4 resultaten
1470-01-13 |
G.A. Alkmaar Klooster Oude Hof Alkmaar no 76 (in dorso no 46, nieuw no 82); G.A. Alkmaar Verzamelinventaris I regest 88
Jaartallenindex
scepenen in Oude Niedorp oorkonden dat Jan Jacob Jan Lambertszoen opdroeg aan de ministra van St Katrinenconvent binnen Alkmaar, ⅕ deel in Mathijs Sivertsz saet en het huis dat daar op staat, utghenomen die leen gueden die Tyman Jacobsz daerin heeft, gelegen te Oude Niedorp, oost: Ysbrant Pieter Michielsz, west: die Zijtwint, zuid: Mathys Sivertsz erfnamen. Daar schepenen geen zegel bezitten, vragen zij Jan Tating, onse scout, voor hen te zegelen (zegel: een dwarsbalk). In dorso: Jan Lamberts brief van dat land tot Oude Niedorp. Met latere hand: Ende wy hebbent weder vercoft dat Middelconvent ende mit die gelden gelost 9 R gld sjaers losrente op onse convent te Amsterdam
Jacob Teingz en Dirc Pieter Jansz, schepenen
1513-05-06 | Amsterdam
G.A. Haarlem Cartul Carmelietenklooster fol 11v
Jaartallenindex
schepenen in Aemstelredamme oorkonden dat Henrick Sivertsz hoedemaker erkende schuldig te zijn aan Jan Ysbrantsz van Haerlem een losrente van 3 currente gulden (van 40 gr t stuk) op een huis en erf in de oude Brugxstege an die Oude Zyde, west: Henrick Coninck, oost: Jan Beijersz. Losbaar met den penning 18
Pieter Roedinck en Hendrik Jan Baertsz, schepenen
1452-04-22 (2) |
Ms OpStraeten v.d. Molen III fol 391-395
Jaartallenindex
(vervolg) Margriet Pieter Brawendochter brengt ten huwelyc: 1) 6 maden binnensdycs in de ban van Oestsaenden, zuid: Henrick Auwelsz, noord: Claes Albertsz, 2) in dat selve weer 2 maden lants buytendijcs, zuid: Meeus Dose, noord: Claes Albertsz, gelt op dese tijt te hure 13½ Wilh. scild sjaars. Welc lant Margriet aengecomen is mit besterfte van Alijt Pieter Henricsz dochter, hare moeije, die God genadich sij. Haar vader geeft haar ten huwelijk: 1) 5 hont lants in de ban van Westsaenden in Winckelweer over die Noe gouwe, belend zuid: Dirck Meijnaertsz, noord: Willem Sivertsz, gelt te hure tot deze tijt 2 Wilh. sc sjaars, 2) 4 maden lands in de ban van Westsaenden in Allertgensweer, zuid: Rentenaer, noord: mr Claes Lambrechtsz, gelt te hure 7 Wilh scilden en 7 Johannes braspenn. sjaers, 3) ¼ deel van Jacob Sluijsmansven, 1½ mad, gelegen in de ban van Westsaenden, zuid: Rentenaer voors, noord: jonge man, gelt te hure 3 Wilh. scilde sjaers min ½ quartier, 4) in die clooster ven ½ mat en ¼ hont lants aldaar, zuid: Henric Henricsz, noord: Willem Sybrantsz, gelt te hure ¾ Wilh. scilt sjaars, 5) een stuc lants in de ban van Westsaenden in Willetgens weer tusschen die Wateringe ende die noegouwe, groot 6 maden, zuid: Dirck Gerritsz, noord: Dirc Meynartsz, gelt te hure 8½ Wilh scild sjaars, 6) 7 hont lants in de ban van Westsaenden after Stickels huijs, zuid: Claes Balinck, noord: Stickel, gelt te hure 3 Wilh. scilde sjaers, 7) 5 maden in de ban van Crommenie hiet Jan Gerritsz middelven, daer Wouter van Bekesteyn of hebben sal 2 maden, ende Pieter Brawe zyn sweer 3 maden. Gelt Wouters deel te hure 3 Wilh. sjaars
1526-03-11 |
R.A.H. Coll Aanw no 477
Jaartallenindex
questie en geschille tussen Jacob van Zaenen als eysscher en Jacob Dircsz als gecoren voogd voir recht van Marytgen Claesdochter als verweerer, roerende van een stucke lands leggende tot Langedyk in der banne van Braeck, noord: Doede Jansz ende Philips Roencxz, west: Dirck Syvertsz, oost: die Heerenwech. Welk land leengoet is, in leen gehouden van de graaf van Egmond. Ende tselve lant aengesproken van Jacob van Zaenen met een zeventuich. Deze personen geven als uitspraak: Jacob van Zaenen heeft een zoon die in de priesterlijke staat hoopt te comen. Zij vinden het land aan Jacob toe, daarna te komen op zijn voors. zoon (vgl 1527-09-13)
het zeventuig wordt gedaan door: Jan Pietersz, van Swaeck, Meyert Sibet Simonsz, Philips Roncxz, Cornelis Jacobsz, Dirck Sivertsz, Sybet Meeusz, met hun merken