10 resultaten

1398-12-13 |

R.A.H. Coll Aanw 47 fol 552/Reg Albrecht V fol 309 no 1294
Jaartallenindex

hertog Albrecht oorkondt dat wij vercoft hebben Gherijt den Brunen Jacobsz 2 morgen lants gelegen in den ambacht van Leijderdorpe in een sate lants geheten Crumweer, ende ½ morgen lants in denselven ambacht gelegen in Cruijscamp die ons angecomen ende besturven sijn bi dode Willem Screvels, sijns broeders. Welke derdalf morgen tesamen als voirs is [?] Gherijt voirs. houden sal etc tot een recht leen. Gheryt betaalt hiervoor aan de tresorier 40£ Holl

1603-04-29 |

G.A. Haarlem Recht Arch Inv no 82/I fol 25
Haarlem Algemeen

Frans Dircsz Blocker, zoon en erfgenaam van Maritgen Screvels in haar leven weduwe van Dirck Fransz bloockmaker, transporteert aan Maritgen Arentsdochter weduwe Arent Jansz van Beest, wonende te Delft, 1500 gld, om die te ontfangen op 1604-05-08 etc vuyten custingbrief sprekende ten laste van Pieter van Hollebeeck. Hij verklaart zich voldaan met 1106 gld

Drenkwaard, van | 1559-04-20

Ons Voorgeslacht 03-1983/1985 p 71
Achternamenindex

leen van Arkel: 12 morgen in Bleskinsgrave, Jan Screvelsz bij dode van zijn vader Screvel Ockersz, tresorier van Dordrecht; namens hem treden op: Wilhelmina van Drenkwaart en Boudijn van Drenkwaart, schepen; 1591-05-30: Arnout Bertoutsz voor zjn vrouw Machtelt Screvels, na dode van haar moeder Wilhelmina van Drenkwaart; 1609-10-07: Willem Gerritsz bij overdracht door Arnout Bertoutsz van Gouthoeven voor zijn vrouw Mechtelt dochter van Screvel Ockersz

Goudhoeven, van | 1591-05-30

Ons Voorgeslacht 03-1985 p 71
Achternamenindex

leen van Arkel: 12 morgen land in Bleskensgraaf met de huizingen daarop en de singel omtrent de gracht, strekkende van de Graafstroom tot de Geer aan de kade, belend ten oosten: Backweer, westen: Kyfland, 1591-05-30: Arnout Bertouts voor zijn vrouw Machtelt Screvels, bij dode van haar moeder Wilhelmina van Drenkwaard, weduwe van Screvel Ockersz, tresorier te Dordrecht. 1609-10-07: Willem Gerritsz bij overdracht door Arnout Bertoutsz van Goudhoeven namens zijn vrouw

1319-09-11 (1) |

A.R.A. Copie Leenkamer no 23 fol 24-26v/Reg E.L. 2 fol 9, 9v
Jaartallenindex

graaf Willem geeft aan: - Huge Gerardsz van Sueten een eigendom van 9 morgen land in het ambacht van Leiderdorp, die Jans kinderen van Merenburch van hem in leen hielden en aan Huge verkocht hadden, oost: Claes Screvels land, noord: die Hoegewaert, west: Gheryt Alewynsz land (fol 24); - Janne den Brienen [Brune] een eigendom van 3 morgen land in het ambacht van Leyderdorp, die Jans kinderen van Meerbrug in leen hielden en aan Janne vercoft hadden, zuid: Claes Screvelsz, noord: der Vrouwen capelrien land van Coudekerke; - aan Symon uter coken een eigendom van 4 hont in het ambacht van Leyderdorp, die Jans kinderen van Merebrug in leen hielden en aan Symon vercoften, noord en zuid: den lande der vrouwe van Coudekerke in Hasaertwoude (fol 25); - heren Bartholomeus, den persoenre van Leiderdorp, den eigendom van 7 morgen land in het ambacht van Leiderdorp, die Jans kinderen van Mereburgh in leen hielden en aan heer Bartholomeus vercoft hebben, zuid: der vrouwen land van Coudekerke, noord: Dirc Gravikaiens land (fol 25v)

1537-03-26 (1536) |

R.A.H. Coll Aanw 246 fol 283v-287v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex

supplicatie van Cornelia Screvels, weduwe Cornelis Thomasz van Sciedam, een arme scamele vrouw (…..), die nooit met eenige secte, dwalinge van Lutherie of herdoperij geinfecteerd is. Toen 5 jaar geleden haar man overleed en en zij met één kind achterbleef en nog 4 andere cleyne kinderen, zonder huis of renten, leefde zij in de grootste misere. Twee jaar geleden had een zekere Anne van Sciedam zich over haar ontfermd, maar zij was besmet met Lutherie, zodat Cornelia uit angst naar Rotterdam was gevlucht. Toen zij vernam dat zij niets te duchten had, als zij maar niet herdoopt was, had zij geprobeerd naar Schiedam terug te keren, maar kreeg bij de poort te horen dat de baljuw iedereen die suspect was, liet arresteren. Zij vluchtte toen naar Zeeland, en keerde naar Schiedam terug toen zij dacht dat het gevaar voorbij was. Zij werd echter terstond opgepakt daar zij bleek verbannen te zijn. De baljuw liet haar overbrengen naar de Voorpoort in den Hage. Daar zij zich voor onschuldig houdt, vraagt zij herroeping van het vonnis. Keizer Karel herroept het vonnis en laat haar vrij

1406-11-23 |

G.A. Haarlem N 184 no 86v/Cartul Leprooshuis
Haarlem Algemeen

schepenen in Haerlem oorkonden dat Diewaer Screvels met haar momber Symon Egghelijns hant, kwijtschold aan Jacob Ysbrantsz ½ van 6 maden lants gelegen in den ban van Heemstede in Rosen prieel, in ghemeyne voer mit Claes Snier ende zijn zoon Jan, ende belent hebben zuid: Lysbet Liclaes ende Jacob van Hilsenbroeck, west: der Canonissenlant ut den Haghe, noord: Copghen die wever ende sijns wijfs erfnamen ende Jacob Huijghe die Roepersz, oestwaerts streckende langs dat Sparen, ende mitter bruyckwair van eenre laen die streckt van desen voorn. lande ander stede grafte. [ook het origineel van deze charter is bewaard, zie Enschedé Inv 2141. Hierop staat in dorso: "Heemstede, de helft van 6 maden lants in t Rosenpryeel. Dese brief staat XVIII [17 ?] ende is dat III dalf". Er hangt een zegel aan (no 2): een keper in het midden beladen met een .....]

Ysbrant van Tetroede en Dirrick Gheryt Wijenzoon, schepenen

Schrevel | 1529-04-26

Ons Voorgeslacht 03-1985 p 71
Achternamenindex

leen van Arkel: 12 morgen in Bleskensgrave, met huizinge en singel omtrent de gracht, strekkende van de Graafstroom tot de Geer aan de Kade, belend oost: Backweer, west: Kyfland, Ocker Jansz na overdracht door Matys Blaskin; 1546-08-12: Screvel Ockersz na dode van zijn vader Ocker Jansz; 1559-04-20: Jan Screvelsz bij dode van zijn vader Screvel Ockersz, tresorier van Dordrecht; namens hem treden op: Wilhelmina van Drenkwaart en Boudijn van Drenkwaart, schepen; 1585-09-12: Dammas Woutersz doet hulde voor Wilhelmina van Drenkwaart, weduwe van Screvel Ockersz; 1591-05-30: Arnout Bertoutsz voor zjn vrouw Machtelt Screvels, na dode van haar moeder Wilhelmina van Drenkwaart; 1609-10-07: Willem Gerritsz bij overdracht door Arnout Bertoutsz van Gouthoeven voor zijn vrouw Mechtelt dochter van Screvel Ockersz

1427-03-05 |

Inv Arch H. Geest te 's Hage dl I no 714 dl II regest 195
Jaartallenindex

schepenen in den Haghe oorkonden dat zij toegepacht hebben aan Dirc Claesz een rente van 18 schell Holl sjaars, te betalen op 11 Nov, zoals de rente waarvan de schepenbrief spreekt waaruit deze rente als achterstallig gepacht is; terwijl zij deze rente verzekerden op het huis en erf waarin vroeger Wouter Roelenz woonde op de Spoeije, aan de westzijde van de Vaart, belend zuid: vooraan Trude Ruuxgen, noord: Trude Jacob Stoefmanszoens, die brouster. Oorspr. Inv no 714, in dorso: Up Dirck Janss huijs opte Spoeij an die westzijde 18 schell. Copie, in margine: habet anno 1557 Heynric voorn. [= Heinric Govertsz bossemaker]. Dese drie naevolgende gepachte renten afgelost bij Cornelis Dircsz slotemaecker volgende den accoorde met hem gemaect op 1579-05-03 (vgl 1399-11-24, 1428-04-21)

presentibus: Adriaen Screvels zoen, Meeus Symonsz, Vredric Vredricsz, Jan Purtrijck, alle H. Geestmeesters

1427-07-28 |

G.A. Haarlem N 184 fol 85/Cartul Leprooshuis/Origineel: I no 1525a Lade R
Haarlem Algemeen

schepenen in Haerlem oorkonden dat zij zich begeven hebben naar Claes Jacop Ysbrantsz.z, ziek op een stoel zittende, en dat deze gelied: "want hij ghepruijft ende bevonden is als dat hij besmet ende besijecht is van Lazarien, soe dat hij daerom buyten der ghemeenscap der gesonder menschen uyter stede van Haerlem bij den anderen Lazariser ziecken wesen, wonen ende bliven moet". Hij scheldt daarom kwijt aan de Lazarusziekenmeesters tbv de Lazaruszieken wonende buiten de Cruyspoort binnen de vrijheid van Haerlem, ½ van een stucke lants dat in voirtijden plach toe te behoeren Dieuwer Screvels, gelegen in den ban van Heemstede in Roesenprieel mit Jan Claes Sniederszoon die wederhelft daerof toebehoirt. Onder voorwaarde dat de ziekenmeesters hem en Gheertruyd, zijn bastaertdochter "om heem te meer ghemacx te hebben ende toe doen" in het ziekenhuis op te zullen nemen en onderhouden. Na zijn dood zullen zij uit zijn goederen mogen nemen ½ camp lants daar Louwerijs Jansz die wederhelft of toebehoort, gelegen binnen de vrijheid van Haerlem buyten Spaerwouder poerte en daarvan de bruickweer hebben van 2 nobelen sjaars zoolang Geertruid voorn. in het ziekenhuis woonachtig blijft. Gaat zij er echter uit dan vervallen die 2 nobels aan haar. Blijft Geertruid tot haar dood in het ziekenhuis, dan zullen zij na haar dood 1 nobel van deze 2 nobel sjaars eeuwig behouden, en zal de andere nobel komen aan Claes Jacobsz erfnamen. Sterft Claes binnen sjaars na datum des briefs, dan behouden zij de bruikwaar van de 2 nobel zoolang Geertruid in het ziekenhuis blijft, doch bekomen daarvan, ook niet naar haar dood, nimmer den eigendom (in het Cartularium staat: 1527, doch het origineel zegt: 1427)

Doeve van Riedwijc (zegel: een keper rechtsboven 6 puntige ster), Jan Claesz van Dam, schepenen