13 resultaten
1427-03-14 (1426) |
R.A.H. 85 fol 104-105v
Jaartallenindex
bevelinge op Willem van der Couster om het pontgeld in te gaderen
Cupere, de | 1554
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers dl II dossier 609
Achternamenindex
Wisse Symonsz de Cupere en Adriaen Huygensz, gaarders van het pontgeld (van de tol op vis) te Brouwershaven
Willem | 1454-1455
Thesauriersrekening Haarlem
Voornamenindex
mr Willem, de schout van Schagen, van zijn pontgeld 18sc 8d (p 6)
Stuurman | 1554-04-06
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers dl II dossier 609/I sub d
Achternamenindex
Jacob Claesz Stuurman verklaart voor de magistraat van Zierikzee dat hem ten onrechte te Brouwershaven door Coen Fransz en Adriaen Huygensz tol- en pontgeld afgeeist was (± 1553-10-01)
1535-09-24 |
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl I dossier 54 sub C
Jaartallenindex
schepenen van Delft spreken mr Pieter Pouwelsz vrij van de tegen hem door Aert Suyer [snyer ?] ingebrachte aanklacht van malversaties bij het innen van accynsen en pontgeld. Aert Suijer wordt wegens het doen van een valse aanklacht tot een boete veroordeeld. Copie van een vonnis uit een register dat bij de brand van Delft verloren is gegaan
Pieter Dirc Woutersz, Cornelis Aelbrechtsz, Adriaen Vranckesz, Cors Claesz, Joest Gerritsz, Cornelis Michielsz en Quiryn Aertsz, schepenen
1559-06-15
folio 81v [los ingevoegd] LXXV 1557-1561
Transportregister Haarlem
los ingevoegd papier dat Heymen Jansz zeylemaker als pachter van t pontgeld in t jaer ons Heren 1559 erkent ontvangen te hebben van Claes Ysbrantsz 3 gld 12 st en dat van een schure die hy gecoft heeft van de erfgenamen van wylen Claes Pietersz scoemaker voor 180 gld. In kennisse der waerheyt by mij gescreven en onderteyckent den 15 dach Junio. By my Heymen Jansz zeylemaker (met zijn merk)
1406-08-07 |
R.A.H. Coll Aanw 69 fol 152/Memoriale B.H. fol 96
Jaartallenindex
Philips heer van Wassenaer etc ende Philips van den Dorp oorkonden dat zij aan Jan Lambrechtsz, Martyn backer Martynsz, Dirc Rembrantsz, Winric Claesz, Jan Jongelinc en Willem Dircsz hun breuken en misdaden hebben kwijtgescholden. Met bevel aan schout, schepenen en raad van Alkmaer om het rustig hun goederen weer te laten aanvaarden, vervreemde goederen moeten teruggegeven worden en de borgen uit hun borgtocht ontslagen. Willen zij ontpoortert worden, dan mogen zij rustig uit de stad gaan tegen betaling van het pontgeld zoals dat van ouds gebruikelijk is. Item is desgelycs wrt daerna een plackaert te geven van woorde te woirde desen personen hier na geschreven: Claes Hobbe, borge: Andries Willemsz en Doeve Vranckenz; Aernt Jenekenz, borge: Andries Jenekenz; Wibrant (er staat Wibraut) Bertelmeusz, borge Martyn Martynsz; Willem Jan Jacobsz, borge: Jan Reynersz scutemaker; Symon Claisz, borge: Vrank Lambrechtsz
Pieter Pouwelsz | 1541
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl I dossier 54, dl V dossier 402
Voornamenindex
mr Pieter Pauwelsz, schout van Delfshaven, zou malversaties gepleegd hebben bij het innen van accijnzen en van pontgeld; in 1535 was hij daarvoor door de schout van Delft vrijgesproken. Hij zou, gehuwd, gepoogd hebben als ongehuwd met Marytgen Ghysbertsdochter uit Amsterdam in het huwelijk te treden, doch was door de deken en provisor van Schieland op 1539-05-20 hiervan vrijgesproken; 1529-1537: Pieter Pouwelsz, schout van Delfshaven, proces (dossier 402); 1544-1558: vroeger schout van Delfshaven kocht van vele crediteuren van Thomas van Liesvelt hun vorderingen op en procedeerde hierover
1451-1452 (2) |
G.A. Haarlem Thesauriersrekening Haarlem I no 202
Haarlem Algemeen
(vervolg) (fol 5) ontvangen op rekening van de schout van Ryswijc van Claes van Wardersland, dat verscheen 22 Febr, 24£; (fol 5v) ontfangen van pontgeld ende besterfte: a) van Claes Gherytsz van sijn pontgelt 6£ 6sc 8d, b) van Jan Luijtgenz van sijn pontgelt van Baertout die Verwers wagen, 17£ 14sc 8d, c) van Gheryt Ysbrantsz van Hillegom van Pieter Louwen wijfs doet, van hoir pontgelt 6£ 13sc 4d; (fol 6) Willem Jacobsz midsoemer huurt de wage, 1 jaar, 220 £, Cornelis de hantscomaker "die repe en ellenmate, 1 jaar, 20£", en de koorn- en hop maat, 1 jaar 27£ 10sc; (fol 6v) Aernt Jansz die men heet Scheluwe Aerntgen huurt de kraen voor 1 jaar 10£ 10sc, ontvangen van Garbrant die Rieghe ende hij van outs sculdich was van die hanck onder die vischbrug die hij huurde 1449/1450-03-22, 6£; (fol 7) ontfaen van der stede rantsoenen binnen desen jare: Gheryt van Noortich ende van Jan Claesz van ritsoen ghelt van die visscherije van Sparendamme 39£ 4sc, van Jan Pietersz ende Berwout Berwoutsz van ritsoen v.d. hoppenbierexcys 28£ 15sc, van Jan van Schoeten ende Gheryt Loen, van ritsoen van die koornexcys 17£, van Dirck Soijersz van ritsoen ghelt van den wynexcys 5£ 6sc; (fol 7v) van Jan van Rollant van ritsoen v.d. Hamburgerexcijs 1£ 14sc, van Willem Jacobsz midsomer van ritsoen van die waghe 9£ 11sc, van Berwout Berwoutsz van ritsoen van de koornexcys 16£ 9sc,; (fol 8) van Jan Claes Symonsz van ritsoen van de wijnexcys 5£, van Thamis van Hoghendorp van idem van Hamburgerbierexcys 2£ 4sc, van Cornelis de hantscomaker van idem van de ellenmate 32sc, van die kraen 25sc; (fol 8v) van Dirck Soijersz van ritsoengelt van die hopmaet 2£ 1sc, van Symon Gherytsz van Egmond van ritsoen van brouwersgelt 9£ 13sc 4d
1453-1454 (2) |
G.A. Haarlem Thesauriersrekening Haarlem I no 203
Haarlem Algemeen
(vervolg) (fol 5v) ontfangen van Symon Berwoutz van rantsoengelt van die Hamburgerbierexcys 1 £ 18sc, van Berwout Berwoutsz van rontsoengelt v.d. koornexcijs 17 £ 10sc. Ontfaen bij den schout van Ryswijc van Claes van Warders lant, so dat dit lant als van den coep nu hiermede alle betaelt is, 36£. Mer is te weten dat der stede noch gebrect van pachte 1 jaer eer dit lant vercoft wort en draecht 1£ grote (fol 6v); (fol 7) ontfaen van pontgelt: van Dirc Jan, schout van Sloeten, van eens mans wegen van syn pontgelt 1£ 6sc 8d, van Gherijt Zalen wijfs erfgenamen van hoir pontgelt 2£ 13sc 4d, van Jan Claesz van Velsen van sijns soens pontgeld 3£, van Jan Buijse van idem 16sc, en van Dirck Reynersz van Sloeten 2£; (fol 9) Dirc Soyersz betaalt c.s. nog voor de koornexcys 11£ 15sc; (fol 14) op 3 Mei Claes van Yperen en Jacob Dirck Bartinxz naar Leiden; op 20 Mei Aernt Pietersz, burgemeester, Gheryt van Noortich, schepen en Willem Paedze, clerc, naar den Hage; (fol 14v) op 24 Mei Claes van Ruven, burgemeester, Jan van Bekesteijn en Symon van Noertich, vroescippen en Hubert de bode naar Rijssel; (fol 16) op 2 Juni reisde Willem Paedze tot Alcmaer omme aldaer mitten kinderen van Haerlem te spreken van den geschille van den lande gelegen tot Veenhuijsen tusschen hemluyden ende Bertout van Assendelft, daer op die tijt een geblijf gemaict wordt. Ende reysde van dair t'Egmonde omme mit Ghysbert van der Huele, de schout aldair te spreken van Floris Engbertszoens gebreken; (fol 17) op 25 Juni naar Leiden an mr Reyner van Eten roerende hoe die stede van ....... [?] vernomen hadde dat Pieter van Bossche der heemraden bode soude willen panden an Wisse Pietersz lant te Reynsburch, roerende syn reste op ten cleynen steden; (fol 16v e.v.) Wouter Jansz, clerck; (fol 17v) op 28 Juni Jan van Huessen naar Aemstelredam; (fol 18) op 4 Juli naar den Hage om te verantwoorden tegens Jan Zael; (fol 19) Claes van Ruven, Aernt Pietersz, burgemeesters, Floris Engbrechtsz, vroescip