11 resultaten

1433-09-03 | Geertruidenberg

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 125/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

Steenwech bij den Bergh, den brief van een stuk land aldaar, gecocht van Willem Poytinck. Schepenen in Dordrecht oorkonden dat heer Godscalc Jan Noyenz, priester, met zijn gecoren voogd verkocht heeft aan Willem Poytinck al alsulke land met zyn toebehoren, gelegen binnen de vrijheid van St Geerdenberghe an beyden zyden van der steenen hoel, zoals Vrederick Tack heren Vrederycsz dat lant placht toe te behoren, en Vrederic hem vercoft heeft

Thomas Pieter Kintsz, Aernt Zamencoper Gheraetsz, Claes Symonsz en Damaes Jansz, schepenen

1412-05-07 | St Geertruidenberg

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 111/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

Rijte sub Monte. Engelbrecht grave te Nassouw, heer ter Lecke en to Breda, als wittich man en voocht onser liever gesellinge Johannen Vrouwen der voirg. landen, oorkondt dat voor ons en voor onse mannen van leen comen is Barbara dochter van Maes des Conincks Jansz wylen, met Janne Poytinck Willemsz, haar wettige man en voogd, en heeft na dode haars vaders voorn in leen ontfangen 14 morgen lands, geheten die hove van der Riete, dat haar vader van ons in leen te houden placht, gelyck ons leenboeck en oic die hantveste daeraf inhouden en begrypen. Te houden tot een gerecht Brabants erfleen, roerende uyt den huize van Breda. Jan Poytinck doet hulde en eed voor haar (vgl 1409-04-11, 1459-04-18)

Willehem van Daelhem here van Donga, Gielise van de Kamp, Philipse van der Lecke, Willem van Oesterzeel, mannen van leen

1452-04-19 |

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 23v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

schepenen in Dordrecht oorkonden dat Aernt Ghout Jansz verboeden heeft met allen recht in t jaergeding dat men bezat des Woensdages na beloken Paschen, dat aendeel van den huyse dair die doorstoken brief of inhoudt. Voirt kennen wij dat Jacob Poytinck met enen verdeban gebannen is uten aendeel van den huyse voors. ende Aernt Goudt daer weder in (vgl 1456-03-30, 1450-04-21)

Peter van Roeden, Joris Splintersz en Jan Buysch Willemsz, schepenen

1440-04-14 | Steloe

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 II fol 98/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

"den brief van 8 lopen rogs die ons Jacob Poyntinck onse provenier gecocht heeft". Schepenen in Oesterhout oorkonden dat Leenart Wouter Snijersz erkende verkocht te hebben aan Jacob Aelbrechtsz [Poytinck] 8 lopen rogs sjaers erfpacht, die Leenaert ancomen en bestorven zyn van zynre moeder Wouter Snyers voirs. wijf was. Op welke erfpacht voirs. Leenaert van zijn kintsdeel geerfdeeld is, zoals de doorgestoken brief inhoudt (vgl 1410-02-15)

Goedevaert van Cethers en Jan Bernagii, schepenen

1444-03-13 | Moerkerken

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 83/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

prior en convent van de Carthusers bij St Geerdenberg op die een zide, ende ic Jacob Aelbrechtsz op die andere zyde, verklaren het navolgende overeengekomen te zijn. Het convent neemt Jacob voirs. aan tot provenier en medebroeder en zal hem zolang hij leeft zijn levensonderhoud geven. Zij mogen hem geen last, arbeid of reizen bevelen. Hij geeft hiervoor 550 Arnoldus Gelres gld in gereed geld om renten mee te kopen. Onder tal van bepalingen. Bezegeld met het gemeen conventszegel. Daar Jacob zelf geen zegel heeft, zegelt Jan die brouwer, myn zwager, voor mij, die tevens ook voor zijn wijf en voor zijn kinderen in dit bovenstaande consenteert. Gegeven anno 1444 des anderen dages na St Gregorius. Boven staat: Ordinatio Jacobi Poytinck prebendarius nostri qui multa bona nobis contulit

1450-04-21 | Dordrecht

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 23/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

schepenen in Dordrecht oorkonden dat Jacob Poytinck Aelbrechtsz erkende dat hij vercoft heeft Aernt Ghout Jansz, die houder is van desen brieve, ¼ deel van een huis met zyn erfpachtigheid en andere toebehoeren so hem dat van Kathelyn Willem Poytincs weduwe, zyn oudemoeder, aengecomen en bestorven is, na inhout der vertichten die daer syn, so men ons seyt. Staende dat voirscr huijs aen die poortside op die havenzide op ten oosterenhouck van der Vischbrugge, aen d'een side: die strate van der Vischbrugge, aen d'ander side: Jan die brouwers huijs, streckende van voir van der straten totten huyse dat Jacob vor staende heft dair after an der Vischbrugge voirs. ende mitten kelnaer onder Jacobs voors. huys totten haven toe. Dat geheel huis belast met 5£ 16 schell Holl sjaars te rechter lanthure. Gegeven anno 1450 des Woensdages na Palmsondach, dat was 21 dagen in April (vgl 1452-04-19, 1456-03-30)

Snellaert Duyck heren Gysbrechtsz, Arnt Zamencoper Gerritsz ende Reyner die Jonghe heren Willemsz, schepenen

1454-04-28 | Moerkerken

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 79v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

schepenen in Dordrecht oorkonden dat voor ons quam Aert Barysz die by dode van Jacob Poijtinck Aelbrechtsz alleen gedeelt en gebleven is aen de doorgestoken brief, het daarin vermelde goed overdroeg aan Boyen Danielsz (vgl 1444-05-20). "Nota per hiis quod scripsit dom. Johannes Overcamp procurator te weten dat Jacob Aelbrechtsz Poytinck genoemt onse provenaer en brueder gecocht heeft die beternisse of beterscap van 4 morgen lands begrepen in de brief getekt M 32 ende is dat vierde stuk lants van den 44 morgen in den brief voirs . Welke 4 morgen lants hij tegen ons verpacht heeft erfelyck oic jaerlicx om 2 R gld, elke morgen facit scilicet 7 R gld. De quibus litterarum non habemus quod a^p be daimus (?), noster est et post ejus obitum nobis melioratio hujus modi totaliter deveniet. Et iste Jacobus habet litteras consiluis [mis] tenoris super 4 jugera a prescripto Theodrico de Moerkerke bastardo et Woutero Veers ejusdem q obligationis quibus prescripta littera habetour ceteris"

Henrick Pypken Wembersz, Claes Symonsz Mon, mr Jan Abenz en Jan die brouwer Michielsz, schepenen

1442-04-24 | Vraechel sub Oosterhout

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 II fol 101/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

"den brief van 8 lopen rogs die ons Jacob Aelbrecht [Poijtinck] onse proveneer coft". Schepenen in Oesterhout oorkonden dat Jan Doornick erkende verkocht te hebben Jacob Aelbrechtsz {Poytinck] 8 lopen rogs sjaars erfpachts. Onderpand: 2 lopen saet vry lants gelegen tot Vraechel in die acker daer Wouter die Coc met zynen erven gelegen is op die een zide, ende dieselve Jan met zyn anderen erve gelegen op d'ander zide. Item noch 3 lopen zaetlants geheten den Zandyck, gelegen neven Gielis Gielisz met zynen erve op d'een syde, ende Herman van den Byesen met zynen erve gelegen op d'ander zyde, vrij met 3 penn. te sheren tynse jaerlyks. Item noch die beterschap van ½ bunder lants gelegen neven Jan Bunscert met zynen erve op d'een side, ende Heyn die Coc met zynen kinderen gelegen op die ander zide. Item noch ½ bunder lants gelegen tot Vraechel, op d'een zide: Heyn Scoenmaker met zyn erve, op d'ander zide: Peter van der Veken, streckende tot an tsheren strate. Item noch een ½ bunder gelegen in die acker neven Heijn die Houwer op d'een zyde, ende Jan Art Heynenz op d'ander zyde. Belast met sheren tyns sjaers en met 7½ viertelen rogs erfpachts voer utgaende

Jan Bernagij en Bartholomeus Jan Brouwersz, schepenen

1444 (1) | Moerkerken

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 83v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

nota: de bonis nostris in nuw Moirkerke scripsit dns Johannes Overcamp in suo registro anni 1444. Claes Hughenz 10 morgen 1 hont etc. Et habent istam terram pensionata Jan Buys en Adriaenus Becker, elke morgen voor 4 R gld. Item ut des heren land van Moirkerke 87 R gld gr. Vry s gelts op 44 morgen lants, facit 118£ 1 (?) st. De istis habet Jacobus Poytinck 4 morgen in erfpacht sjaers om 7 R gld. Prior Steenken in suis registris anno 1448 ita scripsit: op 19 mer... filiarum de Moerkerken, elke morgen 2 Fl facit 38 R gld. Jacob Poynintck [= Jacob Aelbrechtsz] op 14 morgen op elke morgen 2 R gld en op 4 morgen elke morgen 2 R gld; dns Lambertus Nies op 7 morgen, elke morgen 2 R gld; Jan Buijs te Dordrecht 5 morgen 1 hont 35 roeden, elke morgen 4 R gld; Adriaen Becker te Dordrecht 5 morgen. Elke morgen 4 R gld. Et ista continuatm usque ad registrum anno 1453 ubi additus: noch 11 morgen 1 hont 8 roeden. Coman Neel 4 morgen 1 hont 36 roeden, facit 15 morgen 2 hont 44 roeden, horum medietas venit [aan] Hugoni Albout. Item 2 morgen Lysbeth Bertouts te Gorcum

1445-10-22 | Moerkerken

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 80/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

brief van 14 morgen beterscap, van Jan Poytinck, onze provenier. Schepenen in Dordrecht oorkonden dat here Lambrecht Nijssenz, priester, ende Jacob Blonde, tesamen in den name en van weghen der Edeler Vrouwe vrouwe Jacqueline van Essene, weduwe van heren Loedwycx wylen here van Moirkerken en van der Marwede, van haer volcomelick ghemachticht mitter stede van Brugge op enen bezegelden brief. Zij verkopen q.q.q aan Jacob Aelbrechtsz die beternisse en erfhure van een stuk land, houdende 21 morgen in den nieuwenlande voir den Maesdam, dat men hiet tsheren land van Moerkerken, in den ambacht van Scobbe en Everocker, streckend dit voirs. stuk lands ten westen: an des H. Geestshoeve, zuid: de Zuitweg, noord: de Noirtwech, oost: aan Jan Buijssen lant, die welke 21 morgen lants voors. Dirk van Moerkerken, bastart, en Wouter die Veersen tesamen als gemachtigden van vrouwe Jacquemine voirs. en van jonckheer Vranck here van Moerkerke en van der Merwede en van wege de andere kinderen van heer Loedewyck voirn. vercoft hebben aan de Carthuizers bij St Geerdenberg, die het wederom aan de verkopers in erfpacht gegeven hebben, elke morgen elk jaar om 2 Overl. R gld, zoals de schepenkenning van Dordrecht inhoudt. Aan welke beternis en erfhuer van de 21 morgen lands voors. Vrouwe Jacquemine voirs. alleen bedeelt en gebleven is na inhout der brieve van der scheydinge ende delinge die tussen haar en hoeren kinderen gemaect zyn

Adriaen Anssenz, Hillebrant Kegelaer Jacobsz, Henrick van der Mijl Claesz ende Aert van Loen heren Gysbrechtsz, schepenen