Bedoelde u soms?
lagher | landes | lange | langel | langen | langes | langhe | langhel | langhen | langher | longnes

16 resultaten

1430-07-18 |

R.A.H. 97 fol 61/Lenen Margaretha van Bourgondië fol 32v
Jaartallenindex

Margaretha van Bourgondië beleent, om alrehande dienste, Jan van der Boechorst "met de hooge en lage heerlijkheid, streckende van dat eynde van Noirtigerhout dair Heynrick Baue nu ter tijt in woent noertwestwairt, also breet als die Bronsgeest is tot Suytbroeck toe streckende ter Zwet toe, langhes die Zwet, ende bij den Maessloot heen vierkant, ende langhes der Hooftwateringhe bij Bornevoerde after Florys Ghijsen hofstede dair hij nu in woent met dier hofstede soo vierkant". Tot een onversterfelijk leen, behoudende de grafelijkheid sulke renten en jaarbeden als zij tot nu toe gehad hebben. Na zijn dood te komen op zijn oudste zoon of dochter gewonnen bij Lysbeth van Alcmade, sijnen wijve etc. Te verheergewaden met een stoop wijns

1492-09-11 |

R.A.H. Coll Aanw 110 Caput Vriesland fol 1v
Jaartallenindex

koning Max. en Philips beleenen Heinrick Jacob Tymanszoon met ½ huys met ½ van 7 geersen landts daer t huys op staet, gheleghen in den ban van Oude Nydorp, streckende bij der Zytwinde langhes, hem aenbestorven van Jacob Tymansz, sijn broeders zoone. Tot een recht erfleen, te verheergewaden met een rode sperwer of 5 schell daervoor

getuigen: Claes Gerytsz van Poelenburch, Jacob Clamp, Dirk van Boneem

1410-01-08 | Mathenesse, oud

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 75/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

ick Adriaen van Mattenesse doe cond dat ick den Zartoysen by St Gheerdenberg vercoft hebben 2 ½ morgen lands die heer Philips van der Spaenghen, myn zweeder, mij te hijlick gegeven heeft, die gelegen zijn in den ambacht van Oude Mattenesse en strecken van den Groenenweghe tot Jacob Henricsz werve toe, langhes den wege van Mattenes. Bezegeld met myn zegel anno 1410 des Dinxdages na Dertiendach

Gouter/Gunter | 1339-10-21

Van Mieris II p 623
Achternamenindex

graaf Willem verpacht aan die van Eemnes een stuk veen "in langhes Emenisse over die Ree te Goylant waert", elke man in Emenisse wonende of er geerfd is, krijgt een gedeelte; ook Clays Nanninxz krijgt een deel, terwijl hij zijn land aan Ghysbrecht Gouter [Gunter?] verkocht heeft. De tijns zal 1 groten Coninx Tornoys per morgen per jaar bedragen

Nanninc | 1339-10-21

Van Mieris II p 623
Achternamenindex

graaf Willem verpacht aan die van Eemnes een stuk veen "in langhes Emenisse over die Ree te Goylant waert", elke man in Emenisse wonende of er geerfd is, krijgt een gedeelte; ook Clays Nanninxz krijgt een deel, terwijl hij zijn land aan Ghysbrecht Gouter [Gunter?] verkocht heeft. De tijns zal 1 groten Coninx Tornoys per morgen per jaar bedragen

1408-03-25 (1407) |

R.A.H. Coll Aanw 96 fol 97v/Reg Tricushandt Caput Kennemerland no 102
Jaartallenindex

Jong Henrick Jongenzoon zuster (in margine: Lysbeth) ontfaen een half huys ende die helfte van seven gherse landts dairt voirschreve huys op staet, gheleghen in den banne van Oudenredorp streckende bij der Zijdwinde langhes aen Haringhuse banne, van der Zydwinde in te meten, ten erflien, ende des sijn brieven anno 1407, 25 die Mertii. Jong Henrick praescriptus mortuus est, et sua soror Elisabeth dicta bona relevavit, ut patet in registro 14 Juli anno 1411 (1411-07-14)

1410-11-06 | Mathenesse, oud

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 75v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

ick Dirck Jansz, scout in den ambacht van Mattenessse, oorkond dat voor my en voor Jan die Witte, Jan Artsz en Jan Jansz als buerlude in den ambacht voirs, Adriaen van Mattenes opgaf den Sartroysen te St Geerdenberg, een vryen eigendom van 2 ½ morgen lants die heren Philips van der Spaenghe hem ten huwelijk gegeven had, gelegen in Oude Mattenesse, streckende van den Gronenwege tot Jacob Henricsz werve to langhes den weghe van Mattenesse. Bezegeld door Dirck Jansz, schout voorn. Anno 1410 op St Wilboertsavond

1410-09-04 |

Bijdr Bisdom Haarlem dl 16/Arch Zijlklooster Haarlem
Jaartallenindex

Hillegont Gheryt Willemsz weduwe en jvr Lysebeth weduwe Aernt Willems oorkonden dat zij gezamender hant verkocht hebben aan Jan Heerman ¼ deel van 16 morgen lands gelegen in het ambacht van Ryswijc op Ockenberge, ghemeen mitten besloten zusteren van den Zijl te Haerlem, die daer die helft in hebben, mit Pouwels Aerntsz ende Cuenegont, synre zuster, die daer ¼ deel in hebben, ende nu in huerwaer hebben dat noirtende van desen lande voirs. Coenraet Jan Burchszoen ende Jan Beijn, ende dat zuutende Herper Symonsz. Welc lant beleghen hebben an die Westzijde al langhes heren Jan van Hodenpijl ende an die Oostzijde Buekel Jans Blotenzoen, ende die costerij van den cloester t'Egmonde, streckende mitten noirtende an den Vlietwech, ende mitten zuutende an die Kerstaenge, daer Dirc Jan Ailbrechtsz en Alijd Pieter Pietersz weduwij hebben 2 morgen lants in den camp die an die Kerstange gelegen is. Item so hebben wij Jan Heerman noch vercoft ¼ deel van 8 morgen lands gelegen in denselven ambacht op Ockenberge, gemeen met Heijn Potterskinderen, die die helft daerin hebben, mit Pouwels Aerntsz ende sijnre zuster Cuenegont die daer ¼ deel in hebben, streckende van den Vlietwech al langhes Ryswiker wateringhe an die Westzijde, zuutwaerts tot an die cleyne Zwette, ende Alijd Dircx weduwe Utenbroec nu in huerwaer heeft. Daar Hilgond geen zegel heeft, zegelt Willem Gherytsz voor haar. Voor jvr Lysbeth zegelt haar broeder Willem Heerman. Met zegel van Willem Gerytsz

1517-09-01 |

Arch Marquette no 1106/Cartul Assumburg no 139
Jaartallenindex

Jan Claesz, schout in de ban van Heemskerk, oorkondt dat Gheryt Floriszoon, buyerman in Heemskerk, heeft overgegeven en overgeeft als dat mijn vrouwe van Assendelft ofte mijn heer van Assendelft of hoere nacomelingen zullen gebruyken en hebben nu ende ten eeuwigen dagen eenen rechtelike ende eenen eygen not wech met enen stucke landts gelegen in den ban van Heemskerck bij oosten Gheryt Florszoonshuys geheeten Joncfrou Lijsbetskamp, ende die notwech sal leggen ende wesen in Gheryt Floryszoons croft ende langhes zijn laen, ende die notwech sal weesen dat men sal mogen gebruycken te gaen met beesten, te varen met hoy ende anders tot die redelicheit toe soe dat behooren zal

hier waren bij an ende over als tuygen ende schepenen van Heemskerk: Drick Louryesz, Jan Dircxz

Didde de jager | 1281-1284

De Fremery no 228
Voornamenindex

lenen ten tijde van Floris V: no 201) Gerart en Diddekin, die jaghers, "met ghesamender hant vene ende lant tende den laghe"; Gerart: "houdet ahter sine sate enen veen langhes den broec, enen hoet haveren in de Haghe ten hues toe verken jarlics int aker in den box ende lec in de Harselaghe" (Hagheambacht)