10 resultaten

1536-03-12 |

R.A. Arnhem Arch Kelnarij Putten Inv no 88 regest 62, 63
Jaartallenindex

Herman van Wijck verklaart voor het gericht van Putten onder eede dat enige personen gaveltiend en smaltienden aanhet klooster van Paderborn verschuldigd zijn. Actum in der gracht thoe Putten op Sonnendach post Invocavit; 1536-03-14: Henrick van Erler, schout te Putten, en anderen verklaren, dat zij aan de abt van Paderborn gaveltiend en smaltiende verschuldigd zijn

Saij | 1342-1343

Hamaker: Graf Rek I p 285
Achternamenindex

mijn heer de graaf bleef schuldig aan heer Floris van der Bouckhorst, baljuw van Amstel- en Waterland: item noc bi mijns heren open brief Dirc Sayen van Cattendijc, 20 scilde, maakt 12 £. Gegeven tot Broecele op den Palmen Sonnendach

1586-08-31 |

Ms Opstraeten III fol 1178
Jaartallenindex

Lambert Verheut en Evert van Domselaer, ter eenre en Jan die Ridder van Groenesteyn, commandeur tot Montfoort en Anthonis de Ridder van Groenesteijn, oorkonden huwelijksvoorwaarden tussen Joachem Verheut en joffr. Anthonia Jans die Ridders dochter van Gruenesteyn. Joachem Verheut ontvangt ten huwelijk: 1) ½ tient in het ambt van Barnevelt, daervan die wederhelft of toebehoort sijn oom de voors. Lambert Verheut, 2) ¼ van een tient gelegen tot Eep, gemeen met Gerrit van Domselaer, 3) de goederen hem aangecomen bij dode van zijn vader, nog onverdeeld liggende met diens weduwe. Verclaerende Joachem Verheut van zijn voorkonderen op Sonnendach l.l. gerechtelijc gescheiden te zijn

1511-03-05 - 1511-06~-08 |

Kroniek Hist Gen jg 1854 p 132-160
Jaartallenindex

rekenboek van den hofmeester van het slot van Leerdam, waar gedurende die tijd Frederik van Egmond met zijn gezin vertoefde. Lederdam. Dat rekenboeck aengaende upten 1e dach in der Vasten anno XI. Op Woensdach in yersten dach in der vasten utgeven Peter Gerritse etc. Op Sonnendach Reminiscere waren gasten: die heer van Bochoven, die juffr. van Asperen en de drost van Yselsteyn (p 134); (p 135) item noch gevoirdert myn heer van Bochoven, Michiel van Hagenauwe, die rentmeester Peter van der Lawick, Gerwerspeert, zwager Kuijbis, die 3 voor 3 dagen hebben tesamen aen haver 2 malder, facit 16st; (p 136) Saterdach soe quam die heer van Bochoven, heer Jan van Baix en zijn broeder Jasper; (p 138) Aelbert Torck 5 peerden, mit onsen peerden 1 malder havene. Woensdag post oculi Gerrit van der Lawick, Peter van der Lawick ende 4 myns genad. heren peerden aen haver ½ malder 4st, om rouvorder 1st, Jan van Brecht met 1 paard. Sonnendach: Jan van Bosichem, die visscher (p 139). Extra ordinaris tot Gorichem. In die Sterre an drincgelt 6 st. Item in die Roese tot Michiels huys verteert die rentmeester van Buren, zyn broeder Valckesteyn, Henrick Zwaen, Cornelis van Culemborch hebben verteert etc 4½st, facit 22½ sc. (p 140) die vorder cedul Item myn gen. here 3 peerden, Riefferscheit 1, heer Wynant 1, Jan Baex 1. Donresdags myn gen. here 3 peerden, Rifferscheit, Jan Baeck 1, Jan van Nydeken 1. Vrydach myn gen. here 3 peerden, Ryfferscheit, Jan Baex, die bode van Willem die bastaert soen van Buren. Zaterdag myn gen. here, Reifferscheyt, Jan Back, rentmeester; (p 150) Joris van Ysselsteyn 1 paard; (p 157) item gegeven bi beveel myns heren (an) Jan van Arkell 2 Phs gld facit 2½ R gld

1398-05-09 |

R.A.H. Coll Aanw 66 fol 129v, 133/Memoriale B.E. fol 32, 33
Jaartallenindex

(doorgehaald) hertog Albrecht oorkondt dat Melys Willem Hagenz.z, Pieter knecht, Witte van Meersen en Dirck Claes Pietersz.z, poorteren in Oudewater, voor hun en voer allen horen magen, vrienden en hulperen mit ons gedadingt hebben, ende vernoecht van allen doetslagen, brueken ende smarten die geschieden binnen onser stede van Oudewater opten Sonnendach den lesten Kersmissedach aldaer, ende van allen saken ende bruecken die daeruijt roeren mochten. Ende hebben ons daervoer alsoo veel gedaen, dat ons wail genoecht ende scelden se daerof quyt etc. Op fol 33 komt het stuk volledig en niet doorgehaald voor, met als datum: Gegeven in den Hage op ten 9e dach in Meye anno 98. Het bevat een regeling van de omslag van de boete, zonder namen, die betaald moet worden in handen van Symon Speijaert, onse baljuw van Woerden

Donk, van der | 1419-11-11 - 1420-11-11

A.R.A. Graf Rekenkamer Rek no 2148
Achternamenindex

rentmeestersrekening van het land van Arkel: de heer van Culemborch: "item van des woensdages na den sonnendach op Judica vari tot des dinsdages na Palmen daer nu ghehaelt p eenen stoc tot Jans van der Donc aen brode 63 kerven, elke kerve 1 bodrager etc. Op saterdag na St Odulpdach kwam heer Otto van Vuren met zijn vrienden en ruiters te Ghorinchem. De kosten bedroegen o.a. in den eersten ghecoft te Gherit Godscalc 8 scepel meels, cofte elc scepel 23 groten. Van backen ghegheven Jan van der Donck van elken scepel enen bodrager, facit 2 scilde 26 sc 8d"

1411-04-28 |

Nederl. Heraut jg 1885 p 223
Jaartallenindex

Jan van Zandwijc en Willem Heinricsz oorkonden dat heer Willem van Egmonde, ridder, Kerstant van den Berghe die op die tijd baljuw van Delflant en Schieland aensprac want hij ende syn pachtenaren van sinen moer gelegen aen den ambocht van Zevenhusen hem verwilcoert hadden aen sijn hant voir myns genadigs heeren Raet van Hollant, die t hoir begheren mede was voor hem te recht te comen ter Ouderscye voor die vierschaer op ten eersten Sonnendach na Meydach naistocmende, als van sulc recht als voor hem begonnen ende ghesproken was, ruerende van sulke pandingen als die pachtenaren van den voirs. moer van heren Jans wegen van Hodenpijl ende der jvr van Acoeijen ghepandt wairen, dair die pachtenaren pantweringe of gedaen hebben. Heer Willem noodigde de voirs. baljuw uit voor hem recht te doen, doch deze toonde een akte van 20 april 1411 van hertog Willem. Toen dit plackaert gelezen was, antwoerde die bailiu heer Willem, overmits dat hem alsulken brief ghecomen waer, so en dorste hi noch en woude dair gheen recht verder off doen. De beide oorkonders bevestigen dit alles. Dit ghesciede in den Hage in heren Gheryts herberge van Egmonde, ridder

Ackoy, van | 1411-04-20

Ned Heraut jg 1885 p 223
Achternamenindex

Jan van Zandwijc en Willem Heinriscz oorkonden dat heer Willem van Egmonde, ridder, Kerstant van den Berghe, baljuw van Delftland en Schieland, "aen sprac, want hij ende syn pachtenaren van sinen moer ghelegen aen den ambocht van Zevenhusen hem verwilcoert hadden aen syn hant voir mijns ghenadichs heren Raet van Hollant, die t hoir begheren mede was voir hem te recht te comen ter Ouderscye voir die vierschair op den eersten Sonnendach na Meyedach naist comende van sulc recht als voir hem begonnen ende ghesproken was, roerende van sulke pandingen als die pachtenaren van desen voirs moer van heren Jans weghen van Hodenpijl ende der joncfrouwen van Acoeijen ghepandt wairen, dair die pachtenaren pandtweninge off ghedaen hebben"

1416-05-02 |

R.A.H. Coll Aanw 72 fol 303v, 304, 305, 308v, 309v/Memoriale B.A. fol 202v, 203, 205v, 206v
Jaartallenindex

gaf myn heer om bede wille synre steden geleyden den goeden luden die uyt der steden en landen van Yselsteijn bi minen heer comen sullen tot 25 personen toe, durende 8 dagen lang nu den dach voirn, oic alsoe die steden tot Yselsteijn boitscapten so wie after desen Sonnendach dair binnen bleve, dat mijn heer die misdaet van heren Jan van Egmonde an die houden souden geliken heren Jan, so heeft myn heer om bede wille synre steden die saken uytgeset den tyt voirn. behoudelic dat dier uijtsettinge noch des geleide voirn. niet genieten en sullen heer Jan voirs, heer Willem syn broeder, Symon die Visscher, [Dirc ?] die bastert van Huessen, noch Henric Hugen Rodenz; 1416-05-12: geleide voor Jan Vasout, poirter te Dordrecht, mit enen knecht, durende tot Kersavond toe (fol 303v); 1416-05-13: geleide voor Joncheer Willem van Brederode heer tot Ghenp, Steyn en ter Merwede mit 8 peerden en mit 8 personen, zyne knechten, tot Paschen toe (fol 304); 1416-05-17: geleide voor Dirc Jansz, tot Bamis toe (fol 305); 1416-07-16: geleide voor Jan van der Wercke en Hillegonde sinen wive, tot 24 Dec. toe (fol 308v); 1416-07-31: geleide der vrouwe van Poederoden, also dat sij hoir goede gelegen onder minen here rustelic gebruken sal, ter waer sij iemand enige witachtige scult sculdich waer, dat sij die betalen zal, tot 22 Febr. toe (fol 204v)

1467-1575 (8) |

A.R.A. Familieregister van Spaernwoude (voorlopig) Charterdoos Fack VII van het Familiearchief Heereman van Zuydtwijck
Haarlem Algemeen

(vervolg) (fol 17v) opten 8e dach in Januario 1528 starff myn lieve waerde huysvrouwe Joufr. Joeste Floris Bollendochter es morgens omtrent 8 vuyren ende was out 29 jaer min 7 daegen, want zij was geboeren int jaer van 1501 15 Januari. Wy trouwden malcanderen den 2e dach in Meije anno XIIII, dus hadden wij meer (doorgehaald) dan 14 jaren mit groeter vrunscap tesamen geleeft, maer ten heeft God nijet langer gelieft, ende heeft se mij onthaelt in den flore van haer leven. Sij liet achter 6 kinderen, te weten: 1) Hals [?] oud zynde 12 jaeren (boven staat: anno 16, 11 Junij), 2) Anna, oud zynde 11 jaer (boven stet: anno 17 op St Jeroensdach in Augusto), 3) Ysbrant, oud zynde 8 jaer (anno 21 Conversionis Pauli 23 Jan), 4) Digna oud zynde 6 jaar, 5) Dirckscken oud zynde 5 jaer, gebroren 12 Juni St Odulph, 6) Mayke, oud zynde 5 viertel jaers, 8 Octobri anno XXV. Ende hadde noch gehadt 6 kinderen die voer haer doot waren. Doorgehaald: int jaer 1540 starff myn grotemoeder Katherijna van der Werve 28 July. No: Dit voorgaende heeft Gheryt van Spaerwoude, mijn waerde vader gescreven; (fol 18v) Dircxken mijn zuster is tot Conincxvelt des Sonnendach 18 Aug anno 1534 ge..... solemptriter, ende Sonnendages voor St Barth anno 1536 [?] werd zij gewijd en geprofessijt. Int jaer van 1469 so heeft Danel Henrixz tot Heemskerc gehuert van mr Huge van Ruyven als gemachtigt van joncf. Katrijn zijn suster die t te leen hout van Johan van der Leck daer mijn moije van Ruyven an die mynre helft verlijftocht is na utwisinge hoer brieve die sij daerof heeft, geheten Papencamp in de ban van Heemskerk. Welc lant hij gehuert heeft om 12 R gld sjaers 10 jaer lanc, alle jaer te betalen tot St Pieter ad Cathedram. Item heb ic Dirc Jan gegeven van margengelt in die prochie van Haerlem int jaer van 1482 van 9 morgen buten die Criuspoort ende 3 morgen in die prochie van Haerlem die mij toebehoren, van elke morgen 11d; (fol 19) item op St Barbarendach int jaer LXXV so heb ic van Heilwijf mijn nicht hoer aendeel van den lande gecoft opten Holensloet om 9½ R gld; Grote Thonys die scipvoire die doef plach te wesen die selven vinden te Amsterdam by die scippers dat men tot Utrecht vaert; (fol 19v) [in een geheel ander handschrift] myn oem Ysbrandt van Spaerwoude za. is tot Utrecht gestorven den 13e Septembris anno 1575 ende is tot Buerkerck midden in die kerck begraven onder die grote sarck daer het wapen van Voert op staet recht voer het wijwatersvat in welck graff hij te voren noch twee kinderen doen begraven hadde, sijn outste dochter genaemt Guertgen ende syn jongste soon genaemt Joost, het dochterken oud synde omtrent 2½ jaer ende sijn soenken oudt synde ses weecken. Ende liet noch een soon achter genaempt Gerrit van Spaerenwoude die welcke den 27e Juli voor syns vaders doot oudt was 5 jaren