1 resultaten
1411-07-18 |
Arch Abdij Egmond Inv no 471
Jaartallenindex
Aelbrecht van Scoerl oorkondt dat (hij) in leen heeft ontvangen van den abt van Egmond, leengoed in den ambacht van Suuijt Wymnem. Volgens den geinsereerden leenbrief: Gheryt van Ockenbergh, abt van Egmond, oorkondt dat Aelbrecht van Scoirle hem opdroeg van zijn zelves eijgen yeden zonder noot om goede gunste en vriendschap dese nabescreven goeden gelegen in den banne ende ambacht van Suuijtwymnem: In den eersten 4 viertel op die Scipsloet. Item die oester venne bij oesten den coech. Item die suudercoech. Item drie sticke saedtlants op Wymnemmergheest, houdende omtrent 1 honderd ende lenden off sijn Pieter Jansz, Jacob Vredericsz, Simon Jacobsz ende Meijns Luutgensz. De abt beleent vervolgens Aelbrecht met dit goed, na zijn dood te komen op Jan Willem Dirc Mathijs syns soens zoen. Ende Jan Willem zal dit goed moeten erven op zijn oudste wettige zoon of dochter etc. Sterft Jan Willem kinderloos, dan zal het komen op Dirc Mathijs voirs. Te verheergewaden met 2 goede capoenen. Hierover waren Dirc van Haesbruec ende Pieter Vranckenz, mannen des Godshuis. Bezegeld anno 1411 des Sonnendaeghs na St Benedictusdach Translatio. Bezegeld door Aelbrecht voorscr anno 1411 op St Benedictus Octave Translacio
zegel van Aelbrecht van Scoerle: 6 kepers, links boven een vrijkwartier waarin 3 wassenaars (2,1) in het midden een ….