5 resultaten
1461~ |
Kroniek Hist Gen Utrecht jg 1851 p 253
Jaartallenindex
hertog Arnold van Gelder schrijft een brief aan zijn zoon Adolf: Lyeve geminde soen. Dirck Van Wissce heeft ons mijt sinen bode gysteren avont late enen brief gescreven, daerop wij hem wederom gescreven hebben, gelyc wij u des ende oock des ons Dyrck van der Horst uytscrift, hoe Dijrck van Wissce aen onse richteren ende peynders in onsen lande van Zutphen gescreven heeft, alles copien hyer in besloten seynden. Daerop wij terstont Jan onsen bastert broeder tot onsen neven ende dross. etc onsses lantz van Zutphen ende oeck aen onsen reytmeijster gesant ende gescreven hebben, in allen saken te vorder in gueder hueden te wesen ende oock, so veel men kan, al omme toe te sijen etc
1546-02-05 |
R.A.H. Coll Aanw 250 fol 466v-469v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
de stadhouder bericht dat bij requeste van wege Adriaen Claesz, Frans Willemsz mynheer, Jan Dirck Herpersz en Pieter Pietersz Sasbout, inwonende poorters van Delft, hem te kennen is gegeven dat zij van mening zijn hun schepen, bevracht met harinck te seynden westwaarts naar Bordeaux, Ritsele, of elders, om de harinck te vercopen en daarvoor sout, wynen en ander coopmanschappen terug te kopen. Zij zijn van mening hun schepen met geschut uit te rusten, tegen de piraten. De stadhouder vergunt Adriaen Gerritsz, scipper, wonende te Goude, zijn schip met geschut uit te rusten. Eenzelfde vergunning voor Aernt van Duijn, geboren van Delfsche haven, nu wonende ter Heyde. Idem tbv: Jan Thonisz, stierman te Scheveningen, Jan Pietersz, stierman te Grotebroeck, Anthonis Pietersz, stierman te Vlaerdingen
1491~ |
R.A.H. Coll Aanw 518 E fol 16/Leenregister Egmond E
Jaartallenindex
Leenmannen van Purmerend: Dirck Jansz, wonende tot Amsterdam, ende hem Pieter Johan Thijmasz laest voor hem te voldoen soe wes ander mannen doen; Dirck Jansz in Purmerland; Jan Pietersz van Lantsmeer; Pieter Jacobsz van Lantsmeer; Griet Jansdochter van Broek; Jacob Pietersz Jan Wolfsz, van Purmerende; Lysbeth Jan Maijertsz, oudste zuster, huisvrouw van Jacob Claes van Broek; Haes Heynendochter, wonende te Amsterdam, heeft Dirc Jansz voor geloft; Pieter Pietersz van Sijbe moet oock te komen tussen dit en doi saten na Karspel agter bij Hoorn, onse Hemelvaerts Jan Wybrantsz van Purmerland, gelegen agten ende bij Hoorn [!!]; Luijd Rembrantsz van Purmerland is ut doen sijn Dirck Claes Piettersen van leenlande an de Muyden borger te Oostzanen; Pieter Claesz van Werder te Rarop te seynden daer nae een man verleend is geheten Ruij; item Walraven heeft leengoed van ons, is niet verleend, ende woont tot Midledam ende te volgen ut facit reprobatur
1444-04-18 |
Arch Marquette 1076 fol 2
Jaartallenindex
heer Gijsbrecht van Vyanen, ridder, Heer tot Noordeloos, tot Oosthuysen ende Nyecop, en Jan de Veer van Minnen [Dever] doen uitspraak tussen Gerrit heer van Assendelft en de gemene bueren van Assendelft: de uitspraak luidt dat de buren aan Gerrit 400 Rynse Overlandse gulden moeten betalen binnen zekere termijnen. Geeft Gerrit de heerlijkheid van Assendelft binnen die termijnen over dan behoeven de buren niets meer te betalen. Voirt sal Gerit den bueren tot Assendelft sijne ondersaten, enen plackaat geven, dair sij uyt rechten sullen nae der ouder hantvesten die si plagen te hebben van Heer Barthout here tot Assendelft, die Godt genadich si, durende ter tijt toe dat die Kermaren haar hantvesten verkregen hebben van mijn genadigen Heere. Worden de Kennemers ontboden om haar handvesten van mijn genadige Heere te verkrijgen, en dus ook de bueren van Assendelft, dan zullen zij twee waarschappen, op ter bueren cost, wytschicken ende seynden bij Gerrit van Assendelft, hoeren Heere voirn, dair Gerrit voirn. met hem dan arbeyden sal op synen costen om die handtvesten te vercrijgen, ende tot wat tijden Gerit hoeren heere voirs. hem die hantvesten vercregen ende besegelt heeft, sullen sij hoeren heere voers, nae grootheyt haeres goets, alsoe veel geven als die Kermaren minen genadige Heer geven sullen. Voert, soe die schepenen voertijts dickwils onredelijcken cost gedaan hebben, soe heeft him hoere Heere voirs. geconsenteert, dat si onderlinge bi him een redelijcke cost dair toe setten ende schicken sullen
Adriaen Matheus Mijsz | 1484-10-06
Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 402v, 362v
Voornamenindex
leen van de abdij St Paulus te Utrecht: heer Adriaen Matheeus Mijssz, pastoor van Hogelande, wordt binnen jaar en dag beleend met een deel van zekere tienden gelegen in Hoichlant in het land van Walcheren, zoals de pastoors van Hoichlant van ouds van de abdij in leen gehouden heeben, tot een onversterfelijk erfleen; 1454-10-01: "het is geordonniert dat die pastoer van Hoegelande in properen persone te Utrecht komen sal of seynden mit een volcomen macht cantate naistcomende, ende sulke brieven nemen van den pastorie tyenden in Hoegenlande dat hij die houdt van den abt"