13 resultaten
1414-07-03 |
Inv Arch Delftse Statenkloosters p 81 regest 235, 236/Klooster Coningsveld bij Delft
Jaartallenindex
schepenen in Delft oorkonden dat Aernt Dircsz heeft verkocht aan het klooster Coninxvelt een erf geheten "het Campvelt"en is gelegen in het Noirteynde ten noorden van de stadsvest. Dezelfden oorkonden dat Aernt Dircsz heeft verkocht aan het klooster Coninxvelt een windmolen en molenwerf in het Noirteynde op de Noirtvest (vgl 1449-04-08)
1475~ |
G.A. Amsterdam Weeskamer Amsterdam 1e Inbrengregister fol 175v
Jaartallenindex
goederen van Lysbeth Koen Koenenzoons die snijders dochter: 2) ½ van een stucke lants te Schermer, geheten Kerstijnenwerf, 3) ⅛ van een stucke lants op Catwoude geheten de Gouden Ven, 4) ⅓ R gld op Jutte Coppijns huijs toe Monckendam int noirteynde
1430-05-04 | Uitgeest
R.A.H. Coll Aanw 56 fol 229v/Reg in Beyeren IX fol 119
Jaartallenindex
gravin Jacoba beleent Geryt Dircszoen met 5 maden lants gelegen in den banne van Uytgeest ende belent hebben Claes Janszoens venne uten Woude an dat suytende ende een water geheten Stierip an dat noirteynde, hem aangekomen en bestorven bij doode Dircs Gherytszoens, zijns vaders
1428 |
R.A.H. no 99 fol 9v Caput Kennemerland/Novum Registrum
Haarlem Algemeen
(opschrift) Dirc Gerytssoon van Hairlem: V maden lants gelegen in den banne van Uytgeest, ende belent hebben Claes Jansoens venne uten Woude an dat suyteynde, ende een water geheten Stierip an dat noirteynde, ten erflien, sunt litterae; 1430-05-04: Theodericus obiit et Gerardus Theoderici filius suus relevavit (Quaere Libro IX no 119)
1449-10-17 | Uitgeest
Bijdr Bisdom Haarlem dl 16 no 73/Cartul Zijlklooster Haarlem fol 97
Jaartallenindex
Simon Jansz, priester, cureit van de parochiekerk te Uutgeest, oorkondt dat Alijt Jacop Rembrantszoens weduwe met haar voogd en momber Ysbrant Rembrachtsz erkent verkocht te hebben aan het Zylklooster te Haerlem een stucke lants gheheten Baefkijnsoort ende is gelegen in den ban van Uutgeest, belent west: Jan Vrederic Brauwenzoenszoen, zuid: Dirc Martijns kinderen, oost: Wouter Gherbrantsz, streckende mit dat noirteynde an die Meer
tuyghe ende buerluyde: Jacob Willem, Lutgen sijn broeder en Pieter Claesz
1487-02-01 (1486) |
R.A.H. Coll Aanw 108 Caput Kennemerland fol 20v/Reg Max. Philips fol 7
Jaartallenindex
Max. en Philips belenen jvr Beatris Willemsdochter van Adrichem met 3 maden lands, gelegen in den ban van dat Noirteynde van Schermer, daer die Treckweyde an die noordzijde naest gelant is. Item noch 2 maden lands gelegen in denselven ban in die Menigeweer. Haar aanbestorven van haar vader Willem van Adrichem. Tot een erfleen, te verheergewaden met een roode sperwer of 20 schell. Hulde doet Philips Say, haar man en voogd
1428 | Niedorp
R.A.H. Coll Aanw 99 fol 4 Caput West Vriesland/Novum Registrum
Jaartallenindex
Heinric Dirc Berthoutssoonssoon, Dirc Heynric Dirc Berthoutssoon: een huys ende hofstede gelegen in den banne van Nijendorp ende lenden of sijn Heer Splinter van Loenresloot an die oestsijde, ende Jan Janssoon an die westsijde. Item 3 acker lants oick gelegen in den banne van Nyendorp ende belent hebben Willem van Croonenburgh an die suytsijde ende Wybrant Voppensoon an dat noirteynde, ten rechten erflien, et sunt litterae. Henricus obiit et Theodericus relevavit ut patet in registro 1413-04-24
1475-10-18< |
R.A.H. 465 fol 57, 57v/Leenregister Brederode fol 33
Jaartallenindex
Reynolt heer tot Brederode beleent Pieter Thomasz die Bloet met 10 morgen lants in mijns liefs Heeren sgraven ambacht ter Ouderschie, ende dat noirteynde streckende aen die Blijdorpsche wateringhe, ende dat suijteijnde streckende aen Jan Colynszoons lant, ende belegen op tie westzyde die H. Geest ter Ouderschie, Pieter Venijn voors. ende Jan Colynsz voorn. elc mit erve, ende op die oostzijde: dat Goedshuijs van Schiedam. Tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met een roede sperwer of 5 schell Holl daervoor (zonder datum). Yolante van Lalaing beleent Jan Thomasz op St Lucasdag 1475 (1475-10-18); 1478-05-05: tem dit voors. leen heeft mijn joncheer belijdt Pieter Janszoon van Scharloy van Delft, tot behoif Lenardts Jan Thomasz Vis tot zijn mondigen dagen toe te halden
manne: Heer Henric van Naildwijk, ridder, Reyner van Hemert, Stees van Brakel; 1475-10-18: Ghijsebert van Hokelom, Claes van Vyanen Heeren Jansz, Dirck Rumersz
1470-10-12 | Heemskerk
R.A.H. Coll Aanw 104 Caput Kennemerland fol 16v (fol 5v)
Jaartallenindex
hertog Karel beleent Clais Evertsz met al de lenen hem aangekomen bij dode van zijn moeder Hadewych Clais Vredericszoonsdochter, nl eerst 5 acker zaetlants mitten huyse datter opstaet, houdende omtrent 2 ½ morgen lants gelegen in den ban van Heemskercke achter der kercke aldair, oestwairt streckende van den wege an den Kercsloot. Ende 6 geersen lants gelegen achter den voirs. huyse. Te houden tot een erfleen. Item noch 2 maden lants leggende in Heemskerck in Burgerdingermade, streckende aen den lagen lande tot Brouckenvenne toe. Tot een erfleen, te verheergewaden met 5 schell Holl. Item noch 5 maden lants gelegen tot Uytgeest, ende belent hebben aen dat suyteynde mit Clais Janssoons Venne uyt den Woude, ende aen dat noirteynde een water geheyten die Stierip. Tot een erfleen. Hulde en manschap doet voor hem tot hij mondig zal zijn, zijn vader en voogd Evert Janszoon
1444-10-25 |
R.A.H. Coll Aanw Caput Westvriesland fol 5v/Reg Alpha fol 2v
Jaartallenindex
hertog Philips geeft aan zijn secretaris Adam Dirckszoon van Cleve ten vrijen eigen twee hofsteden gelegen te Wermer neffens die kerck aldaer, streckende afterwaerts aen die kercksloet, die hij in leen hield. Vervolgens draagt Adam op van zijn eigen goed 2 hofsteden te Schellinchout, aen die zuytsijde van der kercke aldaer, die hij voirtyts teghen Florys Jansz van Cranenbroeck, zijnen zweder, gecoft heeft, streckende die één hofstede mitten noirteynde an den Heerendyck, ende mit ten zuyteynde an Schellinchoutermeer, mit die oistzijde aen den Zuyder Zeedyck, ende mit die westzyde aen die sluyse. Ende die ander hofstede hebben beleghen an die noirtzyde Claes Heynenzoen, ende den buyrwech van Scellinchout aen die zuytsyde Splinters erve van Slijck plach te wesen, ende an dat westeynde den Kerckewech. Adam wordt hiermede vervolgens beleend tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met 2 heecken