11 resultaten
1410-02-14 (1409) |
R.A. Utrecht Leenregister Ysselstein 1409 no 1 leen XVIIIb
Jaartallenindex
Herberen van Foreest heren Coenen Cusersdochter sone VIII mergen lants die gelegen sijn in Benscop boven der kerken op tie noirtzide van den dorpe. Belend aen die overen egge: myn heer selve [ ende die gemeyne, belend aen die nederen egge: beginen van Utrecht. Geergewade: een rode havic. Dits Herberen voirs. verlyt op St Valentynsdach anno X
manne: joncheer Willem [van Saers], Peter van Muden, Ghysbrecht van Muden
Arend Engelsz | 1410~
Leenregister Culemborg fol 73
Voornamenindex
leenregister Culemborg: Hadewich Otte 's Verendochter, vrouw van Arnt Engelsz, de andere helfte an den nederen egge te Mauderick; 1423: Engel Arnt Engelsz ontving deze andere helft
1576-11-30 |
R.A.H. Coll Aanw 140 fol 430/Reg Oraigne fol 222v
Jaartallenindex
koning Philips beleent Adriaan van Albout na dode van zijn vader Wolphert Albout Adriaensz met 5 morgen land te Lopik in onsen gestichte van Utrecht, belend an den nederen egge: die heren van St Marie te Utrecht, an den over egge: Harman Gerritsz. Te houden tot een onversterfelijk erfleen. Daar Adriaan onmondig is, doet Nicolaes van Valkesteyn als zijn voogd de eed voor hem (vgl 1549-10-31)
Joost van Berendregt, Pieter van der Goes, Jacob Hendricsz, leenmannen
1434-11-15 |
Coll Aanw 204 fol 542/Mem Rosa II fol 195
Jaartallenindex
zyn gecomen voor den Rade Voirnout mr Wittenz, oud 64 jaar, en Jan Adriaensz, oud 58 jaar, en hebben getuget by horen ede dat men van ouden haircomen niet geplogen en heeft [= men placht niet] enige leengoeden die men houdt van der grafelijkheid van Zeeland of van enigen nederen heere te versetten, over te geven, eigendom dair of te maken of in anderen handen te bryngen tenzij by wete en consent van den here van den lande en dair men die leene of hout, of by den gewaerden bode des heren te weten des rentmeesters van Zeelant in tegenwoordicheyt der mannen
Wisse | 1290-10-30
v.d. Bergh II no 745
Achternamenindex
graaf Floris V vergeeft Wolfaert van Borssele zijn misdaden, "ende waert dat gheviele, dat enich twist worde tuysken ons Florens grave voorsz. ende desen haren Wolfaerde, des bliven wi ghehelike, van hoghen ende van nederen op broeder Henric Wissen, des haren Wolfaerde broeder, broeder Jan van Poppekineborch, bewilen commenduyr van Zantvorden, den hare Gillise van den Poele, riddere; Philips van Wasnaer of op die meere menie van desen vieren"
Foreest, van | 1410-02-14
R.A. Utrecht Leenregister Ysselstein
Achternamenindex
leenregister Ysselstein aangelegd 1409: leen no XVIIIb) Herbaren van Foreest heren Coenen Cusersdochter sone VIII mergen lants die gelegen sijn in Benscop boven der kerken op tie noirtzide van den dorpe, belend aen die overen egge: myn heer selve ende die gemeyne, aen die nederen eggge: beginen van van Utrecht. Dits Herberen voirs. verlyt op St Valentynsdach anno X; 1469-05-10: Jan Harperensz van Foreest, leen no LXXXVI; 1502: Jan Harperensz van Foreest (dl 3 p 330); 1526-04-26, 1555-10-30: Jorden van Foreest (dl 3 fol 330, 330v)
1410-02-14 (1409) |
R.A. Utrecht Leenregister Ysselstein 1409 no 1 leen VIII
Jaartallenindex
Johan van der Zevender Johans dochter zoen van Almelo: 1) 12 morgen lants in Polsbroek. Belend boven: die cureyt van Polsbroek, beneden: mit 8 mergen daer Douwe Claes Symonsz wijf mit horen kinderen ende Willem Spiker in geerft zijn, 2) 6 mergen die Jan bij consente van here Aernt here van Egmonde des God genedich sij ten eygen vercoft heeft, 3) 3 mergen lants, belend boven: Jan Gerytsz, beneden: die cureijt van Benschop mit 3 mergen en Ysbrand Jacobsz, 4) 6 mergen lants gelegen boven der poorte van Ysselsteyn tusschen den ouden oudelantschen vliet ende nyeu, streckende mitten oeveren cant aen den ouden Oudelantschen VLiet, ende mitten nederen cant an lant dat ons selven toebehoirt. Welc lant voors. myn here hem verliet heeft ende sinen nacomelinghen in allen manieren ende recht alst Jan van Almelo plach te houden, dats te verstaen ten rechten lene. Item die 6 mergen lants voirs. die Jan ten eigen vercoft heeft, sal hi weder beleggen ten zelven rechte in den lande van Yselstein. Item bij een cedullen dat Peter van Egmond, bastert, gescreven heeft so worden Jan van der Zevender alle alsulke goede als hem van sinen vader angecomen zijn beleend op 24 Mei XXIX
manne: Steven v. d. Zevender, Huyge v.d. Broeck
Broecman | 1410~
Leenregister Culemborg fol 7, 18v, 38v, 82
Achternamenindex
leenregister Culemborg: - Dirc Broecman (doorgehaald en vervangen door Johan Broecman) 5 morgen land, waarvan 4 morgen gelegen zijn in in een hoeve die Sweder van Voern van de heer van Culenborg houdt, en één morgen "aan den nederen eggen van derselver hoeven. Ende Baet sijn wijf heeft ter huer lijftocht aen"; - Symon de Haen 3 morgen gelegen vur op Zogewijck, belend boven: Henric v.d. Eme Johansz met leen van Culemborg, beneden: Arnt Coppier Arntsz en Dierck Broecman met een gemeen eigendom; - heer Otte van den Gruythuze, Broecmanshoeve, gelegen bij Zanten; - Melis die Haen (doorgehaald en vervangen door Henrick die Haen) 3 morgen op Zogewick, belend boven: Dirck Coppier Dirck Heymansz, beneden: Dirck Coppier Aerntsz met zijn kinderen en Beatris Dirc Broecmansdochter met een gemene eigendom
Beest, van | 1423-07-27
Leenregister Culemborg fol 95, fol 98v en fol 100; Ons Voorgeslacht 04-1986 p 321, lenen Bloemensteyn
Achternamenindex
leenregister Culemborg: - Ernst van Beest een hofstat van 1 hont en 12 roeden te Bosynckhem, belend boven Gerrit van Damme, beneden: Balthazar van Buren met leen van Vyanen, opgedragen door Geryt van den Dam. (1425-12-01 draagt hij dit leen over aan Dyrck Smijt Zuermontsz). - I a) (1423-10-18) Lambert Dircsz voor Machteld zijn vrouw, beleend met de helft van 4 morgen in Honswijk, belend boven: Hendrik Trant en beneden Jan van Beesd Hermansz, strekkende van de Honswicker wetering an den Leckdijck; Ib) de andere helft van deze 4 morgen beleend Sweder Willemsz van Honswick "an den nederen egge, in het gericht van Honswic". Belend boven Hermans Goijers kinderen, beneden Gijsbert van Beest, strekkende van der weteringe op de dijkwaarts. - Mechtelt Sweders bastaard van Blomensteyn 3 morgen land, van den ackerwech in de Leck, belend boven: Jan Henricsz, beneden Jan van Beesde
1549-05-10 |
R.A.H. Coll Aanw 140 fol 426v, 428v/Reg Oragnien fol 219v, 221
Jaartallenindex
gesien bij de luiden van de Rekening in den Hage, het request aan den keizer gepresenteerd door Dirk Cobel als voogd en momber van de kinderen van wijlen Adriaan Albout, vertonende hoe dat in den tijd geweest is enen Jan Dedel, clerq van de registeren van Holland, die te wijve gehad heeft ene jvr Beatris van Ryswijk, dewelke volgens seker octrooi daarvan wesende in den jare 1470 gedisponeerd soude hebben onder haar kinderen van alle leenen, die sij beide van de grafelijkheid van Holland te leen houdende waren, ende was in dieselve dispositie geomiteerd geweest te stellen een cleyne party van 5 morgen land gelegen tot Loopick in t Gesticht van Utrecht, daar als niet of en quam, mits dat het buiten de palen van Holland gelegen was. Ende also na dode van de voorn. Jan Dedel en jvr Beatrix bij de voogden van haarluyder weeskinderen alle de lenen die in de voors. dispositie verhaald stonden, uitgegeven zijn geweest dengenen ende elks van dien daar ze op gedisponeerd waren. Soo dat bij versumenisse de cleyne partije van land voors. onverheven bleven, doch wel verhuurd en de vrugten daarvan genoten. Ende dat nu de suppliant deursoekende de brieven van den sterfhuize van wijlen jvr Adriana van Rysoort des voors. Jan Dedels andere dochter, bevonden hadden dat de voors. 5 morgen leen waren. Zo verzoekt hij aan hem suppliant verlye te willen doen alsoo deselve bij accoorde aangedeeld waren geweest de voors. jvr Adriana van Rysoort, grootmoeder van de voors. weeskinderen van de voors. Adriaen Albout. De Rekenkamer gaat hiermede accoord tegen betaling van 8 Kar gld; 1549-10-08: keizer Karel beleent Wolfaert van Avesaet [er staat: Amsaet] Adriaensz met 5 morgen land gelegen in Lopik, belend an den nederen egge: die heren van St Marie te Utrecht, overen egge: Herman Gerritsz, tot een onversterfelijk erfleen. Wegens het wanverzoek moeten nu dubbelde brieven en daarenboven nog 8 Kar gld betaald worden. Op 1567-02-23 stilo commini heeft Wolfert Albout den behoorlijken eed gedaan (vgl 1576-11-30)
leenmannen: Cornelis Barthouds, Willem van Criep, Willem Jansz Schouten