Bedoelde u soms?
naemaels | namaels | nammans | nogmaals

23 resultaten

1491-09

folio 123 CXXI 1489-1492
Transportregister Haarlem

Aernt Dircsz aan Alijt Dirc Zijvertsz weduwe alle goederen die hij op de dag van heden bezit of namaals verkrygen mag. Hij ontvangt dat alles wederom in huur

1500-12-07 |

R.A.H. Coll Aanw 111 Caput Z.H. fol 150
Jaartallenindex

leenmannen van Holland oorkonden dat Jacob Jacobsz opdroeg tbv [vrouwe Elisabeth van Loon] vrouwe van Moerkerke dat smaltiendeken van den ambachte van West-Barendrecht, dat nu bedyckt is of namaals bedyckt zal worden. Met het verzoek om haar hiermede te belenen (vgl 1503-04-11)

Bertault Dirksz, Cornelis Gysbrechtsz, Jan van der Tempel, leenmannen

1446-10-01 |

G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 462/Arch Oude Nonnen Amsterdam
Jaartallenindex

schepenen in Dyemen oorkonden dat Peter Jan Gebbenz neemt op al zijn goederen van nu of namaals, alzulke pacht als Ghijsbert de cuper op zijn zate en meerland heeft en voorts vrijede Peter al de goederen, die de nonnen van Amsterdam onder hem hebben liggen, in zijn zate of in zijn meerland

Coppert Lambertsz en Claes Symonsz, schepenen

1537-04-20 |

R.A.H. Coll Aanw 121 Caput Z.H. fol 23
Jaartallenindex

Karel beleent Lodewyk van Praat en van Moerkerken, heer van Karnisse, na dode en makinge van zijn vader heer Lodewyk van Praat en van Moerkerken, in zijn leven ridder en castellein van Schoonhoven, met: 1) de helft van den ambacht van Puttershouck, van der Zydwinde, mit den dagelixen gerechten, met alle visserien, vloterien, corfsteecken, vogelrien, riethuyren, zoetvelden [?], met 2 hont land, ende voort met syn deel onbedyckte land, met winde en met veeren, die de ambachtsheren aldaar toebehoren mogen, mit coren- en mit smaltienden; 2) die ambachtsheerlijkheid van West-Barendrecht, met al dat daar aencleven mach, buitendyks en binnendyks, streckende totten diepe toe, uytgenomen visserij, vogelrie, stalen, venen, uytgorssen gelegen buitendyks in dienselven ambacht, uitgenomen alle die coren- en smaltienden als hier namaals buitendyks comen en vallen sullen als die nu binnendyks liggende zijn; 3) die smaltienden van West Barendrecht die nu bedyct zijn of namaels bedyckt zullen worden; 4) die gehele corentiende, groot en clein, die nu is of namaals tot eniger tyd vallen ofte comen mochten in den onbedycten land, liggende als nu buitensdyks in den ambacht van West Barendrecht, dat nu is of namaals lant worden mach, streckende van den dyck totten diepe toe. Mitsgaders al zijn recht op de voors. tienden van van den buitendyksen lande. Alles onversterfelijke erflenen (vgl 1536-02-20)

Cornelis Barthout Jansz, Willem Pietersz Criep, Anthonne Lebucq, leenmannen

1325-10-21 |

A.R.A. Copie Leenkamer no 27 fol 55v/L.R. 11 fol 18
Jaartallenindex

graaf Willem oorkondt: dat hij gegeven heeft aan Boudyn van Medenblic 3 £ per jaar tot sinen live. Ende ombieden onsen baljuw an Medemblik die nu is of namaals wesen sal, dat hij hem die uitreke jaerlycks temeye, sonder ander gebot van ons te hebben, ende wij sullent hem alle jaren off reeckende met mr Boudekyns brieve

1519-11-19 |

G.A. Haarlem N 184 (achterin)/Cartul Leprooshuis
Haarlem Algemeen

schepenen in Haerlem oorkonden dat de Leproosmeesters aan Geertruydt Pietersdochter, provenierster in het Lazarusziekenhuis, beloofd hebben haar vrij en schadeloos te houden van alle schattingen en impositien die nu zijn of namaals in Haarlem zullen opgelegd worden. Geertruidt geeft vervolgens, met Geryt Jacobsz als haar voogd, aan het ziekenhuis, na haar dood, al de goederen die zij van haar vader Pieter Pietersz geerfd heeft (vgl 1502-08-25, 1512-04-03, 1531-03-10, 1531-03-15, 1531-03-30)

Claes Gerytsz van Houtte en Claes Jansz Cantert, schepenen

1412-08-05 |

G.A. Amsterdam Inv B.W. 575 regest 169/Cartul Carthuizers bij Amsterdam fol 8
Jaartallenindex

hertog Willem oorkondt dat een stucke lants geheten Zaenderhoirn ende gelegen is op die zuidzijde van de Hoirnslote, streckende van de Hoirinslote tot Sloterambacht wairt, eertijts aan de Sartroeysen buiten Amsterdam gekomen, een vrij goed is. Hij beveelt zijn baljuwen en schouten van nu en namaals dat zij dit land ongeschat zullen laten en geen schouwingen over kadijken of schuttingen daarop zullen doen, en machtigt voorts genoemd klooster om zelf die schouwing te laten doen, zonder iemands bewind

1499-02-28 (1498) |

R.A.H. Coll Aanw 111 Caput N.H. fol 60
Jaartallenindex

Philips oorkondt dat Dirck Hoogstraat opdroeg tbv Jacob heer tot Wyngaarden 13 morgen lands metter woninge die daar op staat, in onsen ambachte van Voorschoten, aen die noordzijde van der kerke aldaar, die geheten hebben geweest tot op den dach van huiden die Lipzen. Ende als die jegenwoordig is of namaals meerder of minder worden mack (!), wij jegenwoordelijk verclaren tot eeuwigen dagen te willen voortaan gehieten ende genoemt te wesen: die huyzinge en hofstede van Weldelnesse. Te houden tot een erfleen binnen afterzusterkind niet te versterven

present: Philips Ruychrock van de Werve, Dirk van Swieten Willemsz, Dirck van Boneem

1414-02-16 (1413) |

Van Mieris IV p 278/Privilegien Rijnland p 76/Teschenmacher: Annales Cliviae/Codex Dipl p 71
Jaartallenindex

Catharina van Cleve ende Marc doen cont allen lyden dat wij geconfirmeert ende gevestigt hebben, confirmeren ende vestigen mit desen brieven den waelgeboren heemraad van Rynland, die nu zijn of namaals wesen sullen, alsulke hantvesten ende privilegien, rechten en vrijheden die zij van de grafelijkheid van Holland ende van onser liever zuster Vrouwe Margriete van Cleve, hertoginne in Beyeren, gravinne van Holland des zal. ged, hebben roerende van t heemraadschap van Rynland, ende geloven den heemraders daerin te houden ende te stercken tot ewigen dage

1500-04-09 (1499) |

R.A.H. Coll Aanw 111 Caput N.H. fol 76v
Jaartallenindex

Philips oorkondt dat Jan Jansz van Vorenbrouck ons opdroeg tbv zijn zoon Adriaen Jansz een hofstede met al zulker timmeringe als daarop staat of namaals daarop staan zal, gelegen in Croeswijck, met enen camp lants vóór t huijs gelegen en met een camp lants van 4 hont gelegen in Rijbrouck met eenre laan tussen die weghe ende dat huys voors. En dat hij vervolgens Adriaen Jansz van Vorenbrouck hiermede beleend heeft als leen van de heren en vrouwen van ............ [Arkel ?], tot een erfleen, binnen aftersusterkind niet te versterven, te verheergewaden met een rode sperwer

present: Pieter Potter van Loo, Dirck van Boneem, Crispyn Jansz