Bedoelde u soms?
suutwaert | suydwert | suytwaarts | suytwaerts

11 resultaten

1429-04-09 | Heemskerk

R.A.H. Coll Aanw 56 fol 149v/Reg in Beyeren IX fol 80
Jaartallenindex

gravin Jacoba oorkondt dat Gheryt van Poelenburch haar heeft opgedragen tbv Claes Berthoutssoen van Huessen een huysinge mitten hyemwerff ende mit 4 acker lants gelegen tot Heemskerck voir den werff, streckende tot aen de Kerckwech ende een weyde achter den huyse effen breet den voirlande voir den Voirsloet suytwaert off te meten, doorgaende tot in den Hecsloet, die Gheryt voirs in leen hield. Zij beleent Claes voirs er vervolgens mee tot een erfleen, gelijk Gheryt en zijn ouders dat gehouden hebben

1408-03-03 (1407) | Oostzaan

R.A.H. 52 fol 86v/Reg I fol 63/van Riemsdijk no 43
Jaartallenindex

hertog Willem ontslaat onse goeden luden van Oestzaenden alse van Jacob Nannetgessoens weer suytwaert an den dijck toe, van alsulcke pene als Heer Wouter van Heemskerc als een ambachtsheer op tien tijt Harman van den Bosch als een balju geset hadden tusschen die van Hadel aen die een syde, die van Jacob Nannetgeszoens weer zuytwaert als voirs is aen die ander sijde, ende om die beste redenen ende recht also als wij verstaen hebben, dat sij twien om mit malcanderen te dycken etc

1428 | Graft

R.A.H. Coll Aanw 99 fol 25v Caput Kennemerland/Novum Registrum
Jaartallenindex

Willem Outgeerssoon, Jan Willemsoon, Symon Willemssoon: een stuck landts van 3 ½ maden groot gelegen in den banne van Grafte, ende geheten is Hersencamp, streckende suytwaert aen den dijck. Item 2 maden landts geheten bastaerts twee maden dair der costerien landt al langes strecket op tie oestsijde, ten erfleen et sunt litterae. Wilhelmus obiit et Johannes filius suus relevavit et sunt litterae Johannis Ducis Bavariae, ende die houden meer 5 swanen dat hier geschreven staet. Johannes obiit et Symon filius ejus relevavit, ut patet octava mensis Aprilis anno 1429 (1429-04-08)

1510-12-15 |

R.A.H. Coll Aanw 113 Caput N.H. fol 83v
Jaartallenindex

Max. en Karel belenen jvr Machteld van der Marcke na dode van haar suster jvr Inmesoete van der Marck met: 1) die thiende in Hodempijl, beginnende van Authoeve voort op aen gaende bij den Woudwege tot aen den Lierdijck toe, ende van den Lierdyck streckende by der zydwinde suytwaert op tot aen den twee huelen, schinckelt op van der grooter vaert oostwaerts weder ten Audthoeve toe, zoals Immesoete die gebruicte in 4 parcelen: 1) die nye polre thiende, 2) die oude polre thiende, 3) oock geheten die nye polre thiende, 4) die thiende gelegen achter die kercke van Schipluiden. Lodewijk Bruueel doet als haar gecoren voogd de eed

present: Jordaen van Raemsdonck, Timmer Joriszoon, Reynier Willemsz

1543-09-27 |

R.A.H. Coll Aanw 122 Caput Putten, Arkel fol 200v, 202v
Jaartallenindex

Herber Willemsz, poorter van Gorckum, droeg op tbv zijn zoon Adriaen Herberenz een hofstede metter timmeringe en 4 morgen land gelegen op Hardingsvelt, en noch 2 morgen oock aldaar gelegen, oost: Jutte Corssen weduwe met haar medelanders, west: Dirck de Hogen erfnamen, zuid: hijselve suytwaert gelegen den Hogendyck, noord: ter gemeenten toe. Herber Willemsz zal het gebruik hiervan zijn leven lang behouden. Laat zijn zoon Adriaen descendenten na bij zijn tegenwoordige huisvrouw Hendricksken Willemsdochter, hetzij zoon of dochter, zullen deze na dode van Adriaen (voor zijn vader Herberen) dit leen erven. Adriaen Herberenz wordt vervolgens beleend als leen van Arkel, erfleen. Mits absentie van Adriaen doet Adriaen Aertsz de eed voor hem. Binnen het jaar moet hij zelf de eed doen. Op 1543-10-03 doet Adriaen zelf de eed

leenmannen: Cornelis Barthout, Willem van den Criep, Anthonne Lebucq, Jan van der Woert, Nicolaes Barthouts

1429-03-28 (1428) | Heemskerk

R.A.H. Coll Aanw 56 fol 139v/Reg in Beyeren IX fol 75
Jaartallenindex

gravin Jacoba beleent Gheryt van Poelenburch met alsulke goede als hiernae geschreven staen: eerst een huysinge mitten heymwerff ende mit (4) ackerlandt gelegen tot Heemskerck voir den werff, streckende tot aen de Kerckwech. Item een weijde achter den huyse effen breet den voirlande voir den Voirsloet suytwaert oft te meten doorgaende tot in de Hecsloet toe. Item 4£ Holl sjaers uijten lanthuur in die Lier. Item 20 morgen lants gelegen tusschen den dyck van Poeldyck ende Wennekensloet. Item 2 morgen 2 hont lants gelegen an 't Hoff te 's Gravensande. Item 2 paer swaen uten huse van Heemskerk. Te houden zooals hij en zijn voorvaders die tot nu toe gehouden hebben en de brieven inhouden. Nota: van dese voirs. 2 morgen 2 hont lants, daer en hadt Gheryt voirs. ghien brieven off, maer het staet alles geregistreert int Papiereboec met ..... hant des ..... Clerc van Condeyt onder die lene van Kennemerlant

1436-05-12 |

R.A.H. no 97 fol 80v-84v/Lenen Margaretha van Bourgondië fol 41v-42
Jaartallenindex

Margaretha van Bourgondië oorkondt dat er binnen eenre tyt van een deel jaren geleden an onsen lande van Texel buten 's dyks zeekere sliklanden en anworpen uten diepe van der zee angheworpen en ghecomen sijn, die welcke gaende int Barchambacht an Cleijersdijck ende Coghersdijck, ende voirt streckende metten noirtoisteynde an Bavenwall ende Wisschershoirn, ende die andere comende voir an die Spike, ende belandt sijn ende beleghen an dat westeynde mitten lande dat Willem Symonszoen bedycke ende is geheeten den Santenandell, an dat oisteynde den Suythaffalredyck ende Noirthaffalredyck, ende mede den Cuijst, midt sulke groote ende alsoe cleyn als die nu ter tyt is off hiernamaels werden mogen an die zuytsyde, ende alsoe voirt suytwaert op totten Marsdiep toe. Omdat dit land niets oplevert en van geen nut is, geeft zij het aan haar secretaris Daniel van Nyewail en Jan van Noorde tot eewigen dagen om die te doen bedyken tot een korenland, weiland of anderszins, binnen 16 jaar. Hertog Philips bevestigt dit 1436-08-12

1530-05-08 (1) |

R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Altena, Asperen, Heukelom fol 2-8v
Jaartallenindex

huwelijksvoorwaarden tussen Wouter van Emmichoven Zegersz, ambochtsheer tot Emmichoven, en Lysbeth Burchgraven Cornelisdochter: Wouter brengt ten huwelijk 1) de ambachtsheerlijkheid van Emmichoven, met de smaltiende in Emmichoven en Weerthuizen, vroeger in leen gehouden van die grave van Hoern here tot Altena; 2) 16 morgen mitter hofstad en gesate met boomgaard en toebehoren in Weerthuysen, leen van Holland; 3) zijn kindsdeel in zijn vaderlijk eigen goed en tilbaar have; 4) 4 morgen lands in Weerthuysen, hem aangekomen en hem door zijn vader bewezen voor zijns moeders goet jvr Joost van Emmichoven, dochter van wijlen Mathys van Muylwyk, noord: 5 morgen van Sweder van Clootwyck, west: den Bevingh, oost: die Weerthuizense stege, zuid: die Petercelie camp. Wouter zal zijn vrouw tot lijftocht maken huis, hofstad en gesate, noch 3 morgen hoochlant achter het huis, noch in 1 morgen aen de 4 morgen suytwaert aen t selve land, noch aen 4 morgen eigen land, hem bij wijlen zijn vader bewesen voor zijns moeders erve, indien zij geen kinderen nalaat. Heeft zij wel kinderen dan ontvangt zij geen lijftocht maar 100 gouden Koerv. gld in eens

Wouter van Emmichoven, Cornelis die Borchgraef, als principaal en als leenmannen van Hoorne en Altena, mit Joost van Ryswijck als keersman van wege Lysbeth Borchgraven, Jan Loeyensen van Emmichoven, door aenbrengen en ter bede van Adriaen van Clootwyk, vicecureit van Alkmerck en Adriaen Jansz van Emmichoven, als keersluiden van Wouter van Emmichoven, bezegeld door Willem Loef Adriaensz, Dirck Jorissen, leenmannen van Holland, Dirck Hermansz Coppier, leenman tot Vianen, ende als getrouwd hebbende Mari van Muylwyk des voirs. Wouters van Emmichovens moije, van syns moeders wegen, ten huize van Jacob Snoeck, staende op t Marctvelt te Gorinchem

1560-12-29 | Tetrode

Coll Aanw 466 fol 96/Leenregister Brederode fol 66
Jaartallenindex

Henrick heer tot Brederode oorkondt: dat alsoe ons kenlicken is bij brieven ons daervan verthoont, dat Floris Bol om goeden getrouwen dienst die hij onsen voorvaderen heeren tot Brederode dicmael gedaen en bewesen heeft ende in grativiteyt ende recompense van dien bij onsen heren ende voorvaderen gegunt en gegeven is seecker lant ende bergen in onsen ban van Tetrode, omtrent de hofstede van Aelbrecht Bol, genaempt "die Piest" ofte "die Riethoorn", om daarin conijnen te planten, in bergen te setten ende weder uijt te vangen tot sijn geliefte, belent noord: Claes Neijenz ende Jan Vranckenz, west: Willem Claes Jacobsz weduwe en Pieter Oeijnic, ende voort van Pieter Oeijnix suytwaert streckende langs die Vollemeer, soe dat beheynt is, om tselve te leen te houden van onsen heren voorsaten tot een onversterfelijk erfleen. Welk leen bij overlijden van jffr. Joost Floris Bollendochter gecomen is aen Ysbrant van Spaernwoude, onsen getrouwen ende lieven bailju ende rentmeester, als haer eenige zoon rechte ende naeste leenvolger, die ons daervan hulde ende manschap gedaen heeft. Om die voors. gift en weldaad te vermeerderen, en ook om dienst wille die Gheryt van Spaernwoude, in leven baljuw van Brederode en rentmeester van wijlen Reynout heer van Brederode en van diens vader wijlen Walraven heer van Brederode, Ysbrands vader, gedaan heeft, geeft hij hem daartoe die duyn en wildernisse daeraen leggende mitter aencleven van dien, soo die nu streckende is oostwaerts van de wal van de Volle meer, linie recht tot het hooghte van der Westerduyn, ende voorts van daeraff suytwaert opgaende tot die naeste hoge duynen dwers duer die laegte tussen beijden gelegen, ghenaemt het Houscken van t Bentvelt, streckende voorts van de voors. hooghste duynen uijten westen oostwaert op tottet Abelen boomken. Ende van daer voorts tot Claes Willemsz Roserts heck, all gelyck datselfde nu mit palen afgescheyden staet tot een eeuwige bepalinge en limite. Met expresse prerogative dat dieghene die duynen gepacht zullen hebben an die zuidzijde leggende van de voors. beleende duynen in de twee naeste croften, den eenen toebehorende Claes Willemsz Rosaert, ende den anderen den erfgenamen van Adam Bol, nijet sullen mogen afsteecken mit lange netten anders dan voir huer bergen, ende dat suijden ende noorden. Te weten dat sij die netten niet en sullen mogen steecken oost ende west, noch zuydoost of noordwest, alsoe dat men buyten t suyden ende noorden niet gaen en sal. Tot een onversterfelijk erfleen

1432-02-28 (1431) |

R.A.H. Coll Aanw 57 fol 317/Reg in Beyeren IX fol 155
Jaartallenindex

gravin Jacoba geeft wegens "kennelicke gebreke, scade ende afterwesen" die heer Johan heer tot Egmonde dikwijls van de grafelijkheid geleden heeft boven sulc gelt als onse vyf steden van Hollant hem bebrieft ende geloift hebben te betalen, daarom geeft zij hem die heerlicheden ende goeden van Outkerspel in hoge gerechten ende in lagen, mit thienden groit ende smal, visscherije, pluymgraefschap, volgerije, weerden ende alle opcomynge, te water ende te lande die nu syn off hiernamaels vallen mogen bynnen der bepalingen hiernae geschreven. Dats te verstaen: eerst van Oude Nyedorperban westwaert uijt tusschen Berchswerck ende Geldrixbosch te middewegen gescheiden tusschen Outger Zijbrantszoen an die zuytsyde in Noortscherwouderban ende Abbe Garbrantszoen aen die noirtzijde in Outkerspelreban. Ende voert westwairt opstreckende an den Winterwech, ende voirt den Winterwech suytwaert an die zuydwinde ende voirt die zijdwint westwairt an den Rekerdijk, ende van den Rekerdyk noirtwaert an Warmenhusenban ende voirt des heren lande van Egmond bepaalt heeft met den ban van Herencerspel also als dat daeran gelegen is. Ende daertoe noch die heerlichede ende goede van Bachem, met hoge en lage heerlijkheid etc en den zeevond, zooals dat gelegen is tusschen de heerlijkheden van Egmond an die noirtsyde, die dorpe van Heylo, Oesdom en Limmen an die oistzyde, ende Castrichem an die zuytzyde ende voirt streckende langes der zee zuytwaerts 20 roeden verre teijnden der heerlychede van Egmonde, die die heer van Egmonde vors en syn ouders tot hair toe bezeten en gebruyct hebben gehad. Boudelyk Gysbrecht van Vyanen en jvr Meyne van Heemskerk sijne wijve ende hoir erve, hoire dunen, wilt ende wildernissen