17 resultaten
1444-12-01 | Alkmaar
G.A. Alkmaar Klooster Oude Hof Alkmaar no 9/Vangassen no 374 p 208
Jaartallenindex
scepenen in Alkmaar oorkonden dat Pieter Valcken en Doef Jansz als Coninck en deken mitten raden van den ouden scutten te weten Pieter Dirc Walichsz, Jan Oetgersz, Claes Cammaker ende Andries Voecht, ende gheliden dat sij bij raed en consent den ghemenen ghildebroeders verdraghen ende over [een] ghecomen zijn mitten drie suster hoven binnen der stede voirs, in manieren dat men dese voirs. susteren gheen moeyenisse meer doen en sal als die scutten scieten mit enyghen gaerde mannen binnen hoeren hoef te comen of tot andere tyden van den jair. Vort soe ist dat die voors. susteren totten hoven behoef bruken ende besighen sullen der stede vesten van die Hael totter Hoghestraet sonder wedersegghen van den ghildebroeders of van yement, anders behoudelick dat die raed van den ouden scutten dat gras verhuyren sullen wien sij willen tot oirbaer ende profijt den ghilde voors. De drie suster hoven zullen aan het gilde tesamen ieder jaar als men schiet 2¼ Beyers gld moeten utreiken
Evert Evertsz (zegel: een boom, aan weerszijden vergezeld van …) en Dirk Evertsz (een molenrad), schepenen
Poelgeest, van | 1430
Thesauriersrekening Haarlem 184 fol 127
Achternamenindex
heer Gheryt van Poelgeest, mitten scutten van Leiden, Haarlem schenkt hem 2 stede kannen malenseye (?), 30 sc
Corensnider | 1414
De Raadt II p 178, 255
Achternamenindex
Theeus Cannegieter en Jean Corensnider, "raetslude" des " meister van den ghesworen scutten van der stat van Triecht, die waren in den lande van Lutsenburch"
Cannegieter | 1414
De Raadt II p 178, 255
Achternamenindex
Theeus Cannegieter en Jean Corensnider, "raetslude" des deux " meister van den ghesworen scutten van der stat van Triecht, die waren in den lande van Lutsenburch"
Nuelens | 1414
De Raadt III p 54
Achternamenindex
Henri Nuelens en Henri van den Putte, meesters van de gezworen scutten van de stad Tricht (Maestricht) die waren in het land van Lutsenborch in 1413, payement 1486 florins de Holl
Putte, van den | 1414
De Raadt III p 54
Achternamenindex
Henri Nuelens en Henri van den Putte, meesters van de gezworen scutten van de stad Tricht (Maestricht) die waren in het land van Lutsenborch in 1413, payement 1486 florins de Holl
1402-05-10 |
G.A. Haarlem Inv no 1754 Lade V
Haarlem Algemeen
schout, schepenen en Raden van Haarlem oorkonden dat wij bi goeddencken der rycheyt ende der vroesscap gheordineert ende ghemaect hebben in onser stede 120 scutten te wesen, tegen betaling van 120 gouden Holl scilde sjaers
Florys Scoddie, scout, Pieter van Zaenden, Dirc van den Woude, Jan Brauwe (zegel: een klimmende leeuw), Lottijn Bertoutsz (stappend paard vergezeld van een zespuntige ster), Symon Sutvoet Claesz, Jan Wigghersz en Claes Ysbrant Dobbenz, schepenen, Hughe van Riedwijc (een keper beladen met een zespuntige ster), Willem van Scoten (gedeeld: klimmende leeuw en een kruis), Gheryt Albout (3 barenstelen boven elkaar) en Allaert Symonsz, Rade
1411-03-25 (1410) |
R.A.H. 52 fol 103v/Reg I fol 74v/Van Riemsdijk no 43
Jaartallenindex
hertog Willem geeft om dienst wille aan heer Geryt Jacobssoon, priester, om te bediken mit eenen somerdyck den uterdyck die gelegen is buyten den Zeedyck voir Wervertshove, streckende van Brawersfoort aen Heer Hugen Koech, ende van dien hoeck aen den westeren driespronck toebehoorende der Heyligen kercken van Wervertshove. ende voort van den voers. driespronck aen Rosenwael, toebehoerende den Gasthuse tot Medenblik, aen den hoogen Zeedyck, ende sluysen ende hecken daerin te setten, te graften, scutten, saijen, oorbaren ende te gebruken behoudelic der heyliger kercke ende gasthuyse voers. hoeren jaerlixen pachte
Arkel, van | 1316-01-30
Reg Hann p 62/Arch Kapittel Oudmunster no 1853 suppl 300/Or O.M.H. no 2/ook Or P.A.U
Achternamenindex
Johan van Bronkhorst, proost van Oudmunster te Utrecht beleent Johan van Arkel met heerlijkheid Haestrecht; Dit is gedaan tot oerbaer van de proostdij ende om scade mede te scutten die onser proefstijen van den dycke comen mocht want ons dicke scade daer of gehesciet is""
1410-03-25 |
R.A.H. 52 fol 103/Reg I fol 74v (Privilegia)/van Riemsdijk no 43
Jaartallenindex
hertog Willem geeft om sonderlinge dienst wille die ons onse geminde Her Geryt Jacobssoen, priester, gedaen heeft etc aan hem dat hi ende sine nacomelingen ewelcken durende sullen mogen bediken mit enen somerdijk of anderen alst hem genuegen sal, den uterdijck die gelegen is buyten den zeedyck voir Wertvertshove, streckende van Brawertsoort aen Heer Hugen Kaech, en van dien Kaech aen den Westerdriespronck, toebehoerende der Heyliger Kercken van Wervertshove. Ende voirt van den voirs. driespronck aen Rosenwael, toebehoerende den Gasthuse tot Medenblieck, aen den hoogen Zeedyck ende sluysen ende hecken dairin te setten te graften, te scutten, te saijen, te oirbaeren en te gebruken alst him ende sine nacomelingen goet ende oirbaerlic duncken sal, sonder yemande anders hem des te bewinden of banne of bot dairop te hebben, behoudelic der heyliger kercken ende gasthuyse voirs. hoeren jaerlixe pacht. Niemand mag hieruit dyken of delven op een boete van 3£ ten bate van de hertog