achter te laten. Mits der doot van denwelcken Claes voorn. een genoemd jouffr. Belye Heynric Jansz zuster voirs, natuerlycke dochter van here Jan Gillisz voorn. is in den sterfhuize gecomen van Claes Heynricsz, en oic die erfg. van here Jan Gillisz voorn. ter andere zyde, na inhoude van die huwelijkse voorwaarde. Doch ook de weduwe van Claes Heynricsz maakt aanspraak op diens erfenis. Schepenen van Middelburch oordeelden dat de erfenis gedeeld moest worden tussen de weduwe en de erfgenamen van Claes Heynricsz. Jouffr Belye en de erfg. van here Jan Gillisz kwamen hiertegen in verzet bij het Hof van Holland. De huw. voorw. hielden volgens hen in dat na de dood van Heynric Jansz zijn weduwe jouffr. Katrijne niets zou ontvangen, maar alleen het kind zou erven. Stierf dit kind zonder oir dan zou het huis komen op de andere kinderen van Heynric Jansz. Waren deze alle sonder oir gestorven dan zou de helft van het huis komen op jouffr. Kathrijn indien zij dat beliefde. Beliefde zij dat niet dan zou het huis komen op heren Jan Gillisz oudste kind dat hij hebben zou bij Margriete Heynric Janszoons moeder. Volgens hun eisch behoort het huis dus nu te komen op jouffr. Belije ende erfg. van here Jan Gillisz