Bedoelde u soms?
neeringhe | nering | neringen | nettinge

9 resultaten

1562-06-20

folio 195 CLXXXIII 1557-1562
Transportregister Haarlem

volgt een geroyeerde brief, waarvan de tekst hieronder herschreven is. Cornelis Thymansz, Jan Korstensz en Cornelis Cornelisz als geeligeerde van de pss saecke der draperye neringe binnen deser stede, verkopen Geryt de Jonge, Pieter Oly, Jacob Dircsz en Cornelis Cornelisz als vinders van dezelfde draperije neringe t.b.v. de gemeenre draperye, een huis metten erve, het molenhuys, gestaen en gelegen in de Gasthuisstrate, an d'een zide: Haese Jansdochter, an d'ander: George Baleolis, tafelhouder, achter streckende an deselve George en an Adriaen Jansz vuyten Hage ende voorts in allen schyn als die persuerende [?] der voors neringe het voors huis mitten erve eertyts tot heuren contentemente voor de draperye voors an gevaert hebben. Belast met 9 scell. Koopsom 183 Kar gld; 20 Juni 1562

1478-11-07 |

R.A.H. no 60 fol 47/Privilegia Karoli, ingestoken papier tussen fol 18 en 19
Jaartallenindex

Max. en Marie oorkonden dat Willem van Bushuijsen Willemsz, poirter binnen onser stede van Leyden, onsen stedehouder ende Rade van Hollandt te kennen gegeven heeft dat hij gaerne wonen soude te lande waert buijten onser stede voors. om te sparen sijn goet, mits dat hij geen ambocht noch neringe en can synen cost mede te winnen binnen onser voirs. stede, ende sijn renten cleijn sijn op te leven ende noch tans poirter te blyven ende poortrecht te houden binnen derselver onser stede, biddende oitmoedelic dat wij hem dat consenteren willen. De hertog consenteert hierin

Lockhorst, van~ | 1597-10-08

R.A.H. Recht Arch 2816
Achternamenindex

schepenregister Weesp: Bout Willemsz en Peter Gherijts Preeckstoel als ooms en voogden van de nagelaten kinderen van Jan Willem Berensz en Jannetge Gysbertsdochter verzoeken om copie uit het rekenboek van Gheryt Lapp Gerytsz waarmee hij voor goede mannen rekening gedaan had; hij verzoekt "de registeren van de voorn. zal Jan Willem Berenssz noepende die neringe van die uytgeborchde bieren" ook in handen van goede mannen te stellen

1561-01-17

folio 115 CVII 1557-1561
Transportregister Haarlem

die burgemeesters mitten tresorier der stede van Haerlem, uyten name van dezelfde stede en ten overstaan van de vroetschappen deser stede, verkopen die vinders en die raemmeesters van de draperye neringe deser stede ten profyte van deselve neringe, die huysinge mitten erven dat die hantboochdoelen placht te wesen, liggende in die Doelstraet, belend zuid, west en noord: die Raemen, oost: die Doelstrate. Belast met 7 Kar gld sjaars tbv Dirck Jansz van Texel, losbaar met 112 Kar gld en nog met 3 Kar gld tbv de Zevengetyden in de parochiekerk deser stede, ter losse met 48 Kar gld. Koopsom 750 Kar gld. Actum den 17 Januari 1560 stilo Harlemensi. "Dit is by erreur gestelt maer moet op t jaer LXI staan"

1582-03-09

folio 172
Transportregister Haarlem

de waerdeyns metten deecken en vinders van de draperie neringe verkopen aan Willem Cornelisz, thuynman, een stucke lants daerop voermaels ramen gestaen hebben, genaamd St Annenland, gelegen beneffens de ramen deser stad, groot 8 hondt 51 roeden, zuid: de oude schuttersdoelen, noord: der stede ramen, west: der stede cingel binnen der stad, oost: de muyr van de Doelstraat. Koopsom 600 Kar gld

1430-11-05 | Sandoel

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 119/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

burgemeesters, schepenen en raad mitsgaders de oude Raad, den achte ende den gemeenen dekens van de neringe binnen Dordrecht doen cond allen luden, want vele lants na den recht van der dyckaedsen in den Grooten Wert gheleghen verloren is gelaten ende an onser stede gecomen mits dat onse stede dairvoor uitgeleyt heeft ende dat verdyckt is na den rechten van de dyckaege. Onder welken lande verloren is gebleven ende aen onser stede gecomen 5 morgen lants die Jan Sta[m ?]parts waren, gelegen in Raemsdonk, an die oostzijde: Jan Hollanders lant, west: dat Hoffweer. Soe hebben wy van onser stede wegen vercoft Jan Stampart ende Peter die Wynt, die houders zijn van desen brief, die 5 morgen voirs. De stad belooft vrijwaring, behalve voor de belasting van de chyns hierop toekomende aen de H. Geest te Raamsdonc. Bezegeld met onser stede zegel anno 1430 op 5 Nov. Boven: "die brief van 5 morgen ant Sandoel die ons Jacob Poytinc onse provenier gaf" (vgl 1446-10-10)

1518-03-16 (1517) |

R.A.H. Coll Aanw 242 fol 401v-404/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex

compareerde voor het Hof Marinus Jansz, procureur voor Adriaen Barthoudsz en Jan Geerlofsz, poorters en inwoners van Gornichem, en verklaarde: "hoe dat waer is dat zekere tijd geleden die voirs. eysschers hem geconstitueerd hebben borge voor zekere grote sommen van penn. en dat voor eene Maritgen Worm die backers weduwe, gedaagde alhier, zij niet anders wisten dan dat de voors. gedaagde was een seer rijcke vrouwe alsoe zij zat in groote state ende neringe binnen der stede van Delft". Er is echter gebleken dat zij zozeer met schulden was belast dat zij uit vrees voor haar crediteuren niet meer op straat durfde komen, en nu de stad verlaten heeft. Aangesproken worden nu supplianten als borgen. Zij hebben beslag laten leggen op alle goederen en vorderingen van Maritgen ook die bij haar facteurs Gerrit Colensz en schout Gijs. Jan van Gornichem, als procureur van de gedaagde, zegt dat gedaachde bevelen heeft geobedieert en alsnoch in stemt met de conclusie van de eischers, die haar rekening en verantwoording moeten doen van hun beheer

1430-04-26 |

R.A.H. Coll Aanw 43 fol 41, 46v/Reg E.L. fol 8, 9 (ingestoken papier)
Jaartallenindex

hertog Philips oorkondt: want sommige poirteren van onser stede van Sevenbergen ons vervolcht en oetmoedelic te kennen gegeven hebben, hoe dat overmits die soutneringe die men dagelix binnen en omtrent onser stede van Sevenbergen voers. gewoenlic is geweest te doen, die welcke een wijl tyts cranelic gestaen heeft ende nu seer te niete gaet, omdat die bedijckte moeren seer verdolven ende geoirbaert sijn onse goede lude aldaer woenachtigh wesende, soo sij tot geenre ander neringhe dan totter souter gelegen noch gestelt en sijn, seer verderflic worden ende geschepen is, als wij verstaen, dat vele van onse ondersaten om hoir notorft te gewinnen ende hoir nederinge andersints te doen van dane sullen moeten ruymen. Soo hebben wij uijt goeder gonste ende minne die wij hebben en dragen tot onser stede voirs, ende om onsen goeden luden bij een te houden hun meer neringe te maken en goets te doen bij rade ende goetdencken van onsen gouverneur, tresorier ende Raden van Hollandt, vercoft ende vercopen mit desen brief Claes Cock Gerijtsz, onsen scout, ende Pieter van Lit, scepen in onser stede voirs, tot behoef hoers selfs ende den gemenen poirteren aldaer, die welcke dairmede deel an begeeren sullen te hebben 200 buijnre souts moers gelegen an den Sevenberchsken dyck oistwaert van den wechsloet, in sulker manieren ende voirwaerden als hiernae beschreven volgen etc. Hierover handelt ook een ingestoken papier tussen fol 9 en fol 10

1508-07-31 |

Kroniek Hist Gen Utrecht jg 1850 p 343-347
Jaartallenindex

iets over de inhuldiging van Max. van Oostenrijk te Leiden. Op 31 Juli 1508 reisden Heijnrick Florisz, burgermeester, en mr Willem Symonsz, der stede pensionaris, door scriven van mijn here, van den Hage bij den gedeputeerden van den anderen steden omme te spreken op het stuk van den belegge voer Wesop, ende aldaer zynde was den vooers. gedeputeerde geseyt als dat de Keiz. Maj. gecomen was binnen Dordrecht. Op 8, 9 en 10 Aug is Gysbrecht van Scherpenzeel van der stede wege gezonden te paerde in den Hage, tot Teylingen, tot Noortich en daeromtrent omme te vernemen den tijt van de comste van de Keyz. Maj, 3 dagen ad 10 st dages beloopt 2£. Op St Laurensdach wordt den keizer geschonken 3 aem Rynwyn gecoft van Jan Honthorst beloopt 48£. Item wordt den keizer geschonken enen schonen henxt gecoft van Pieter Jacobsz tot Oestgeest om 14£ gr facit 112£. Item betaelt Jan van Grieken van enen toom vort paert 15st, facit 20sc, en betaelt Bertelmeus de snijder en Vrijdach Gerijts om t laken voor de versiering van t stadhuis tesamen te naeijen en te behangen 17sc 4d. Mr Gerijt van der Mije en Jan Boudewijns, raadsluyden van Hollant, mr Jacob Gout, rentmeester generaal van Holland, mr Jeronimus van Dorpe en Jan Auxtiuijes, Raedtsluden in den Groten Rade en commissarissen van myn gen. Vrouwe, mr Abel van Coulster, Raidt in het Hof van Holland, mr Nyclaes, secretaris van den grave van Overeemde, omme van des graven wege te spreken mitter stede aengaende de neringe ende comanscip van de lakenen, myn joncker Houhamer, opperste capteyn van de prince van Anholt