2 resultaten
Polanen, van | 1379-07-18 (08)
R.A.H. 62 fol 202/Van Mieris III p 355/Cartul Assumburg Arch Marquette 1106 no 205
Achternamenindex
heer Jan van Polanen heer van Breda en van der Lecke heeft van de graaf in leen ontvangen verschillende goederen, hem aanbestorven van heer Jan van Polanen heer van Breda en van der Lecke: - de hofstad waar het huis opstond te Heemskerk, - de ambachten van Castricum en van Heemskerk, - de thijns aan Castrichem en de vrije vroonshout aldaar, - de thijns in Heemskerk en de vrije vroonshout; in Heemskerk: - op Hoge dorp 14 vierdel land, - 71 geersen, - de molenwerf, hof en huis, - de kleine uytgors van 12 geersen, - het grote uytgors, 28 geersen, - 14 maden in groffweer, - 45 madmaden aldaar, - twee gersen achter het huis op de akkermade, gekocht van Spairneman e.a.
volledige tekst bij van Mieris (1379-07-08)
1428-10-20 |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 25/Memoriale Rosa I fol 10v
Jaartallenindex
genoemde heren schrijven aan de hertog, vorsten, baanrotsen, ridders, knapen, edelen, steden en alle goede luden "hoe dat bij openbaren geruchte ende meren [maren] die overal gespreijt ende gesecht worden tot onser kennisse gecomen is dat heer Adrijaen van Treslonge als verweerre des camps [d.w.z. als verweerder in het proces] dair Jan van Neck aenlegger of was, gecomen soude wesen opten 5e Oct l.l. binnen der stede van Brugge ende aldaar int openbaer te handen getogen ende vervolcht sonderlinge saken op Jan van Neck voorn. ende sinen borgen, grotelic tegendragende die ere van hun ende denselven sinen borgen, boven dedinge daerof gemaeckt ende verdedinct, ende oock boven quijtschelding bij den openen brieven ons gen. heren van Bourgondiƫ". Zij verzoeken den hertog dit geval ten spoedigste te onderzoeken en hen officieel in kennis te stellen van hetgeen te Brugge geschied is, ten einde die eere van Jan van Necke ende sinen borgen te bewaren. De heren voirs zonden aan here Adriaen van Treslong een brief door middel van Willem Abbe, geschreven door Henrick van der Goes in het bijzijn van Boudyn van Zwieten, tresorier. Willem Abbe voirs. bracht deze naar Mabuege waar here Adriaen zat en at in den Hove van Bloeijs, daer bi waren here Adriaens wijf, een van heren Robbrechts zonen, van Glymes, zijn meesterschermer en meer anderen. Hij overhandigde de brief toen heer Adriaen van tafel opstond. Toen hij deze gelezen had, zeide hij dat hij de heer van Montfoort heer Jan van Vianen en zijn vader zeer bedankte voor hetgeen zij daarin gedaan hadden en dat hij hen zeer liet groeten "ende dat ic voirt t beste daerin deden, want die here van Montfoorde zyn vader daerin geweest hadde, ende wat sij voir t beste dair voirt in deden, behoudelic synre eeren dat stonden hi hun. Mar up dien brief en woude hi nyet thuijs bliven, ende of dit dadinge niet voirt en ginge, dat sij dan bi him wouden comen. Ende vernamen sij yet vorder, dairaff begeerde hi dat men him dat terstont soude laten weten. Ende desgelycx vername hi yet dat soude hi him weder laten weten (vgl 1428-08-27, 1428-09-25, 1428-10-22)
Johan, Burchgrave van Montfoort, Johan van Vianen heer ter Noirdeloze, Roelant van Utkerke here van Eestert en Eemsrode, Jan van Heemstede, Jan bastairt van Bloys here van Treslonge, Gillis van Cralingen, Geryt van Zijl here tot Purmerende, ridderen, Jan van der Boechorst, knape