9 resultaten
smeder, de | 1344
Rek Rentmeester Kennemerland dl II p 483
Achternamenindex
Janne de smeder en Janne de panetier, mijns heren meesterknapen
1531-02-14 (1530) |
R.A.H. Coll Aanw 244 fol 95v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
daar Ysbrant Oom van Wyngaerden, een van de meesterknapen van de houtvesterij in Holland overleden is, zo benoemt het Hof Adriaen van Borssele in zijn plaats, bij provisie totdat door de keizer daarin op andere wijze voorzien zal zijn
1517-02-21 (1516) |
A.R.A. 490 no 230/Sent. Hof van Holland
Jaartallenindex
Thyman van Waveren, impetrant, en de procureur generaal met hem gevoegd, contra Lodewyk van Treslonge, gedaichde mitsgaders heere Cornelis Crusinck, ridder, houtvester van Hollant, gevoechde voor zijn interest. Contenderende de voors. impetrant gespolieert te wesen bij den gedaichde van zekere connijnen behoerende in de duynen die voors. impetrant van Z.M. in pachte heeft, eysschende voir scade ende interesten 20£ gr tot zynen prouffyte, ende dat bij provisie gedaichde geinterdiceert soude wesen eenige netten te stecken buyten zijn eygen duynen. Houtvester eischt dat de zaak gerenvoyeert zal worden aan hem en zijn meesterknapen. Het Hof renvoyeert de zaak en partijen voir den voors houtvester en zijn meesterknapen, en condempneert impetrant in de costen
1560-02-01 (1559) |
R.A.H. Coll Aanw 262 fol 447v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
alzoe joncker Baltazar van Brederode, lieutenant van de prince van Oranje en houtvester generaal van Holland, ons vertoond heeft hoe dat bij den overlijden van Vincent van Bekesteyn, eertyts meesterknape van deselve houtvesterije en dat door de Con. Maj. in deze vacature niet voorzien is, committeert het Hof mits desen Jan de Grebber, bailliu van der Beverwijck, om met de voors. joncker Baltazar of zijn lieutenant ende ander meesterknapen recht te doen voor deze reize, totdat door de Con. Maj. definitief in de vacature voorzien is
1616-05-02 |
Ms Opstraeten van der Molen III fol 1127, 1122
Jaartallenindex
houtvester en meesterknapen van Holland en West Friesland qualificeren jonker Cornelis van Beeckesteyn, ons houtvester en meesterknaap van Holland, tot de jacht gerechtigd [inhoud letterlijk gelijk aan de akte dd 1618-04-09]; 1618-04-09: dat sijluyden mede van over de 200 jaren gestadelycken geemployeert sijn geweest in de gequalificeerde Staten en ampten als van het forestier ofte houtvesterschap van t bosch van Haerlem, hogedyck heemraedtschap van Rynlant, schout en borgermeesterambten van Haerlem etc, gedaen binne Haerlem bij jonker Warnaer van Batenburch tot liberne [?] houtvester, mr Peter van der Hooch here tot Sprang Allwijns, Nicolaes Jansz Verwer, meesterknaep van Brederode, ondertekend J. van Beresteijn
bij here Reinier van Oldenbarnevelt, ridder, here v.d. Tempel, Groenvelt, Brantwijc, Gybelant, houtvester, joncheeren Andries van Thienen en Cornelis Buijs
Herman Willemsz | 1387-10
R.G.P. 174 p 111/Grafelijke Rek Holland
Voornamenindex
Herman Willemsz, baljuw van Rijnland en Woerden, als een van de vier meesterknapen genoemd op de lijst tot verdeling van de ambten in het leger, voor de Friese veldtocht van 1398; 1401-05-08 - 08-07: rekenmeester van de grafelijke paneterie
Jacob Woutersz | 1551-1552
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl I dossier 65bis
Voornamenindex
Jacob Woutersz, uit Langeveld, wordt tegen 2 oktober 1551 gedagvaard voor meesterknapen in het stadhuis te Haarlem, wegens overtreding van het placaat dd 1551-02-19 (1550), inzake de te hoge wallen langs de sloten, waardoor de konijnen verdronken; 1552-10-19: een verklaring van hem hierover door de schout van Noordwijk Christoffel Gerritsz van Nieuwenhoven
ook gedaagd: Ocker Adriaensz Lisse, Jeroen Jansz
1401-05-07 - 1401-08-07 |
Kroniek Hist Gen Utrecht jg 1852 p 126-149/Thesauriersrekening Grafelijkheid
Haarlem Algemeen
dit is dat Jan van Ysselsteyn en jonge Floris v.d. Tol ontfangen hebben van myns liefs heren officiers in Holland en Zeeland omme de cost van der coken mede te betalen. Item zo waren verteert tote Haerlem ende tot Heemstede die mynslieve here ende vrouwen daer waren in den aflaet omtrent Pinxter voers: 3 ossen en 16 schapen. Item so waren och verteert tot Teylingen, tote Haerlem, tot Egmond ende tot Heemstede alsoe myne lieve here en vrouwe daar waren omtrent St Margrietendach [13 juli] 11 ossen, 1 coe en 107 schapen. De huiden werden vekrocht door de meesterknapen en door Roelen Andries Jacobsz en Floris Jacobsz. Dirc van der Woert leverde 45 ossen, 2 koeien en 370 schapen (p 129); (p 136) Dirc Claesz te Haerlem levert 16 ossen, Haghen de houwer 15 ossen, Hugo Louwenz 8 ossen, Kerstant Roelenz 17 schapen, Jan Vlas te Haerlem 3 vaten bier
1551-1552 |
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl I dossier 65bis en 1-9
Jaartallenindex
de gemene buren van Heemstede, Hillegom, Lisse, Noordwijkerhout en Noordwijk contra Adriaen Dircsz van Crimpen, onderhoutvester van Holland en de Procureur Generaal. Bij placcaat van 1551-02-19 (1550) werd aan degenen die landerijen bezaten grenzende aan de duinen en wildernis van Holland, gelast om voortaan de wallen van de sloten, die tussen hun landerijen en de wildernisse gelegen waren, veel lager te maken. Deze wallen zouden namelijk veel te hoog en te steil zijn, waardoor de konijnen die uit de wildernisse naar de sloten kwamen om te drinken, in groten getale in het water vielen en verdronken. Hierdoor zou de wildstand in de duinen in gevaar komen. Toen Adriaen Dircsz van Crimpen kwam schouwen, legde hij deswege vele boetes op. De inwoners gingen daarvan in beroep bij de Grote Raad en verkregen op 1551-06-01 een mandament van appel. Dit kwam te laat in hun bezit, doch zij werden gereleveerd van de te late indiening van het appel. Op 1552-09-24 onderzoek gelast door commissarissen van de Grote Raad, intussen behoefde geen verandering in de bestaande toestand gebracht te worden. De dorpen leidden hieruit af dat van Crimpen betaalde boetes moest restitueren. Attestatie dd 551-05-06 (onder c) van Pouwels Claesz, schout van Noortwijkerhout, houdende dat vertegenwoordigers van genoemde dorpen voor hem verklaard hebben in beroep te gaan tegen het placcaat en de opgelegde boeten, en dat op 1551-05-09 notaris Philips Vranckenz uit Leiden dit aan van Crimpen heeft aangezegd. Attestatie van 1551-08-25 (onder e/I) van Willem Diricksz "coddeclerck" van de procureur Vincent Fransz en Jan Dirksz, dat enige gemachtigden van appellanten aan Christoffel Harmansz, gezworen bode van het Hof van Holland, hebben aangezegd om het mandemant van appèl dat de advocaat Gysbrecht van Hogendorp had geimpetreerd, en dat hij, bode uit Brussel zou meebrengen, af te geven tegen betaling van bodeloon en vergoeding van onkosten, waarop de de bode een hoger loon eiste. Op .... wordt Christoffel Hermansz gelast het mandement van appel binnen 24 uur aan appellanten af te geven. Relaas van 1551-09-01 van Dirck Adriaensz, eerste deurwaarder van het Hof, dat hij Christiaan Hermansz, bode, heeft gelast om 5 uur voor de raadsheer van Nydtsen te verschijnen. Een schrijven dd 1551-09-16 (f/1), waarbij van Crimpen Jacob Wouters uit Langeveld tegen 1551-10-02 ten stadhuize van Haarlem dagvaardt, om zich voor meesterknapen voor de overtreding van het placcaat te verantwoorden, een zelfde schrijven aan Ocker Adriaensz uit Lisse (f/2). Attestatie dd 1551-09-24 (h) van Pauwels Claesz, schout van Noortigerhout, en idem van 1552-03-08 (p). Onder D: attestatie dd 1552-10-19 van Christoffel Gerritsz van Nieuwenhove, schout van Noordwijk, betreffende een beeedigde verklaring afgelegd door Jacob Woutersz uit Langeveld en Jeroen Jansz