1 resultaten

1437-12-06 | Haarlem

Bijdr Bisdom Haarlem dl 16 no 45/Cartul Zijlklooster Haarlem fol 42
Jaartallenindex

schepenen in Hairlem oorkonden dat de nonnen van het Zylklooster te Haarlem, met hun voogd Allart Pietersz, eener-, en Bartelmeeus van Poedersom en Ghijsbert Martijnsz anderzijds, gelieden dat sij eens seggens ende eenre sceijdinge clacloes gebleven sijn an Ocker van der Crimpe ende Boudyn Koc Roelofsz, roerende de erfenis van wijlen Willam van Polsbroeck. De uitspraak luidt dat het Zylklooster met Beatrys dochter van Willaem van Polsbroek voors, non in het voors. klooster, diens geheele erfenis zullen aanvaarden. Ghijsbrecht Martynsz zal hebben en behouden al zulc gelt als hij ontfangen heeft van Claes Pietersz, wonende tot Uytgeest in Lymmercoech, van sulken lande als hij gebruyct. Verder zal Ghysbrecht voors. hebben alsulc gelt als Huge van der Made uytreijken ende betalen sal van den jare voors (1437) van der huysinge dair Harman Poll nu ter tijt in woent ende dat gelt van den renten van den boimgairt buten der Cruuspoirte. Verder zal Gysbrecht betalen al hetgeen Willem van Polsbroec den Jacobynen te Haarlem en de kerk te Polsbroec besproken heeft. Ende Bartelmeeus van Poedersom sal betalen sulke sculd als men der kerken tot Scoonhoven sculdich is, alsoe dat die nonnen regularissen dairoff quyt wesen sullen, ende voirt ongemoeijt dairoff bliven. Voirt so ist die seggers hoir seggen dat die nonnen regularissen ende Beatris voirs, Aernt Willem van Polsbroecs bastaardzoon, uitreiken en betalen zullen, zulke 200 Arnh gulden als hem zijn vader Willam gemaect ende besproken heeft ende dat sullen sij in der Weeskynderboec tot Hairlem doen setten. Sterft Aernt kinderloos dan zal dit geld aan het Zylklooster tergukomen. Voorts zullen zij aan Gheertrude Willem van Polsbroecszuster dochter 8 Beyerse gld (uitreiken)

Jan die Grebber en Jan van Noortich, schepenen