9 resultaten

1529-08-19 |

R.A.H. Coll Aanw 117 Caput N.H. fol 69v
Jaartallenindex

leenmannen van Holland oorkonden dat Engelbrecht van Scheijden, met consent van zijn broeder Heyndrick van Scheijden, transporteert tbv zijn neef Jan van der Mije Thymansz, alsulke actie en toezeggen als hij soude mogen pretenderen als naeste erfgenaem van wijlen mr Gerrit van der Mije, aan de hofstede van der Mije mitter huysinge en toebehoren, in de ban van Nieucoop, gelegen voor 100 morgen land, uytgeseyt alsulcke 8 morgen lants als bij transporte van Engelbrecht aan eenen mr Cornelis van Schoonhoven overgegeven en bij de Kon. Maj. verleyt sijn, die in de voors. 100 morgen niet begrepen of gerekend zijn. Engelbrecht consenteert ook in de making door wijlen mr Gerrit van der Mije gedaan

Ysbrant van Schoten, Jacob van Treslong, Joost van den Hoven, leenmannen van Holland

1451-10-20 |

R.A.H. Coll Aanw 223 fol 459v/Mem. Bossaert fol 195
Jaartallenindex

was geappointeerd dat Henric de bastaert van Cronenborch ende Claes Willemsz als waelboren luyden van Nyedorpercogge die gegijselt waren, contra die van Nijedorpercogge over trecken zouden bi den scout van Haerlem, Aelbrecht van Raephorst, om betoich van betaelt te hebben hoeren tax van der bede ofte van eenich geblyf ende wederom op morgenavont in te comen ende niet te scheijden op een pene van 50 scilden

1529-04-08 |

R.A.H. Coll Aanw 117 Caput N.H. fol 80v
Jaartallenindex

Karel oorkondt dat voor onse lieve en getrouwe ridder en eerste Raed van de Camer van Rade in Holland, heer Gerrit tot Assendelft, stadhouder van onse lenen in Holland in absentie van de grave van Hoochstraten, stadhouder generaal, compareerde Engelbrecht van Scheijden en ons opdroeg tbv mr Cornelis Joosten van Schoonhoven, 8 morgen lant gelegen in den ambacht van Nieucoop, zuidwest: Dirck Willemsz erfgenamen van Poelgeest, met erven gehouden van de grafelijkheid van Holland, noord: Dirck Willem Pietersz erfgenamen, mit erven die men eveneens houdt van de grafelijkheid, zuidoost: Dirrick Aerntsz erfgenamen. En dat hij vervolgens mr Cornelis Joosten hiermee heeft beleend, te houden tot een onversterfelijk erfleen

Vincent Dammas, auditeur v.d. rekencamer, Cornelis Barthout, Simon van der Does, Huybrecht van Hoeff, leenmannen

1529-02-06 |

R.A.H. Coll Aanw 117 Caput N.H. fol 77
Jaartallenindex

Karel beleent Engelbregt van Scheijden na dode van zijn oom mr Gerrit van der Mije met: 1) overgeslagen ?, 2) 8 morgen lants gelegen in den ambacht van Nycoop, zuidwest: Dirrick Willemsz erfgenamen van Poelgeest, met leen van Holland, zuidoost: Dirrick Arensz erff, mit eygen erve, tot een onversterfelijk erfleen, 3) 5 morgen lants metter huysinge die daer op staet en eenre smaltiende, in de ban van Wateringen, streckende mitten voorende an den gemeenen weg, 4) 2 morgen 2 hont land in het ambacht van Wateringen, oost: Gysbrecht v.d. Mye, west: de Qua wateringe, zuid: Jan van den Weere, noord: de banwech. Tot een onversterfelijk erfleen. Op 1529-11-07 compareerde alhier in de camer Engelbrecht van Scheij en verklaart dat hij geen regt en ....... ende huysinge ende hofstede van der Mye met 100 morgen land daeraen gelegen, ende deselve toebehoorde Jan van der Mye Thymansz, aan wie hij al zijn eventuele rechten afstaat

mr Jacob de Jonghe, heer tot Baertwyk, onse Raad en rekenmeester in den Haag, Zegher van Alveringen, Cornelis Barthouts, Huybrecht van Hoeff Pietersz, leenmannen

1411-04-18 |

R.A.H. Coll Aanw 72 fol 57v, 60v, 61v, 62, 63v/Memoriale B.A. fol 43v, 46, 47v, 47, 48
Jaartallenindex

geleide voor heer Gillis van Cralingen, tot beloken Pinxteren toe (fol 57v); 1411-04-20: geleide voor Jan Konijn en Zeger van der Walle mit horen knechten etc; 1411-04-21: geleide voor Gysbrecht van der A en Gheryt v.d. A, durende tot St Jacobsdage toe (fol 60v); 1411-04-28: geleide voor heren Aernt den Wale, heren Gysbrecht Heerman, canoniken ten Dom, durende tot beloken Pynsteren toe e.k. (fol 61v); Eodem die geleide voor Willem Heynricsz, durende tot Bamisse toe e.k; eodem die geleide voor Symon Reynersz, Reyner syn broeder, Martyn Ellenz (Elleuz ?), Hanijck Caijnga, Henne, zijn broeder, Sidse en Jouric mit 21 personen tot hem, veylich te Medemblic te comen en weder van dane te scheijden, dit sal ingaen op een Sonnendage e.k. over 8 dagen, en geduren daerna 4 dagen lang (fol 62); 1411-05-01: geleide voor grote Gheije en Claes Boudijn, durende van en Sonnendage e.k. 14 dagen lang (fol 62); 1411-05-12: geleide voor Heynric Meijnricsz, durende tot Kersavond toe e.ke.; 1411-05-14: geleide voor Johannis Wisselair, tot St Bavendage e.k. toe (fol 63v); 1411-05-15: geleide voor Claes van der Dussen, tot Kersavond e.k. toe; 1411-05-14: geleide voor Johan Grave en Herman Vincke met 12 personen toe, tot St Jansdage e.k. toe (fol 63v)

1529-11-29 |

R.A.H. Coll Aanw 117 Caput N.H. fol 111
Jaartallenindex

compareerde voor den Hove van Holland Enghebrecht en zijn broer Hendrick van Scheijden en jvr Catharina, natuerlyke dochter van wijlen mr Gerrit van der Mye, met haar broer mr Jacob van Jutfaes als voogd in deze zake, en verklaren dat zij geaccordeert en vereenicht waren van alsulke questien en geschillen als zij jegens malcanderen uytstaende en hangende hebben voor den Hove van Holland, ter cause van de achtergelaten goederen van de voors. wijlen mr Gerrit: 1) Engelbrecht en Hendrick renuncieren van de eygenlyke goederen van mr Gerrit en zijn tevreden dat jvr Catharina die aanvaardt ten eigen behoeve, onder voorwaarde dat zij tot haar last neemt alle schulden en legaten van de erflater. Aan de broers zal zij 300 gld betalen; 2) jvr Catherina doet afstand van de 12£ per jaar die haar vader haar maakte uit de leengoederen van der Mye en andere leengoederen te Wateringen. Zij draagt deze rente over tbv Enghelbrecht; 3) indien de weduwe van mr Gerrit binnen 4 jaar sterft of hertrouwt, belooft jvr Catharina aan Hendrik boven de 300 Kar gld nog eens 300 Kar gld te betalen; 4) jvr Catharina zal de beide broers niet onterven t.a.v. goederen gecomen van wijlen mr Gerrit, behalve dat zij uit deze goederen aan degene die zij wil een lijfrente van 10£ gr Vls zal mogen bespreken. Het Hof condemneert beide partijen in dit accoord (1530-04-06 en 1529-12-10)

present: heer Floris van Wyngaerden, heer tot Yselmonde, Jan van Duyvenvoorde, heer van Warmond, ridder, Jan Penninck [= Benninck], mr Franchoys Cavel [= Cuebel], Jasper Lievinsz [v.d. Hogelande], Hugo van Assendelft, Reynier Brunt, Guillaume Zegers [van Wassenhoven], Raadslieden; get. J. de Jonge

1453-05-19 |

G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 500/Cartul N. Nonnenconvent Amsterdam fol 36
Jaartallenindex

Dirck Claesz Put, scout in Oestzanden, oorkondt dat voor hem kwam heer Claes, pater van het N. Nonnenconvent te Amsterdam, an die een zijde, ende Dirck Jansz gheheten Gruus erfgenamen mit horen evenknieën utghenomen Symon Gruus ende Dirck Gruus an die ander zijde, ende ghelijen eendrachtelicken ende sijn alinghe ende al ghebleven alsulke scheydinghe ende seggen als Dirck Claesz, Ghijsbert Claesz ende Pieter Allert seggen ende scheijden tusschen hem an beijden sijden voirs. van die twist ende twedracht dat roerende is van Lubbricht erfnisse, nonne ter Lely, Dirck Janszoonszuster zal.ged. Item soe hebben die 3 goede eerbare mannen voirn. dit segghen geseit soe dat Jan Gruus ende Claes Gruus mit hoer 4 swaghers ende hoer evenknijen als Claes Cuper ende Dirck Willem Matheusz quytscelden voir hoir ende hoer nacomelingen die twe stucke lants legghende te Ylpedam, daer dat een of geheten is Daems koeijen. Dat ander die 1½ koeven. Ende een stucke lants leggende tot Overleek, ende een stucke lants gheheten Wolmersnoort. ende oec dat lant dat gheleghen is te Waterganc mit Jan Harmansz gemeen, ende oec die 2 nobelen sjaers die staende zijn op ter stede van Amsterdam, den nonnen ter Lelye voorn. tot eyghen ende tot erf. Waar Jan Gruus en Willem Gruus er borg voor staan dat Simon Gruus en Dirck Gruus of iemand anders van de erfgenamen aan het genoemde klooster hiervoor geen schade of hinder zullen doen, en dit zullen beteren en voldoen bij dese 3 voirn. segslude, utghesceiden Jan Claes Jan Aemsesz want die blivet op sijn guede recht. Blijkt het dat de voirn. erfgenamen meer goed vinden uit Lubbrichs erfenis, sou souden die gueden vrij ende eyghen wesen Dirc Jans erfghenamen mit horen evenknijen sonder enich wederseggen der voir. nonnen

Gheryt Yvesz, Pieter Baerner, Jacop Claes Arysz, Dirck Pietersz, Pieter Jansz, Claes Valckesz ende Ulfaert Claes Ulfaertsz, schepenen in Oestzaenden

1398-12-28 |

R.A.H. Coll Aanw 67 fol 60v/Memoriale B.M fol 45
Haarlem Algemeen

item nam Heijn Zagher bi sinen eede, doe t vechtelic was tot Haerlem op Willem Cuser in Jans huijs van Foreest, doe was Heijn voers. Willems knecht, doe in dien vechtelic en sach Heijn voers. noch en hoorde dat Willem die Grebber yet dede of pijnde te doen, dat Willem Cuser tiegens dragen mochte, maer hi sach dat Willem die Grebber him seer pijnde te scheijden, ende als him docht so was him leet toten vechtelic. Oec so seide voers. dat Willem die Grebber Willem Cuser altoes pijnde te voldoen ende lief te doen als him dochte, ende dat hi niet en hoorde dat Willem die Cuser Willem die Grebber ondancte in desen stucken. Item seide heer Coen Cuser dat Willem die Grebber quam tot Willem Cuser sinen zoon, daer hi sat opten put voer t huijs voers, ende seide dat hi Willem Cuser spreecken woude. Daer seide hi Willem Cuser dt hi wel voeren him sien soude, hi duchte datter luden waren die him slaen wouden. Ende dat Willem die Grebber nauwe van Willem Cuser gesceiden was, daer en quamen luden lopen op Willem Cuser daer hi sat, ende vochten op him ende sloegen t naeste huijs duer, ende vreesden Willem seer ende sijn vrienden, ende voer dat huijs wort een van Willems Cusers knechten seer gewont. Ende heer Coen seide mede dat Willem die Grebber Willem Cusers maech was. item op tieselve tijt seide groote Pieter dat hi Willem Cuser hadde horen seggen dat hi Willem die Grebber bedancte, ende hadde hi gedaen, het soude him sijn lijf gecost hebben in den vechtelic tot Haerlem

1410-02-26 - 1411-02 (1410) (1) |

Kroniek Hist Gen jg 1852 p 451 e.v, p 467 e.v/Thesauriersrekening Grafelijke Thesaurie
Jaartallenindex

rekening van Philips van Dorp, ridder, als thesaurier: Ontfang. Item 1 July ontfaen van heer Gerrit van Zijl 600 france cronen, daeraf heer Dirc van der Merwede in afkortinge van syne soudije die men hem schuldig was, tot Heukelom verdient hadde, 50 cronen. Item den X Sept. ontfaen van Willem Eggairt ende ter verrichtinge die jegens de Gelderschen gebezigt worden, 33£ 6sc 8 den. Eersten ontfanc van den houtvester van t Haerlemmerhout: 1) namelijk van Claes van Ruven, houtvester, 50 Vr cronen, 2) den 6 Mei van heer Dirk van Duvenvoirde, baljuw van Rynlant 11£ gr, 3) van heer Barthoud van Assendelft, balliuw van Kennemerlant en Vrieslant, die hem te wijn gelde ende te laken gelde gehoogt worden in zijnre leste rekeninge in den Hage, den 19 Augusty 1410, 90£ 8sc 7 den. Van Joost Huijsmans van wegen heer Herberen van Ysselsteijn, balliuw van Amstellant ende Waterlant, van wijngelde en lakengelde 16£ 13sc 4d, 5) van Philips de Blote, van Daniel van Cralingen, balliuw van Delfland en van Schielant, 16£ 13sc 4d, 6) van Philips de Blote, balliuw van Delflant ende Schielant, die hij den tresorier leverde van dading van Berkel 116£ 13sc 4d, 7) van den balliuw van Rotterdam, heer Philips van Spangen die hij opt balliuscap meer leende dan daer tevooren op stonde 150 cronen, facit 25£ gr. Item van denselven ontfaen 36£ 7d, van zijn dienst anno 1418 [!] ende om dat hij op sijn oude recesse soude blyven staen 36 sc 7d 3.., 8) van Dirc Saejen, balliuw van Schiedam, van wijngelde ende lakengelde, 14£ 20d. Van den balliu en rentmeester van der Goude Jan van Heteren 66£ 4sc, 9) van heer Willem van Gent, rentmeester van Kennemerland ende van Vrieslant, te wyngelde ende te lakengelde, niet, 10) van heer Gysken van den Poel, casteleyn ende schout van St Geertrudenberge, 12£ 10sc, 11) van de schout van Amsterdam, genaamt Heyn Noort, 25£ gr, 12) van Floris utten Camp, schout van Haerlem, 25 £ gr, 13) van Gerrit Mellin, schout van Delf, 8£ 6sc 8d, 14) van Claes Hemensz ende Pieter Jansz ontfaen, die sij opt scoutambacht van Edam leenden, boven datter Jan van Loenen op staende had, 175 cronen, facit 29£ 3sc 4d gr, 15) van Coppen Ponssen, schout van Oudewater, ontfaen van wijngelde en lakengelde, 10£ gr, 16) van Reijnout van Brakel, dykgrave van Zuithollant, van de dorpen van Nederveen, Waspyk, Raemsdonk, van den Zudwyn, Cleijn Waspijk ende van der Donk, roerende van zulken gescheyde als Jan van der Zijdwijn der dorpen voorn. of te recht geset hadde voor den dykgrave, t welke aen den Grave en zijnen Rade gebleven wert te scheijden, 39£ 7sc 6d gr. Somma heeft heer Philips van Dorp van de dienstluden van Holland voors. ontfangen, 667£ 18sc 8d gr Holl