13 resultaten

1415-11-06 |

Grafelijk Commissieboek II p 36
Jaartallenindex

beveling van het schoutambacht van Langedijck op Dirc Heynricsz

Langedijk | 1625

Arch. Gecommiteerde Raden van het Noorderquartier Inv 51
Achternamenindex

200e penning kantoor Medemblik: Jan Symonsz Langedijck, hoofdsom fl 210; losrente fl 8-8, afgelost 1764-12-20

Tyman Reyersz | 1600-01-22

O.R.A. Alkmaar rol 894
Voornamenindex

Thymon Reijersz, Waert op Langedijck in Broeck, bezat clandestien bier; 1600-08-05: gecondemneerd

1443-11-01 |

R.A.H. Coll Aanw 465 fol 90v/Leenregister Brederode fol 47
Jaartallenindex

Reynalt heer tot Brederode beleent Freric Jansz met een hofstede mit een huijs daerop staende ende belent heeft noord: Abbaris. Ende noch een geerse lants, ende belent heeft noord: Jan Aelbertsz. Zooals hem dit aanbestorven is bij dode van zijn vader Jan Meijnnen, te verheergewaden met een goede heect . In margine: Langedijck

1491-10-09 |

R.A.H. Coll Aanw 516 B fol 233v/Leenregister Egmond A (los ingestoken papier)
Jaartallenindex

Pieter Aelbertsz van den Langedijck 21 sneesen land gelegen op Doedingenveen in de ban van Outkarspel, belend zuid: Heijn Basten, noord: Jan Oijts, ende plach te houden Sacke Kedelten ten regten lene ende is te Hove besturven bij synre dood. Welck land verlyt is Pieter voors. tot een onversterfelijk leen, te verheergewaden met een goede hand snoek. Nota: dit is onversogt

mannen: Willem van Cranenbroec, Gerrit van Beerkem

1433-08-17 |

R.A.H. Coll Aanw 465 fol 93v, 86/Leenregister Brederode fol 48v, 45
Jaartallenindex

Reynalt heer tot Brederode beleent Ywen Matthijsz een huys mit eenre hofstadt ende mit eenen stuck landts, ende is geheten die Campen ende hout 30 snesen lants, welc huys mitter hofstadt belent heeft an die noordzijde: Ywen Reynersz, zuid: Peter Taemsz. Ende die 30 snesen lants voirs heeft belent noord: Dirck Matthijs kijnder, zuid: Reyner grote Ywensz. Tot een onversterfelijk erfleen; (fol 86) in margine: Langedijck

1417-09-04 |

R.A.H. 84 fol 16v/Grafelijk Commissieboek fol 13v
Jaartallenindex

so wort bi den tresorier ende den Rade dien schepenen van Langedijck dach gegeven drie weecken lanck na den datum voirs. om weder thuijs te trecken en hun te beraden of sijs bliven willen an den Tresorier ende Rade voirs. van hoeren bruecken die sij gedaen hebben van dat sij tgegens den heemraet aldair gewijst hebben etc, en hier en binnen sullen sij hore meyninge laten weten

Horst, van der | 1535-09-09

R.A.H. Coll Aanw 517 fol 59/Leenregister Egmond D
Achternamenindex

Hillegont van der Horst, poorteresse van Amsterdam, droeg op de helft van een stuk land geheten Sasscheroort gelegen in de ban van Langedijck van Outkarspel, houdende 9 deymden (de andere helft behoort toe aan Aebregt Gerritsz) tbv haar zoon Reijer Lambrechtsz, die vervolgens beleend wordt; in margine: 1578-09-12 heeft Lambrecht Reijersz als gemachtigde van zijn vader mr Reijer Lambrechtsz de eed vernieuwd

getuigen: mr Jacob die Jonge, Pieter Bol, Jan Henricsz, leenman van Holland

Oudkarspel

1455-02-14 |

Cartul St Jan Haarlem no 1150, 1170
Jaartallenindex

Jan Vredricsz, scout van Langedijck, oorkondt dat Pieter Meijertsz erkende verkocht te hebben aan Rypprant Jansz een weyde landts op tie Langedyck gelegen in den banne van Broeck, geheten Nanne mittie Helstens weyd, ende is groot ± 5 geersen, dair nu ter tijt naiste lenden of zijn Pieter Gerytsz an die N.z, Pieter Boudijn Claesz an die Z.W horn (andere akte: N.W horn), die graeflicheyt van Hollant andie Z.z. ende Yeve Vroutgins kinderan die O.z. Ripprant Jansz verklaart vervolgens dat hij deze 5 geersen wederom aan Pieter Meyertsz verhuurd heeft tot een ewige pacht jaerlyks om 1 gouden Rijder (2x dezelfde akte)

1635-04-29

R.A.H. O.R.A. 2101 fol 192
Transportregister Egmond

Cornelis Cornelisz Limmen verkoopt Ieffve[ien] Cornelis, poorters [poorteres] tot Alkmaar, weduwe van Gerrit Dirksz Langedijck, een vrije jaarlijkse losrente van 18 gld 15st, losbaar met 300 gld capitaal, onder verband van een huys en aangelegen crofte lants gelegen te Reynegom, groot 700 roeden, west en zuid: de gemene wech, oost: Cornelis Gerritsz Lauwen, noord: de weduwe van Pieter Gerritsz Lauwen

Pieter Adriaensz Heyligedach, schout, Folkert Janse en Pieter Cornelisz Moij, schepenen van Egmond