Bedoelde u soms?
medaertsdochter | meijnertsdochter

12 resultaten

Dirc Reynersz | 1599-05-23

O.R.A. Alkmaar 138 fol 51v
Voornamenindex

Dirc Reynersz, van Twisk, mede erfgenaam van Jan Jacobs Ketelman en zijn vrouw Griet Meynertsdochter cs, verkopen huis en erf te Alkmaar

1461-06-11 | Alkmaar

G.A. Alkmaar Klooster Oude Hof Alkmaar no 48 (in dorso no 34)/Vangassen no 416 p 237
Jaartallenindex

schepenen in Alcmaer oorkonden dat Claes Meijnertsz voor hemzelf, ende Dirck Symonsz als een door burgemeesters van Alkmaar geset voogd van Katryn Meynertsdochter en van Rembrant Meynertsz, ende lieden alsoe Meynaert Claes des siele God genadich sij, den voirs. kinderen vader, vercoft heeft den ouden susteren van Alcmaer tot des gemenen convents behoef, een vrij huijs en erve met een scure binnen de stede van Alcmaer in de Huelestraat, ende belend hebben oost: Reynu Ysbrants weduwe met horen kinderen, zuid en noord: die oude begynen voirs, streckende van der Huelestraat tot an der stede veste. In dorso: van Pouwels Vaers huys Meynert Claesz

Yve Jacobsz en Vrederick Jansz, schepenen, met hun zegels

Hillegond Pieter Meynertsdr | 1430

Thesauriersrekening Haarlem
Voornamenindex

Hilgond Pieter Meynertsdochter, vrouw van Andries Willemsz de scheriaer te Dordrecht (184 fol 14v); 1428-1429: Hildegond Pieter Meynertsdochter en haar zoon Walich kopen op 1428-09-17 een lijfrente van 9 Beyers gld per jaar op Haarlem voor 91 £ 16sc (fol 41); 1436-1437: met haar zoon Walich 4£ (fol 46); 1437-1438: met Walich, 4£ 1sc (fol 33v)

Cornelis Jansz | 1592-01-06

O.R.A. Alkmaar 134 fol 211
Voornamenindex

Cornelis Jansz, van Schoorl, x Anna Meynertsdochter, voor ½ en Meyner Maertsz als vader van Claes en Neeltgen, zijn kinderen bij Maritgen Claesdochter, verkopen een croft land onder Alkmaar

Boen | 1556-10-26

Inv Arch Bennebroek no 12 p 5
Achternamenindex

Frans Boen Meynertsz en Maritge Meynertsdochter gehuwd met Wolfert Cornelisz en als gemachtigde van mr Cornelis Boen Meynertsz, verkopen aan Maerten Claesz, ½ van 8 morgen land, liggende gemeen met de Bernardieten, noord: Symen Jansz tot Heemstede, oost: het Haarlemmermeer, zuid: Jan van der Havens elst met een kampgen "de Hulsbos", west: Jacob Jansz tot Heemstede en Cornelis Maertsz tot Hillegom

1580-10-10

folio 49v
Transportregister Haarlem

Anna Meynertsdochter weduwe Jan Diricsz, schoemaker, t.o.v. Henrick Diricxz, schoemaker, een loyschure met erve op de Voldersgrafte, aen d'een zide: de erfgenamen van wijlen heer Joost van Bronchorst, ridder, aen d'ander zide: Quiryn Joppen, leertouwer, achter streckende aen jonge Jan Evertsz, schoenmaker. Koopsom 155 Kar gld

Swartsenburch, van | 1613-01-03

G.A.H. Transportreg 76/41 fol 3v
Achternamenindex

Anna Willems weduwe van Gerrit Harmansz, hofsmith, verkoopt aan Hubert Thonisz, backer, een huis en erf in de Grote Houtstraat te Haarlem, belend tussen: Adriana Meynertsdochter weduwe van Tobias Henricsz van Swartsenburch, Jan Gerritsz alias jonge Jan en Dirck Maecht, gezamenlijk, en ter andere zijde: Claes Coenders en Pieter Allertsz, achter strekkende aan Jan Noose en Andries Fransz en voorts uitgaande met een poort op het Cleyne Heylichlant

Haarlem

1616-01-04

folio 139
Transportregister Haarlem

[Grote Houtstraat, Swartsenburch] Meynert Cornelisz goutsmith verkoopt aan zyn zuster Maritgen Cornelisdochter ½ van een huis en erf in de Grote Houtstraat, daer Swartsenburch uythangt, daervan de voors. Maritgen Cornelisdochter als mede erfgename van heurlieder moeder wylen Adriana Meynertsdochter de wederhelft toecomt, ter ener: de weduwe van Dirck Dircksz Wulp, ter ander: Hubert Thonisz backer, achter streckende aen Jan Gerritsz jonge Jan. Koopsom 1500 Kar gld

1578-12-16 (1)

folio 230v
Transportregister Haarlem

Cornelia Adriaensdochter met haar neef Adriaen Gerritsz Gaeuw als gecoren voogd verkoopt aan Anna Meynertsdochter weduwe Jan Diricsz schoemaecker een huis en erf in de Cleyne Houtstraet, aen d'een zide: die weduwe van Jacob van Assendelft, aen d'ander zide: Marytgen Henricsdochter, achter streckende aen de voorn. weduwe van Jacob van Assendelft. Dit huis is geruilt voor het navolgende huis. Is getaxeert op 150 Kar gld door Willem Maertsz, fabryckmeester, en Willem Diricsz den Abt, metselaer

1571-1577 |

Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl VII dossier 642
Jaartallenindex

Anna Meynertsdochter [van Segwert], weduwe van Wouter Schiltmans, en Alida Meynertsdochter, weduwe Cornelis Diert, mede namens de overige erfgenamen van Meynert Meeusz, poorters van Dordrecht, contra mr Adriaen Heijthoven, advocaat bij de Grote Raad, Adriaen Jacobsz Heythoven en Digna Heythoven Jacobsdochter, gehuwd met Willem van Beaumont, allen erfgenamen van Jacob Adriaensz Heythoven; mr Jan Bouwensz, priester en kanunnik in OLVr kerk te Dordrecht. In 1564 werd er voor het Hof van Holland geprocedeerd tussen mr Jan Bouwensz als eisers, contra Anneken en Aelken Meynertsdochters en Aefken Ocker Janszdochter, weduwe Barthomeus Meynertsz, mede namens de overige erfgenamen van Meynert Bartholomeusz. Verweerders stelden dat er op 1486-03-18 een vicarie gesticht werd door Adriaen Evertsz, gedoteerd met 5 morgen 1 hont land in Mynsherenland van Moerkerken. Een schepenbrief van Dordrecht dd 1443-07-12 omschreef de grenzen: "met toebehoren en aandelen van alzulke voordelen, uiterwaarden en aanvallen als de gemeen landen die men noemt tsheeren land van Moerken in het ambacht Scobbe, toen pas bedykt, toebehoorde". De 5 morgen 1 hont waren hiermede tot kerkelijk goed geworden. Toen men in 1539 een aanwas van Mynsherenland zou bedijken, had de vicaris mr Adriaen Coninck het aandeel dat hij hierin had (ca 1 morgen en 6½ hont) verkocht aan Meynert Meusz, tijdens een drinkgelag en voor een kleine som. Meynert Meusz bedijkte daarna deze aanwas. Na de dood van Adriaen Coninck had Jacob Adriaensz Heythoven- die het patronaats- en collatierecht verkregen had na dode van Adriaentgen, dochter van de stichter Adriaen Evertsz -, het beneficie overgedragen aan mr Jan Bouwensz. Verweerders eisten nu deze aanwas van 1 morgen 6½ hont terug, en vergoeding van vruchtenschaden en interessen. Het Hof van Holland verweees de zaak naar het gerecht van Dordrecht. Daar eisten verweerders ook nietigverklaring van de koop. Op 1564-08-11 verklaarde het gerecht verweerders niet ontvankelijk, waarop deze in appel gingen bij het Hof. Daar stelden eisers dat Mynsherenland van Moerkerken door de heer van Gaasbeek als heer van Putten en Strijen aan de heer van Moerkerken in leen was gegeven, samen met alle aanwassen. Deze aanwassen werden in 1460 door Vranck Praet heer van Moerkerken aan de ingelanden, o.a. Adriaen Evertsz, verkocht. Verweerders konden zich daarom niet op de akte uit 1443 beroepen, omdat niemand in die tijd recht op de aanwas had. Adriaen Evertsz en zijn erfgenamen [verweerders] hadden het land steeds als allodiaal goed bezeten; het is nooit kerkelijk goed geweest. Daarom kon het verkocht worden en was vatbaar voor verjaring. Doordat zij in 1539 niet aan de bedijking hadden meegedaan, hadden verweerders hun aandeel in het te bedijken land gederelinqueert [!]. Het Hof van Holland vernietigde op 1568-12-22 het vonnis van het gerecht van Dordrecht en verklaarde de koopovereenkomst nietig. Verweerders werden veroordeeld om de kosten van de bedijking en het onderhoud van de dijk met 16% rente te betalen. Eisers moesten de 1 morgen 6½ hond afstaan. Verder moesten zij de vruchten, ontvangen sinds de dood van Adriaen Coninck restitueren. Eisers gingen hiervan in appel bij de Grote Raad. Deze bevestigde op 1577-08-23 de sententie van het Hof, en veroordeelde eisers tot betaling van boete en kosten