pitantie
9 resultaten
1557-10-24 |
Inv Arch Delftse Statenkloosters no 130 p 547 regest 402/Carthuizers buiten Delft
Jaartallenindex
de executeurs test. van heer Arent Vranckenz, coster van de Nieuwe kerk te Delft, verkopen aan de Carthuizers buiten Delft een rentebrief van 1 £ Vls sjaars ten laste van Dirck Aertsz. Met extract uit zijn testament, waarin hij aan de Carthuizers ½ £ sjaars vermaakt voor pitancie
1409-10-17 |
Cartul St Jan Haarlem no 579
Jaartallenindex
Jacob Claesz oorkondt dat hij van Willem van Schoten, commandeur van St Jan te Haerlem, gehuurd heeft 11 morgen lands in den ambacht van Hazaertswoude, die Claes Jacopsz, mijn vader plach te bruken, welc lant voirs die helfte toebehoert den huse van Haerlem ende die ander helft der pitancie t'Utrecht, 10 jaar lang, ingaande anno 1411. Daar hij geen zegel heeft, zegelt heer Willem, cureyt van Hazaertswoude, voor hem met opgedrukt zegel
1457-08-24 |
Arch Leeuwenhorst Inv no 749 regest 476, 477
Jaartallenindex
Vranck van der Boechurst maakt bij testament met zijn vrouw Katrijn van Bakenesse aan het klooster Leeuwenhorst 3 Wilh scilden sjaars, die het convent aan zijn zuster Jan van der Boechurst, non ter Lee, betaalt, mits de meerwaarde van zijn 4 morgen land bij het klooster, afkomstig van Jan van Alphijn boven de geruilde 1½ morgen kloosterland in zijn woning in de Cleij in Noirtich aan het convent komt ter memorie, terwijl hij nog ½ morgen in Noirtich by den duin dam geeft tot pitancie
1342-12-02 |
G.A. Haarlem dl I no 56, no 35/Cartul St Jan 1 fol 23
Haarlem Algemeen
Diric Olout, priester, cappelaen in de prochikerke van Harlem, oorkondt dat hij gegeven heeft aan de orde van St Jan aldaar 1 ½ morgen lands binnen den ambacht van Monster, die Willem Gheilinc nu in huerwaer heeft, jaerlix om 18 sc, in rechter aelmossen toijter pitancie jaerlix sijn jarichtijt mede te doen. Medebezegeld door den eersamighen luden haren Jan Martynsz, haren Gherryd Dullaerd ende haren Jacop van Westzaenden, priesters
1472-08-31 |
Cartul St Jan Haarlem no 1130
Jaartallenindex
Hughe Albout oorkondt dat broeder Pieter van der Beets, prior en pitanciemeester des godshuis van St Jan binnen Haerlem, mij toe ghesproken heeft mit recht hoe dat sekere brieven van hem verdwaelt sien, waermede ic vercoft soude hebben in voirleden tijden sekere pachten totten pitancie behoef des Goedshuus van St Johan binnen Haerlem voorsz, begherende daerom van mij een kennisse desselfden coeps. Hughe bevestig vervolgens dat hij in verleden tijden aan broeder Claes van Schoenhoeven, prior en pitanciemeester, zekere pachten verkocht heeft, jaerlix 4 nob. en 1 Reynaldus gld op sekere stucke lants gheleghen in den banne van Oestroep
1462-08-06 |
G.A. Haarlem Inv I no 1920 Lade X/Arch St Jan Haarlem
Jaartallenindex
Hughe Albouth oorkondt dat broeder Pieter van der Beets, prior en pitanciemeester van St Jansorde te Haarlem "mi toeghesproken heeft mit recht hoe dat sekere brieven van hem verdwaelt sijn, waermede ic vercoft soude hebben in voerleden tyden sekere pachten totter pitancie behoef" van St Jan voirn, begherende daerom van mij een kennisse desselfden coeps. Ter voldoening hieraan erkent Hughe dat hij in voorleden tyden aan broeder Claes van Schoenhoven, prior en pitanciemeester van St Jan, verkocht heeft zekere pachten jaarlijks 4 nob. en 1 Reynaldus gld op sekere stucken lants gelegen in den ban van Oestrop
1440-12-04 | Wijk aan Zee
Cartul St Jan Haarlem no 1238
Jaartallenindex
Pieter van Zaenden, schout in den ambacht van der Wyck ende ter Wyck op die see, oorkondt dat Geertruydt Pieter Ments wedue met haar broeder Wouter Buse als voogd en momber, erkende verkocht te hebben aan Claes van Schoonhoven, prior en pitancymeester van het St Janshuis te Haarlem, tbv de pitancie ¼ deel van 6 stukke lants gelegen binnen het ambacht van der Wyck, en belent heeft de abt van Egmond aan beyden sijden, oost: Dirc Janssz weduwe mit horen kinderen, west: Claes Gheye. Item noch ¼ deel van een nobel sjaars, staende op Michiel Gerytsz saet, gelegen in den ambacht voirsz ende Michiel voirs. op dese tijt selve bewoont ende bezeten heeft
1442-03-30 |
Cartul St Jan Haarlem no 627
Haarlem Algemeen
here Wouter uter Wyck, priester, oorkondt dat hij met zijn voogd Aertuer Diriczoen verkocht heeft aan Gheryt van Schoten Willemzoen, alsulke lijftocht ende in alle schijn als joncfrou Kerstijn Jans wedue uter Wijc nog gemaect heeft, also als dat instrument daerof begrepen heeft dat in St Janshuys tot Haerlem is. Na Gerrits dood te komen aan de pitancie in St Jan voorn. Bezegeld door heer Wouter en door Aertuer voorn. Dit geschiedde bij consent van den commandeur heer Willem van Schoten en heer Lambrecht van Westcappel, prior, en het gemeene convent van St Jan te Haarlem
1494-12-31 |
Cartul St Jan Haarlem no 1134
Jaartallenindex
schepenen in Haerlem oorkonden dat broeder Jan Willem Jansz, commandeur van St Jan aldaar, met de andere broeders en conventualen, als Claes Bartolmeusz, prior, broeder Jacob Gerrytsz en broeder Jacob Maertsz an deen zyde, Jan Arentsz Thuijl als man en voocht van Arent Claes van Schotensdochter, voor hem zelf en van wege Arent van Rollant en zijn vrouw Yda van Schoten, mitten denghene die him dies soude moghen onderwinden, daer hij voir gheloefde te waren, an dander zijde, ende ghelieden an beyden zyden, dat zij mit malcanderen, bij tusschenspreken van mr Claes Ysbrantsz, priester, Adam Gerrytsz, Gerrit die Visscher en Willem van Adrichem, van alle hoirre twist ende ghescille die zij tot desen daghe toe gehadt hebben, minlick ende ghenoechelick overcomen zijn. Jan Arentsz Thuijl zal den commandeur overgeven de koopbrief waarmee heer Claes van Schoten, eertijts commandeur, verkocht heeft aan Arent van Rollant een stuk land gelegen in Wyckerbrouck, en golt nu ter tijt 10 R gld sjaers. Jan zal de nog onbetaalde huur benevens nog 3 jaar huur van dit land ontvangen (1495, 1496, 1497), in 1498 zal Jan ong ontvangen 3 R gld current en 1 grote, die Jan verleyt ende betaelt heeft van wyncoep die hier op verdroncken is. De commandeur zal op zijn beurt aan Jan Arentsz Thuyl overgeven een brief van 5 R gld sjaers, staende ter lossinghe die penninck 10 op Claes van Scothen, die brouwer, zal. ged, en zijn goederen. Deze 5 R gld zijn gekomen van Ghysbrecht Jansz die ze gekocht had en vervolgens aan de pitancie van het godshuis van St Jan gegeven had om eeuwig 2 missen per week te doen voor zyn ziel, welke brief naderhand de weduwe van Clais van Schoten, brouwer zal. ged, afgekocht en gelost heeft tegen heer Claes van Schoten, toentertijt commandeur van St Jan, met bier dat in den convent gedronken is geweest, alsoe zij leggende in haer sacrament ende uuterste gheseyt ende op haer henen vaert genomen heeft. Voorts zal Jan Arntsz Thuyl en zijn evenknieën tezamen an deen zyde, zyn neve Gerryt van Noortich, daer hij voor loeffde te waren an dander zyde, uut haeren goeden doen mortificeren 1 nobel sjaers tbv de pitancie van het convent, waarvoor de conventualen gehouden zullen zijn ten eeuwigen dage een mis per week te doen tot lavenisse ende vertroestinghe der ziele van Ette van Scoeten ende haren vorderen, die de voirs. nobel sjaars tot dier meyninghe besproken hadde omme die misse voirs gedaen te hebben, mer en is nochtans in 10 jaren niet ghedaen weest. Jan Aerntsz Thuyl belooft vervolgens deze nobel uit zijn eigen goed elk jaar te betalen totdat de voors. nobel gemortificeerd zal zijn
Ysbrant van Spaerwoude en Claes Gerrytsz van Hout, schepenen