4 resultaten

1623-06-02 | Koedijk

R.A.H. O.R.A. 6218 fol 183
Jaartallenindex

op huyden soe heeft Geltdolff, castelein, Gerritsz tot Petten, vercoft, quitgeschouden ende getransporteert aen en tbv Jelle Cornelisz Hacker, een stuk weiland gelegen binnen onsen banne inde Achtergheest, genaemt "de Heilichdachsweide", groot 7 gars, west: het Clauslach, noord: de suijderste bailliusweijt (vgl 1604-09-10)

1432-11-08 | Woerden

R.A.H. Coll Aanw 57 fol 386v/Copie Leenkamer
Jaartallenindex

hertog Philips oorkondt dat heer Roelant van Utkerke uit zijn naam opgedragen en quitgeschouden heeft aan Symon Vrederic van Zwieten ½ van de navolgende thienden tot Groot Rietvelt, die thiende tot Cleyn Rietvelt, die tiende tot Tornoysvelt, die tiende tot Oudelant ende die tiende tot Bredevelt. En dat hij Symon Vrederic van Swieten hiermede vervolgens beleend heeft,zoals Olivier van Ohaij die te houden plach

1569-02-10 (1568)

folio 33
Transportregister Haarlem

Jan Claesz Engelschvaerder verkoopt aan Cornelis Engelsz, schipper, een huis met vrije stege daar bezyden, in de cleyne Houtstraat, an d'een zyde: Evert Jacobsz, an d'ander zide: Frederick Gerytsz, achter streckende aen Christoffel Bartholomeusz, vleyschouder. Belast met 3sc 6 d sjaars. Zonder datum. In margine staat: van desen coop hebben die contrahenten binnen de eerste zes weken elckanderen quitgeschouden. Overmits hier niet

1496-09-07 |

Fundatie Kamers Walenstraat Die Burgh op Texel/Copie G.A.
Jaartallenindex

schepenen in Texel oorkonden dat comen Jan Pietersz, machtig zyns lyfs etc gegeven en quytgeschouden heeft tot een ewich testament een huis met 3 cameren om 3 arme mensen daer in te wonen, staende an die noordzijde van Claes Jansz huysinge van Hogendorp, streckende westwaerts an Jan Meynertsz erf, noord: dat leen. Ende nogh gegeven en quitgeschouden up elcke camer 25 S. Jacobs lopens ghelt, tot ewigen dagen durende. Ende set ten onderpand: 1) voor enen kamer een koog lands gelegen voor Folque Jan Kerstgensz hofstede, groot 700, belend oost: Bouwe Smit, oost (!) ende west: Folque Jan Kerstgensz, zuid: Pieter Ysbrandsz, 2) voor die ander 25 st 300 lants [3 hont ?] gelegen bij Gerrit Claeses Joncke, west: Pieter Ysbrandsz, oost: Claes Gerritsz, zuid: Huich Goel [Gael ?] Albertsz, noord: Jan Pietersz kinderen, 3) op die 3e camer sal wesen te renten 26 st sjaars ende heeft belenden Jacob Huygensz, ende het te onderpand een ½ holtorp onverdeelt met 300 roeden lands an die noordzijde, belend oost: Willem Gael, west: Brantgen Broersz met zijn stiefkinderen, noord: Geryt Henricsz, zuid: Ywe Pietersz en Jan Jansz. De oude gasthuismeesters mogen deze renten innen op de genoemde landen. Coman Jan zal zyn leven lang de armen aanwijzen, daarna de gasthuismeesters met een van comen Jansz naaste bloed. Daar de beide schepenen op deze tijd geen zegels hebben, zegelen Heertgen Saskersz en Albert Henricsz voor hen

Symon Isbrandsz en Coppen Gerritsz, schepenen