4 resultaten
1551-07-30 |
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 60/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
schepenen in Leerdam oorkonden dat Willem Dobbenz beloofde t convent van de Carthuizers te St Geertruidenberg 36 gld van 40 gr Vls sjaars, ewelick en erfelyk, uit 14 morgen lant, al vrij land, behalve 8 schildt sjaers erfrente van 14 st t stuk, die daer jaarlijks uitgaan. Welk land voors. is toebehorende Willem Dobbenz voirs, gelegen in de Leerdamse gheren, streckende van der Geersloot af tot de Culemborgse Vliet toe, belend boven en beneden t convent van de Carthuizers. Losbaar met 648 gld. Onder staat: Maryken Willem Dobben weduwe of haar erfgenaam zijn den convente noch sculdich op een obligatie houdende de somma van 180 Kar gld stuk, waarvoor zy betalen 10 Kar gld sjaars, verzekerd op het onderpand daarvoren gesteld, de 14 morgen lands voirs, in de leerdamse geeren. Ondertekend bij Jan Brienssen den ouden ende Peter Cornelisz de Bije, borgemeester der stad Gorckum, ende mede bij Maryke Claes Dobben voirs. (ongedateerd)
Anthonis Ottenz die Feijter en Rutgher Spronck Cornelisz, schepenen
1473 (1) | Brant onder den Berch
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 14v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
prior Nicolaus de Hoesden ita scripsit in fine registri 1473, superi de depositis domus 124 scuta Philippi pro quibus empta est in Bezoyen op Ariaen Melen goet gelegen after Dirix van Amersoyen 8 scuta Ph. In registro 1476. Nota: procurator dedit Dirck van Amersoyen van dat lant dat ingewonnen is voor die 8 schildt voer zijn ploechrecht 38st in crastino Jacobi apostoli in domo Nicolai Volfs in presentia sculteti et Danielis. In registro 1476: wij hebben gheygent tot Besoyen Ariaen Melen [Nielen ?] ghesaet voor die 8 schilden. Item ick heb vercocht dat groote huys dat op Adriaen Nielen gesaet stonde Lemme Hagen om 65 schild. Ibidem vercocht Dirc van Amersoyen Ariaen Nielen brauhuisken om 10 schild. Ibidem vercocht dat scuerken dat op Ariaen Nielen gesaet stonde 5 scuta praeter 1sc. In suis registris sequentibus de istisita scripsit: Dirc van Amerzoyen conduxit Adriaen Nielen gesaet pro 10 scuta sjaars. Et addit Ariaen Nielen gesaet 3 mut rogs etc. Item in registro 1486: Dirc van Amerzoyen op t lant dat Arnt Nielen was 8 scilt. Ende dit hebben wij per consensum conventus te lossen, gegeven den penning 15½, solvit Henric Vendick hunc terminum de hiis clarius est scriptum de censu et siligine in secundo litro hujus operis. Nota: ons lant op Spranc butendycs was gemeten den 28e dach in anno [!] 1518 ende is bevonden groot van den wenterdyck of tot den Gantel toe 48 hont en 10 roeden. En over den Gantel 7 hont lettel min. Ende binnensdycs metter hofstad 3 morgen en 1½ hont ende ut elc hont gaet 5 penn. tot sheren chyns. Ende aldus ligt dit binnenlant int heybouck. Welc bouck bewaert de schout van de ambachtsheer
1480 | Meeuwen
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 78/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
Jacob Claesz van der Wel op ½ morgen op die Vliet 20 jaar, 4 schild, vrij; Henric Jacobsz van der Wel op ½ morgen en op 8 hont, 2 scuta, vrij; Jacob Jacobsz van der Wel op 8 hont, 1 gulden Vrancr croon, vrij; Jan Voichts wijf op haer huis en hofstad 1 oude schilt, vrij; Heyl Ockers Jacob Smits hofstat 1 schilt 6 jaer lang, des so betalen wij te Mewen den H. Geest 5sc sjaars, facit 1 stoter; Jan Bellart op syn huys en hofstat 2 Holl gld; Loyken Ockers op 1 morgen en 3½ morgen, vier scilt, vri; Jan Reyersz op 6 morgen 9 schild, vrij; Gherit Petersz 10 morgen voor 10 riders. Idem 4 hont voor 3 schildt. Dit heeft die castelein tot Huesden aengevangen want die bede niet betaelt en was, in t Broec. Arent van Ghent 17 hont voir 7 scilt. Dese 2 percelen, te weten van Gerit Petersz en Arnt van Ghent verhuert voor 4 schild sjaers, vry van al Jan Reyersz; Gherit Mallantsz 5 morgen in de ban van Mewen, 4 morgen te Drongelen, tesamen 12 schild, vrij. In registro anni 1482 scripsit Nicolaus conversus Leijken op 1 morgen en 3½ morgen 4 scuta, dit is opgewonnen et similiter Jan Reyersz 6 morgen 8½ scilt, dit is opgewonnen. Idem en Pouwels, zyn broeder ons lant in t Broic dat Gheryt Petersz plach te hebben met dat daeraen leghet om 42 scilt. Dit hebben wi an ons weder genomen. In registro anni 1485 Dieric Bellart wyf was 1 hont lants voor 10 st, des sal si den H. Geest chijs betalen die daer utgaet, 3st. In registro anni 1488. Dit perceel heeft gecocht Cornelis Petersz tot Mewen, 1 hont lands, weert sjaars 10st om 12 schilden. Item in registro anno 1501. Tot Meeuwen Jan Bellart 2 Holl gld op een ghesaet, tstuck 16 st. Istud vendidimus cuidam in Mewen pro 32 [?] g. Holl. Nota: scripsit Ysbrandus, receptor anno 1516 vercocht te wesen te Meeuwen 3 morgen lant om 82 R gld 12st
1418-11-30 |
Kroniek Hist Gen Utrecht jg 1850 p 381-387/Arch Buren; Nyhoff III no 385, 397-399, 351
Jaartallenindex
dit is alsulke ansprake ende vorderingen als wij Reinald hertoge van Gelre doen ende leggen an Gysbert Pyeck, onsen raet, also als wij beyde partyen des gebleven zyn an onsen lieven magen, raden ende vrinden, gelijkerwijs als …. compromiss dair opgemaict claerlicken uytwijst: 1) de hertog had Gysbert het ampt van Beest in pand gegeven, dair hij alle jaren aff geboert heeft hantgelt van ons, bynnen sulken tijden dat hij ons genoech schuldig was. De hertog vordert deswege 2000 alde schuldi (!); 2) hij heeft breuken op shertogen wildbanen en op de straten ten onrechte berecht; 3) hij heeft zonder verlof van de hertog een zekere Macharys gevangen; 4) hij heeft niet afgerekend het geld dat van erfkoop gecoomen is 2 à 3 jaar: 600 R gld; 5) hij heeft geknoeid met de aankoop van wijnen; 6) toen hij rentmeester was had hij tot shertogen behoef Clais van Dierem en Wolter zyn zoon aan doen tasten om breuken wille. Nu Gysbert van Mekeren rentmeester is, weigeren zij naar inhoud van hun geloften, te verschijnen. Eis: 10000 oude schilden; 7) hij heeft geen rekenschap gedaan van de wijnen die te Arnhem en Rosendael opgeslagen waren, ook niet van ossen, varkens, spek en ander proviand. De hertog acht zich voor 400 oude schilden benadeeld; 8) over 4 margen land te Beest die hij in gebruik heeft zonder dat de hertog weet hoe Gysbert daaraan gekomen is. Schade voor de hertog 200 oude schildt; 9) Gysbert heeft een deel der gemeynten tot Beesde an zijn huijs angegraven heeft ende doin graven buten onsen ender gemeynten aldair verlof ende willen; 10) Gysbert heeft zich dat gemaell tot Beesde onderwonden, buiten consent ende wille derghenen die dat toebehoort; 11) hij heeft een tiggeloven toegestaan op land dat tiendplichtig is en daardoor de tienden vermindert. schade: 1000 oude schilden; 12) hij heeft 3 personen gevangen die een oploop hadden tegen zijn oom, en hij heeft hun een oervede afgedwongen ende dairtoe gehalden dat sij synen oem beteringe gedaen hebben. Daarna heeft hij hun breuken kwijtgescholden. De hertog begroot zijn schade op 2000 oude schilden; 13) so spreken wij denselven Gysbert toe, so woe hie buten onsen wist ende wille in enen erfpacht voir 6 malden rogge des jairs, Stevens Deus utgedaen heeft den hoff ten Passe, gelegen tot Oesterbeeck, dat onse volle schuldige goit is. Daar de hertog hiermede de dienst en het recht dat dit goed hem verschuldigd is, verloren heeft, eist de hertog dat Gysbert dit goed in de oude staat van erfpacht terugbrengt, en hem een schade vergoedt van 400 schilden; 14) hij heeft de regulieren van Utrecht 19 nobel sjaars gelegen in onsen lande afhandig gemaakt. De hertog eist hiervoor 1000 oude schilden; 15) toen hij rentmeester was, had hij te Tiel dure haver gekocht terwijl er nog voldoende voorrraad was. Schade 100 sch; 16) hij heeft veergeld, costgeld en teringe berekend als hie tot Beesde ende thuys gereden is, terwijl hij zijn eigen zaken behartigde. Hij heeft ook zijn paarden gevoedert met haver van de hertog. Het antwoord van Gysbert op deze vordering is niet gevonden. Zijn positie heeft er blijkbaar niet onder geleden want op 3 Juni 1419 bezegelde hij het verbond van de hertog met Jan van Beyeren, terwijl de hertog op 29 Sept 1420 nogmaals 600 R gld leende op het ambt van Beest en Renooi, terwijl hij op dezelfde dag met goederen en tienden beleend was. De Hertog had het ambt van Beest en Renooi in 1414 aan Gsybert verpand voor 100 R gld
heren Johan Schelart van Obbendorp, onse hofmeister en drosaet to Montfoirt, Goedert van Roir, Otten van Asperen van Bueren, onsen amptman tot Saltboemel in Bomelre- ende Tielrewerde, ridder Alart soen to Buren, Gysbert van Bronchorst heer tot Batenborch ende tot Anholt, Henrick here tot Wisch, onsen drossairt onss lands van Zutphen, Wilhelm heer tot Wachtendonck ende ter Kuijpen, Gysbert van Mekeren, onsen oversten rentmeister onser lande van Gelre, Derick van Vlodorp, onsen huysmarschalck, Arnt te Boecope, Gerit Cl .... hage