3 resultaten
1485-10-20 | Heemstede
R.A.H. Coll Aanw no 652
Jaartallenindex
Dirck Jan Heynricsz, schout van Heemstede en volgers oorkonden dat Dirck Symonsz en Willem Pietersz Velserman als getuigen door hen gedachvaard, onder eede attesteren dat Gheryt van Aemstel tot hem seyde dat Gheryt van Berckenrode ontfangen soude 1 £ gr sjaars uit die Vlonder, ende dat ic Dirck Symonsz voir dan die 4 Beyers gld die ic jaarlycs schuldich ben, gheven soude Gheryt van Berkenrode ende tot mij Willem Pietersz Velserman dat ic voirt dan gheven soude 4½ Beyers gld sjaars die ic oick sculdich ben Gheryt van Berckenrode, ende seyde Gheryt van Aemstel tot ons beiden: ick ben daermede tevreden. Voorts segt Claes Gherytsz bi sinen eede dat Gheryt van Aemstel voor dat 1£ groot ontfangen van Dirck Symonsz vier Beyers gld en van Willem Pietersz 4½ Beyers gld die sij jaerlicx schuldig waren, ende seyde Gheryt van Aemstel dat hij daermede tevreden was
volgers: Claes Symonsz, Allaert Claesz, Willem Claesz, Claes Florysz, Bertelmeus Florysz, Jacob Jansz en Aelbrecht Jansz; bezegeld door de schout
1426-07-28 |
Van Mieris IV p 846/Commissiones B.R. Bourgonje 1425-1427/Cas N fol 52
Haarlem Algemeen
hertog Philips geeft om gunst en liefde die wij dragen tot onsen geminde in Gode broeder Floris van der Heerde, prior van het convent van de Predikheren binnen Haarlem, mits sonderlinge diensten die zijn ouderen zal. onsen voirzaten gedaen hebben, ende hi gutelic bewijst heeft aen onsen ridderen, knapen ende goeden luden van wapenen, die van onser nichte van Brabant ende van den Kermeren nu lest binnen Haerlem belegen waren, ende oic om bede van sommigen onsen heymeliken Raden denselven broeder Florys voorn. gegeven hebben ende geven mit desen brieve op dat hi de meer schulde hebbe voor ons te bidden, 10 Vrancr cronen jaerlixe renten te hulpe tot sijnre noturft ende cledinge, die hi jaarlycs heffen en beuren sal op St Bertelmeus dach ut onser tollen van Sparendam. Hij beveelt aan de tolnaer van Sparendam om dit bedrag jaarlijks te betalen etc, durende also lange als wij t regiment der lande van Hollant ende Zeelant in onsen handen hebben sullen. Gegeven tot Haarlem
1551-10-23 (4) |
Ms Opstraeten v.d. Molen III fol 603-616
Jaartallenindex
vervolg: alle deze goederen te komen op jhr Otto indien deze heer Gerrit overleeft, heer Gerrit ontving octrooi tot deze beschikking op 1544-03-26 (1543). Als borg voor de nakoming stelt heer Gerrit de somma van 140 000 Kar gld. Hij geeft met onmiddellijke ingang aan jhr Otto een jaarlijkse erfrente van 700 Kar gld op zijn voors. goederen. Heer Floris geeft zijn zoon jhr Otto een rente van 250 Kar gld sjaars, waarvoor hij hem met zijn toecomende huysvrouwe en haer familie in coste onderhouden sall soo lange sij bij hem begeeren te blijven. Willen zij elders gaan wonen dat zal hij de 250 gld jaarlijks uitkeren. Jhr Otto brengt zelf nog in een lijfrente verzekerd op de heerlijkheden en goederen van Noordeloos en Nieuwkoop, van 125 Kar gld sjaars. Jvr Johanna van Cruijningen brengt in de goederen haar nagelaten door wijlen haar vader heer Joost here van Cruyningen, en van haar moeder jvr Catharina van Wassenaer, als oock bij assignatie haer gedaen bij hare broeder jhr Johan here van Cruyningen, van alsulcke erffenisse ende besterfenisse als op haer gecomen mach wesen van wijlen jhr Joost here van Cruyningen ende van Heenvliet, oock haar broeder: 1) 54½ gemeten lands in den lande van Voorne in Nieuwe Hellevoet, geldende jaarlycs vrijs gelts 112 Kar gld; 2) 41 gemeten en een lyne vroonlants gelegen in Heenvliet ende die Haije, mitsgaders een stuck dyckx ende twee cleyne aenwassen, geldende jaerlix 113 Kar gld 14½ st; 3) een erfrente van 7 Kar gld 4st op die domeinen van Voorne, haar uitbetaald door de rentmeester; 4) een losrente, losbaar den penning 14 op die prochie van Heenvliet, 12 Kar gld; 5) aen losrenten, sprekende op den huyse ende goeden van Wassenaer, losbaar den penning 16, 500 Kar gld sjaers. Uit alle welcke goeden jaerlicx gaen erflyken .... Kar gld 4st, ende noch 12 Kar gld die mr Engel Willems daaruit heeft. Uit de goederen van Gerrit zal Otto na de aanvaarding ervan nog een lijftocht van 200 Kar gld mogen maken. Haar lijftocht wordt bepaald op 800 Kar gld. Met tal van bepalingen over de vererving. Bevestigd door de naeste vrienden en mage. Maximiliaen van Bourgondië heer van Beveren, Vere, Vlissingen, Domburg, Brouwershaven, Duiveland, Tournegem, Ridder v.h. Gulden Vlies, Admirael van der zee, stadhouder Generael van Holland, Zeeland, Utrecht, Vriesland. Griffier: 1551-10-30, 1622-09-09 gecoll. met het origineel, bij mij in de Doelstrate van den Haghe, W.J. de Witte, notarius publ.