kerkbuurt
12 resultaten
1566-12-21 | Aalsmeer
R.A.H. Coll Aanw no 320
Jaartallenindex
Cornelis Cornelisz, schout van Aelsmer, oorkondt dat Queryn Willemsz opdraagt aan Pouwels Claesz de eigendom van een weer land liggende bij de Kerckbuert in Aelsmer, streckende van de dyck tot die meer toe, west: Jan Dircsz, oost: Marritgen Pouwelsdochter en Cors Gysbertsz, gecoft in t ongelt mit 3 morgen en een scaer
bezegeld door de schout: 1 en 3 een vis ?, 2 en 4: een lelie
1460-06-10 | Uitgeest
G.A. Haarlem N 184 fol 47/Cartul Leprooshuis Haarlem
Jaartallenindex
Claes Gherytsz, scout in Utgeest, oorkondt dat Claes Jansz van Toeloijsen geliede dat hij vercoft heeft aan Arent Willemsz 2 Wilh sc sjaars op zijn huis, erf en croft daer hij nu ter tijt in gheseten ende op woenachtich is, gelegen binnen den banne van Utgheest voirs, ende belent hebben noord: Dirrick Lambertsz met die nieuwe wech, zuid: Pieter Jansz met Heyn Aelbertsz, streckende westwaert an Jan Willem Lourysz Ven ende oestwaert an die kerckbuert etc
1596-01-05 (1597~) | Sparenwoude
R.A.H. Recht Arch 1948/Transportregister Sparenwoude
Jaartallenindex
schout en schepenen van Sparenwoude oorkonden dat Paulus Claesz anders genaemt Welboren Braer, poorter van Haarlem, erkende verkocht te hebben aan Lubbert Claesz, eveneens poorter te Haarlem, 3 percelen land, zo hooi- als weiland, gelegen in de ban van Sparwoude, genaemt "de Boegaerde", daer jegenwoordich noch twee werven in zijn, groot wesende tesamen 6 maden 8 roeden, gelegen in de Kerckbuert, belend zuidoost: Lubbert Claesz, noordoost: Marten Claesz, zuidwest: Hendrick Jonckernout, streckende voor totten Hoogendijck [de akte volgt na een akte van 1597-04-12]
1566-02-12 | Aalsmeer
R.A.H. Coll Aanw no 319
Jaartallenindex
Cornelis Cornelisz, schout van Aelsmer, oorkondt dat Maritgen Fransdochter met haar gerechte voogd Gerrit Fansz en Dirck Gerritsz, opdroegen aan Riidt [te lezen: Rudt ?] Barentsz, smidt, een huis en werf in de Kerckbuert van Aelsmeer, streckende van de dyck tot Adriaen Denysz worf toe, oost: Cornelis Cornelisz scout, te weten van die hoock van de scout sijn camer nae die pael, die daer is staende naest scout's afterhuys en de voors. scout zyn schuer, west: Adriaen Denysz, belast met 5st per jaar die St Pietersoutaer daer op heeft; 1569-10-18: dese 5st is afgelost by Dirck Gherritsz en Marten Arentsz als ...... meester van St Pieters en Pouwels autour tot Aelsmeer
schepenen: Harmen Gyssen, Pieter Symonsz
1583-05-04 | Velsen
R.A.H. O.R.A. Coll Aanw no 1041
Jaartallenindex
schout en schepenen in de ban van Velsen oorkonden dat Anna Cornelisdochter, weduwe Frans Ysbrantsz te Velsen, met haar oudste zoon Cornelis Cornelisz als voogd, erkende schuldig te zijn aan Adriaen van Berckenroede Heyndricsz, jegenwoordig burgemeester der stede Haerlem, een losrente van 21 Brabantse stuvers en een oortgen per jaar. Losbaar met 17 Kar gld. Tot onderpand stelt zij het huys metten erve daar zij nu ter tyt in woont, in de ban van Velsen in de Kerckbuert, belend oost: die Herewech, zuid: t erf gecomen van Jan Gerritsz Rycken met Claes van Heusden Jhorisz, schouten erve, west: t gemeene Coepadt, noord: een gemeene buerwech
Claes van Heusden Jhoerisz, schoudt, Hendrick Engelsz ende Symon Claesz, schepenen
1604-06-22 |
G.A. Haarlem Recht Arch Inv no 82/I fol 35
Haarlem Algemeen
Jacob Cornelisz Boot als man en voocht van Been Jansdochter eermaals weduwe van Jan Gangeusz [Gangensz ?] alias Jan Gerritsz van Aelsmeer, transporteert aan Has Jacobsz, brouwer in den Claverbladt, een losrente brief van 12 gld sjaars, losbaar met 200 gld, sprekende ten laste van Jan Dircsz in de Kerckbuert t' Aelsmeer tbv Harman Jansz tot Amsterveen verleden, voor schout en schepenen van Aelsmeer, op 1568-06-23. Jacob Cornelisz Boot transporteert aan Has Jacobsz, brouwer, een huijscustingbrief die hij sprekende heeft ten laste van Erasmus Jansz, daaraan nog resteert 198 gld, daarvan 89 gld alreeds verschenen is naar inhoud van de custingbrief voor schout en schepenen van Aalsmeer op 1601-04-15 gepasseerd
1594 (VI) | Koedijk
R.A.H. O.R.A. 6218 fol 73, 74
Jaartallenindex
(zonder datum) Reyer Hansis als voocht van de weduwe van jonge Jan Claes Roosijs ende Cornelis Claesz, vendrich, als voogd van de weeskinderen van wijlen jonge Jan, vercopen aan Pieter Aerjansz, onse buijrman, een huys en erve staende tot Coedyck, op de Kerckbuert, belend zuid: Anna Jansdochter, weduwe van Claes Roosys, noord: Pieter Bartholomeusz. Onderpand: een stuk weiland, groot 7 geersen boven onsen banne, oost: de somersloot, noord: de Cortsloot, zuid: Modder; - Pieter Pietersz heeft vercoft an Maerten Diricsz Proeijen een acker saetland, gelegen op de Huijsweerdergeest bij den snees [?] 10 snees in t gaers, t snees voor 31 gld 15st, belend zuid: Pieter Michgels erven, noord: Jan Maertensz, poorter te Alkmaer. Onderpand: een acker saetland in onsen banne, groot 7 snees, noord: de meer, zuidoost: de kerk van Coedijck, noordwest: een stuck vercoft vroonland
1596 (I) | Koedijk
R.A.H. O.R.A. 6218 fol 87
Jaartallenindex
Maerten Yffsz heeft vercoft aan Olbrant Claesz, bouw [?] knecht 6 sneesen lands van een stucke weytlants, genaamd "Cleyenburch" bij Maerten Symonsz gecocht in den jare 1594 van des grafelijkheids vroonlanden, gelegen besuyden en omtrent Olbrant Claesz moers. Ende alsoe Marten Yfsz dese voors. omtrent 6 snees vercocht heeft uit het voors. land ende die pacht op het ander deel van het land houdt, soe belooft Marten Yfsz de 6 snees te vrijen en ontlasten van de jaarlijkse pacht die van het geheel aan het comptoir van de rentmeester van de Vroonlanden betaald moet worden, buyten losten van Olbrant Claesz syn moeder hare erven. Tot onderpand stelt Maert Yffsz zijn huis en erve binnen onsen banne in de Kerckbuert, zuid: Gerrit Jansz Lantheer, noord: Pieter Jacobsz huis en erve
1544-05-25 (5) |
G.A.Haarlem Inv I no 1872 en 1873 Lade X/Arch St Jan Haarlem
Jaartallenindex
(vervolg) V) percelen gelegen tot Assendelf: 1) 2 maden hoylants ende ½ mad gelegen op te grote Kage gemeen in een camp lants groot ± 20 maden, belend noordoost: Claes Geryt Nielsz.z, zuidoost: Jan Duvensz, zuidwest: die meer, afspoelende t voors. landt, bruijct Rodolph Heynricsz om 9 R gld; 2) een mad lants gelegen bij de Cleijsloot, belend zuidwest: Frederic Dircsz en Jan Martensz, an die andere sijde: Teet Roelen weduwe ende die Noeterdijck, bruyct Margriet Claes Dueren weduwe jaerlix om 26st; VI) 1) 15 Joh. braspenning pacht sjaers op een kampland van 4 koeven gelegen in den ban van Limmen, belend zuid: die papelike prove van Limmen, oost: Maerten Reijersz, die hoge ven mittet westeynt, streckende aen den Zomerdijck, betaelt Cornelis Claesz. Tot Castricum VII): 1) 3st 2d sjaers pacht op een erf daer Gerrit Claesz huys op staet in de Kerckbuert opten hoeck aen de Coningswech, betaelt Gerijt voirs. De oorkonders verzoek den bisschop van Utrecht deze stukken land en pachten te mogen verkoopen en te transporteeren van wege genoemde memorie
door den pastor en gemeene memoristen onderteekend en om meerdere zekerheid bezegeld door heer Henrick van Zwol, commandeur van St Jan te Haarlem (zegel: een kruis)
1591-01-10 | Koedijk
R.A.H. O.R.A. 6218 fol 59
Jaartallenindex
Jan Pietersz alias Jan Moeijtemis, nu ter tyt woonachtich op Langedyck, scheldt quyt aan Cornelis Hilbrantsz alias Schout, van de Pomp, een acker saetlants, gelegen in de ban van Outcarspel, groot 9 ½ snees, noord: de Heyiyt holle, zuid: Jacob Bos. En dit met de last van een constitutiebrief van 50 gld hooftgelt toecomende Aeriaen Maertsz Coetenburch, Raed nu ter tijt van Alkmaar. Borch: Yf Jan Gielisz, van Coedijck, die tot onderpand stelt het huis en erve daar hij nu ter tijt in woont, op t noortendt van Coedyck, zuid: Jacob Jan Sijmonsz, noord: Hendrick Pietersz. Cornelis Hilbrantsz belooft Jan Pietersz en Yf Jansz te bevrijden en ontlasten van alle lasten die hij ter cause van de 50 gld hiernamaels noch soude mogen crijgen, geen goeden uitgesondert. Griete Claesdochter, weduwe Pieter Claesz Soetmont, scheldt quyt haer huijsien die hij staende heeft gehadt tot Coedyck op die Kerckbuert, zuid: Mies Hendricsz, noord: de weduwe jonge Jan Claesz, en dit tbv Anna Jansdochter, weduwe Claes Hendriksz Roosus. Borch: Pieter Claes Bouwensz
Jan Gerritsz, schout, Pieter Dircsz en Claes Jacobsz, schepenen