3 resultaten
1413-06-08 |
R.A.H. Coll Aanw 72 fol 137v/Memoriale B.A. fol 99
Jaartallenindex
hertog Willem oorkondt: want wij sculdich waren Willem van Leckerkerc die somme van 100 Eng nobels, daer wij him voir gegeven en vercoft hadden dat lant tot Schoonenburch. Ende want wij seder vervolcht sijn van onser geminder nichten joncfrou Katryn van Cleve en van der Marck die ons onderwijst heeft dat sij naerre is t voirs. lant tot Schoonenburch te besitten en te gebruken dan Willem voirs, soe hebben wij denselven Willem doen geven en betalen 40 nobelen, ende die ander 60 nobelen etc daer wij hem voir bewyst en in handen geset die tienden die wij hebben van 28 morgen lants himselven toebehorende, gelegen in Riederwairt, die hij oerbaren en gebruiken zal totdat de hertog hem deze 60 nobels betaald heeft. Gegeven in den Hage
Barendrecht, van | 1329-07-27
Reg Rotterdam en Schieland no 384
Achternamenindex
graaf Willem verklaart, nadat Gillijs van Cralinghe hem heeft opgedragen een tiende, die hij van de graaf in leen hield en Adaem Ottenz wederom van hem, gelegen in Riederwairt in Riederambacht westwaarts naast de tiende van Jan heer Gillysz, deze tiende in leen gegeven te hebben aan Jan, voornoemd. Vgl 1342-11-23 en 1368-10-06
Roon, van | 1378-01-26
Reg Rotterdam en Schieland no 1008, 1009/Reg Memoriale BG fol 25, ingestoken papier tussen 24 en 25, opgeplakt op fol 37
Achternamenindex
de volgende ambachtsheren zijn bereid hun ambacht in Riederwairt te bedijken: de burggraaf van Leyden, Willem van Cronenburch Cairnesse, Oedzier van Cralingen, Boudijn van Roden en de zoon van zijn broer, de heer van Oosterhout en de heer van Putten. Boudijn en de zoon van zijn broer [Pieter] willen "eerst een inlaghe leggen in Peyndrec, strekkende tot de molenwerf in Roden", buiten hun kosten en verder op enige voorwaarden