13 resultaten

Streveland | 1394

Rek Baljuw Rijnland 1394 fol 1v p 47, 58/Rek Rentmeester van Noordholland fol 82
Achternamenindex

schout van Voorschoten: Ysbrand Streveland; 1394-1395: Rijswijc, Philips van Dorp van een hofvaert en een kenninge die hij verloes in den hoef tot Leyden jegens Ysebrant Strevelant, 20 £; 1394: Warmond, Ysbrand Strevelant 1 hofstede in erfhuur, als hi seyt sjaars om 6sc

Streefland | 1343-01-28

Cartul Marienweerd no 521
Achternamenindex

schepenen in Beesd: Jan Streveland en Acrijn Jansz (Jan Streefland idem: 1343-06-13 en 1343-09-29)

Jacob Aechtenz | 1330-1331

Rek Hen Huis I p 135
Voornamenindex

van besterften: van Jacob veren Aechtenz van de renten van Streveland en in Leckerland, en wat achter was van 1329, 18 £ 19sc; idem van 1330, 20 £ 12d

1407-04-25 |

R.A.H. Coll Aanw 70 fol 35/Memoriale B.F. fol 24
Jaartallenindex

hertog Willem oorkondt "want onse goede luden en ondersaten als Jan van Foreest, Gheryt Albout, Willem van Scoten, Jan Lottynsz, poorteren van Haerlem; Symon van der Burch, Aernt Willem, Jacob Cleymansz, Voppe Rembrantsz, poorteren tot Delf; Claes van Zwieten Pietersz, Jan Grietenz, Ysbrandt van der Laen, Ysbrand Streveland Jans Vosz, poorteren tot Leijden; Jan Willemsz, Dirc Hollandt, Gheryt mr Willemsz, Adam Braesman, poorteren tot Aemsterdam; Jacob Mijnen, Dyrc Jansz, Gheryt Jacobsz, poorteren ter Goude, mit sommigen van onsen ridders en knapen geloift hebben te betalen een somme gelts, dats te verstaen an handen Coenen van Herlaer 9000 Gentsche nobelen en 2000 Vrancr scilden. Item aen handen Jans van Harlair, Coenen van Harlair, Hubert van Soelen, Floris van Kyfhoeck en Bruenis van Bloclant 4100 Vrancr cronen, so hebben wij onsen goeden luden voirn. gelooft etc daerof schadeloes te houden"

Loon, van~ | 1472-12-11

Arch Nassau Domeinraad dl 1 p 144 Lecke
Achternamenindex

Streveland (Streefkerk): no 409) 10 morgen in de Overstock, Lauweris Ghysbrechtsz, na opdracht door hemzelf; 1509-11-29: Ysbrant Adriaensz na dode van zijn vader Adriaen Gysbrechtsz (broer van Lauweris); 1515: Geryt Reyersz na opdracht door Ysbrant Adriaensz; no 409a): afgesplitst van 409, 5 morgen: 1515 Voppe Huygenz, na opdracht door Ysbrant Ariaensz; no 410): 3 morgen in de Lange Broek in een weer van 5 morgen, 1473-01-24: Adriaen Gysbrechtsz na opdracht door hemzelf

Arkel, van | 1351-04-21

A.R.A. Leenkamer 31 fol 10/Alg Ned Familieblad jg 1886 p 185/R.A. Extract uit het Reg Repertorium Z.H. fol 1-453 D, p 212/R.A. Petit libro EL 33 fol 4/Repertorium A fol 75
Achternamenindex

hertog Willem oorkondt "want wij wael gevonden hebben bij onsen ouden hantvesten die onse lieve neve die here van Arkel heeft" dat deze "voir recht heeft gheweest an die heerlicheden ende goeden van der Lecke, van der ouder Ammers nederwaart uter jegenheijt die men hiet Vriescken ende dat is tot ende van der heerscap van Blocweer ende van Donkersloot, mit horen gherechten, te weten Streveland, nuwe Leckerland, Brandwijc, Ghibeland, Bleskensgrave, an beyden sijden van den Grave", met de tienden uitgezonderd die aan anderen beleend zijn. De hertog beleent hem vervolgens hiermee tot een recht erfleen

Kyfhoek, van | 1457-03-17 (1456)

R.A.H. Coll Aanw 93 laatste akte/Reg EL 9 laatste akte
Achternamenindex

Florijs van Kyfhoek en Godscalck Oem van Wijngaarden dragen de ambachtsheerlijkheden ieder voor de helft van Streveland, Leckerland, Brandwijk, Ghibeland en Bleskijnsgraaf op aan hertog Philips, en worden beleend net als hun vaders Florys en Godschalk in 1440, als dijkgraven van Alblasserwaard, mit den dyckrechte voir hair vrij eigen goede bij wijsinghe ende vonnisse van den dyckheemraden gewonen hebben ende die men van ons, eer sij mitten dyckrechte verloren waren, te houden plagt. De hertog beleent hen vervolgens elk met de helft van de genoemde heerlijkheiden tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden elk met een roode havick of een Vrancr schilt

1472, 1474 (11) |

R.A.H. Coll Aanw 148 fol 298v-300, 340, 344, 345v
Jaartallenindex

(vervolg) Leenmannen van Liesvelt: Pieter Schulpen als voicht van synen wyve 2 mergen in Ammers Gravelandt (fol 298v), Otte Martyn Jan Jongez 3 morgen in Berchambacht (fol 299), Adriaen van Heemskerck 15 morgen in Naeldwyck bij der kerke en een tiende optie geest, gemeen met de deken van Naaldwyk en heer Dirk van Egmond (fol 299), Pauwels van Haestrecht Pauwelsz 2½ morgen boven der lyne Hoeve in Streveland (fol 299v), Jan Segersz ½ van 6 morgen voir Lederdamme, gelden sjaers 4£ 10sc (fol 300). Leenmannen van de heerlycheyt van der Merwede (fol 340): Airnt van Loon houdt t ambocht van Karnisse, noch ½ ambochtsheerlijkheid van Kyffhoeck, jvr Alyt van Kyffhoeck hout oic van der Merwede t ½ ambocht van Kyffhoeck. Die voirs Jan Knobbout houdt nog van der grafelijkheid die hoge en lage heerlycheyt van hoog Sllingelant (fol 344). Heer Adriaen van Herlaer, pastoor te Oosterwyc, de hooge heerlijkheid van t huys, ende ambachtsheerlijkheid van het dorp van Oosterwyck met tienden, giften van kerken en jaren (?) tienden waardig is jaers 60£, huis, hofstad, boomgaard en land sjaers 28£, die hoenrethyns sjaers 5£ 15sc 6d. Noch die lande, tiende toe Oosterwyck, sjaers 30sc. Ende als van hoger en lager heerlycheit voirs en comt niet, belopende tsamen sjaers in als 95£ 5sc 6de. Ende hieruyt heeft in duarie Jans weduwe van Herlaer 50 R gld sjaers. Otto van Spyck houdt van de grafelijkheid slot en heerlijkheid van Spyck en 10 hont lant geheten de Cloot te Spyck 28£. Leenmannen van de heerlijkheyd Spyck (fol 345v): Allard Ewoutsz een camp lands te Spijck geldende sjaars 35sc, Airnt Vos Hermansz te Spijc een camp lants te Spyck, geldende 2 £ 11sc 6 denier, Airnt Willemsz te Gorinchem 5 hont lants in Spijc, geldende 2£ 16sc, Jan Roelofsz 2 morgen lands mit wat grindinge gelegen te Spijc, gelden sjaers 8£

1406-04-26 (4) |

R.A.H. Coll Aanw 69 fol 121v/Memoriale B.H. fol 77
Jaartallenindex

dit syn degene die om des vechtelics wille dat tot Alkmaar was, op ten huse tot Rynegom belopen worden. Tot Haerlem: Florys Gherytsz, Lucke Wibrantsz, borge: Dirc Boves; Gheryt Jansz, borge: Wouter van Woude; Pieter Dyrcsz en zijn zoon Dyrcxkyn, borgen: Dirc Struijs en Heynric Struijs, Jacob van Utermeer en Pieter Jansz snider; Jan Thymansz en syn soon Thyman, borgen: Louwerens Willemsz, Bertout Jans en Jan Bertoutsz, sceepmakers, Dyrc Dyrcsz; Gheryt Berthoudsz, borge: Aernt Pietersz; Jan Pietersz cannemaker, borge: Gerbrant Jansz; Clais van Adrichem, borge: Symon van Bloemenvenne Willemsz; Willem van Adrichem, borge: Dirc Reynersz; Pieter Loys, borge: Jan Allynsz van Leyden; Jan Loys, borge: Evert Pietersz. Delft: Engel Tybautsz, borge: Huge Willemsz; Aernt Gherytsz, borge: Pelgrim, zyn broeder; Jan Mathijsz, borge: Gherijt Bertout, zyn vader; Pieter Gabbekynsz, borge: Reynkin v.d. Kairne en Jan Aechtenz; Huesden Claisz, borge: Jacob Jansz; Huge Jansz, borge: Lysbeth Gheryts van Haerlem weduwe met Pieter hoer voecht; Wisse Gherytsz, Mathys Pietersz, borge: oude Gheryt en jonge Gheryt die pelseren; Pieter Jansz, Jan Garbrantsz, borge: Bertout Bertoutsz; Jan Gherytsz Saftkinne, borge: Gijskin Jacobsz en Gheryt Willemsz van Delf. Leyden: Goeswijn Garbrantsz, borgen: Coen Willemsz, Herman Hermansz van Haerlem en Pieter Martynsz van Leyden; Jan Jacobsz pelser, borgen: Dirc Gherytsz en Allart Jansz van Haerlem; Jan Nannenz, borge: Bertelmeus Nannenz; Pelgrim Jansz, borge: Dirc Pelgrimsz van Graft; Aernt Geerkinsz, borge: Dirc Walichsz die smit; Garbrand Aerntsz, borge: Aernt, syn vader; Heynrick Jansz, borgen: Clais Veder Pietersz en Dirc Jansz van Outorp; Meus Jansz, borgen: Ysebrant Ubelen van Alkmaar en Dirc Reynersz van den Sandyck; Dyrc Claisz stienmaker, borge: Yve Harkenz, Pieter die Wilde; Jan Bertout, borgen: Philips van Cralingen, Hugh van Riedwijc en Ysebrant Streveland. Rotterdam: Florys Claesz, borgen: Symon Boudynsz en Jan Ysbrantsz van Heylo; Ludeken Lubbenz, borgen: Bertout Dirc Cop Vedenz.z, Jacob Jan Berweitsz en Willem Hert; Gerbrant Dirxz, Florys Gherytsz knecht; Brandekin Ludekins knecht; Jan Reynairsz; Jan Gherijt Bairtsz, borgen: Heynric Dircsz en Ysebrant Doedenz heeft geloift Heynrick scadeloes te houden van synre moeyen wegen als een voicht en oic van syns selfs wegen

1573-12-30 |

Arch Marquette no 494
Jaartallenindex

koning Philips beleent jhr Cornelis van Assendelft als oudste en naaste leenvolger van zijn zoon jhr Floris van Assendelft, met: 1) de heerlijkheid van Assendelft, hoog en laag; 2) de korentiende te Groede, de smaltiende, vlastiende en uiterdijkse thiende; 3) 4 hoed gerst uit de tienden van Nieulant; 4) 36£ Holl sjaars uit een huysinge, woninge en land onder Wassenaer, aen t eind van het bosch van den Haghe; 5) het Cortenbosch, buiten het dorp van den Haghe met 3 morgen aan de zuidzijde; 6) een camp land van 16 grazen, geheten Vrou Lijsbettencamp, te Heemskerk; 7) een grote boomgaard met een hooge werf die nu geslecht is, een elsbosch aan het westeinde, en de schuttersdoelen met het geboomte erop staende; 8) de biertol te Castricum en de Vroonschuld tot Uytgeest Ackersloot; 9) 7 R gld sjaars uit een huys, boomgaard en bosch te Velsen; 10) 4 R gld sjaars uit hetzelfde huis; 11) 7 eenwintergaerssen op te groote Veenen te Heemskerck; 12) ½ van de ambachtsheerlijkheid van den dorpen van Streveland, Leckerlant, Brandwijk, Gybelant en Bleskensgrave, cum annexis; 13) de andere ½ van de genoemde ambachtsheerlijkheid, zoals heer Nicolaes van Assendelft die voortyts verkregen heeft bij overdracht door jonge Jan Oom van Wyngaarden; 14) ⅛ van het ambachtsrecht van Swindrecht met de kerkgift etc, dat men noemt Heynryck Ydenambacht en Schildemanskinderen ambacht; 15) 5 morgen in Krimpenrewaard in het gerecht van Langerak, die Lourens Ghysbrechtsz in achterleen houdt; 16) ½ ambachtsheerlijkheid van Kyfhouck in Swindrecht, met kerkgift etc; 17) een ambacht in Swindrecht, geheten Oudelantsambacht, met kerkgift etc; 18) 4 hoet gerst uit de Monicken hoeve van Texel; 19) een korentiende en smaltiende oostwaerts van onsen Houte in den Hage; 20) 5£ per jaar op de hoeve van Berckenroede te 's Gravesande; 21) een erfrente van 501 Kar gld de goederen van de heer van Zevenbergen te: Heemskerck, Oosthuysen, Etershem en elders, belend zuid: het cloester Rynsburch, west en noord: Willem Coppersz, oost: de banwatering; 22) een rente van 200 Kar gld op de heerlijkheid en goederen van Alblasserdam, tot een goed erfleen; 23) een jaarlijkse losrente van 93£ 14 schell 1 penn uijt de voors. heerlijkheid van Alblasserdam en ook uit de huysinge van Subburch met 32 morgen lants daaromtrent gelegen, ende noch uyte ⅔ deel van 37 morgen lants liggende aen de Dussen; 24) een jaarlijkse rente van 16 Kar gld uyte goeden en domeinen van Noordeloes en Sevenbergen; 25) een rente van 75 Kar gld jaarlijks uit de heerlijkheid en goederen van Noordeloes, Etershem en Eemskerck

heer Otto van Egmondt heer van Kenenburg, ridder, jhr Abraham van Almonde, leenmannen