11 resultaten
Wyffliet, van | 1435-07-20
Arch Nassau Domeinraad regest 1339
Achternamenindex
mannen van het Hof van Breda: Wouter van der Beversluijs, Aert Thomaesz van Wyfvliet en Aert van Tholeijsen
1435-07-01 |
R.A.H. Coll Aanw 465 fol 96v/Leenregister Brederode fol 50; R.A.H. 465 fol 91v/Leenregister Brederode fol 48
Jaartallenindex
Reynalt heer tot Brederode beleent Jan Gerytsz met ± 12 snesen lants ende sijn gelegen in den banne van Oudekerspel, ende hebben belent zuid: Paeije Juessoen ende jonge Jacobs kijnderen, noord: Almer Bruntssoon ende Aloff Henricsz (ander fiche: Oeloff Heerensoen), ende 3 garsen lants leggende in den ban van Noertscaerwoude, ende hebben belent noord: Sigerops kinderen, west: Geryt Dircsz mit sire moeder, brueder ende zuster, ende zuid: Jan Bertelmeusz, Yve Thomaesz ende dese voers drie gersen lants gaen aen Gerijts werf voors. van den westeynde tot 3 garsen toe. Tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met een blancke heect
1475-10-02 | Heiloo
Cartul Reg St Jan Heiloo fol 103v
Jaartallenindex
ic Geryt van Stienvoorden oorkondt: also die edele ende vermogende heere Johan jonge heer tot Egmonde tot zonderlinge bede ende begeerte van broeder Jan van Beerhem, prior tot Nasaret bij Bredervoirde, die als navolger des leengoets hem angecomen van meister Geryt van Beerhem, zijnen broeder zal. ged, ende is geheten Beerhemscampe, gelegen binnen den ban van Hello ende men tot lene te houden plach van de heerlichede ende huyse tot Egmonde, gegont ende gegevet heeft den eyghendoem deszelven leengoets puermentlicken omme Goids willen den cloester ende convente der Regulieren tot Heylo gelyck den brief die dair of is bezegelt mitten zegele des voorg. Heeren tot Egmonde dat utwijst ende begrypt, zoo ist dat ic kwijtscheldt aan genoemd klooster al het recht dat ik hebben mag op Beremscamp voirg. Op zijn verzoek zegelt Thomaes Thomaesz tesamen met hem
1460-06-28 |
Bijdr Bisdom Haarlem dl 16 no 107/Cartul Zijlklooster Haarlem
Jaartallenindex
schepenen in Haerlem oorkonden dat Jacob Dirc Gherijtsz.z geliede dat hij overgegeven heeft aan het Zijlklooster te Haarlem, in de naam van zijn dochter Katherine, proffesside medenonne in genoemd convent, zoolang deze leeft, de bruycwaer van het navolgende land: 1) 3 maden lands gelegen in Velserbroeck an die Westlaen tusschen die hoijemade ende die Vroonmade, 2) 2½ maden lants gelegen in den banne van Velzen in den veen an Jacob Louwenzoons leckamp, ende zijn gecomen van Geryt Uuttenhage. Ende mit desen landen ende renten voirscr ende mitter landen gelegen tot Akersloot, die Jacob Dircsz voirscr voirtijts den voirn. convente gegeven heeft, zoo zal het convent afstand doen van al de erfenissen die Katherijne voorn. aanbestorven mag zijn van haar moeder jonfr. Zuwe, en die haar namaals mogen aanbesterven van haar vader Jacob Dircsz voorn. Bezegeld door schepenen en op zijn verzoek door Geryt van Adrichem en Florens Gael, leenmannen van de grafelijkheid van Holland
Jan van Huessen en Pieter Thomaesz, schepenen
1458-11-10 |
Bijdr Bisdom Haarlem dl 16 no 132/Arch Zijlklooster Haarlem
Haarlem Algemeen
schepenen in Haarlem oorkonden dat Margriete Dirc Pieterszoons wijf met Dirc Aelbrechtsz, erkende schuldig te zijn aan Jan Petersz den scheriaer, 122 g. R. gld. Ende hiervoir heeft Margiret den voorn. Jan Pietersz in die hand gezet tot een onderpand dat huis en erf dat Dirc Pietersz hoir man tgegen him onder een schepenbrief van Hairlem gecoft heeft, leggende ende staende in die Zijlstrate
Jan van Adrichem en Pieter Thomaesz, schepenen
1460-08-10 |
R.A.H. Coll Roeperpapieren Inv 61 regest 48
Haarlem Algemeen
scepenen in Haerlem oorkonden dat mr Dirc Roeper, priester, met zijn broeder Garbrant Andriesz als voogd, overdroeg aan zijn broeder mr Jan Roeper, priester, die huysinge en erve in St Janssteghe. Ende daertoe 2 cameren en erven in die Baghynenstege, tussen Margriet Valck Jansz weduwe an d'een zijde, en Agnieze Symon Ykenz weduwe met haar kinderen an die ander zijde, afterwaerts streckende an die ganck. Mitten eygendom van den ghanc utgaende in die Beginenstege. De 2 camers belast met 6 schell Holl (vgl 1446-05-14)
Jan van Adrichem en Pieter Thomaesz, schepenen
1473-10-28 |
Bijdr Bisdom Haarlem dl 16 no 140/Cartul Zijlklooster Haarlem fol 15
Haarlem Algemeen
scepenen in Hairlem oorkonden dat broeder Claes Dircxz, priester en rector, Alijt Philipsdochter, priores van het Zylklooster aldaar, met haar voogd Coenraet Claesz, gelieden schuldig te zijn aan Alijt Jan Betten weduwe 10 g. Wilh sc sjaars, tot 21 witte stuvers 't stuck gerekent, jairlixe lyftocht ende rente, der voirs. Alijs leven lanck gedurende ende niet langher
Wouter van Bekestein ende Pieter Thomaesz, schepenen
1459-04-17 |
Arch Kerkvoogdij Haarlem Inv no 251
Haarlem Algemeen
schepenen in Haarlem oorkonden dat Dirc Gysbrechtsz, die metselaer, als oudevader, en Pieter Dircsz die Vleyschouwer, als oudt oom, als voogden van Jan Dirc Willem Dircszoonszoons kind, dat Dirc voirs. gewonnen heeft bi zyn wijve Katherine Dirc Ghysbrechtszdochter, dair zij voir loveden te waren, bij wille en consent der vier Raden van der stede, ende des voors. Jan Dircszoons magen ut zyn vier vierendelen zo men die naest crygen conden, ende gelyeden dat zij vercoft hebben aan Ysbrant Dirc Claesz.z een stal in het Vleeschuys. Met zulken als daarop sjaars te hure staan
Pieter Thomaesz (zegel: 3 bloemen ?), Jan van der Meer (fragment: meerbladen), schepenen
1460-10-04 |
G.A. Haarlem Inv 1646 Lade T/Arch St Barbara Gasthuis Haarlem
Haarlem Algemeen
scepene in Haerlem oorkonden dat voor hen kwam in het gerecht Lambrecht Claesz die dingede op gasthuismeesters van Olvr gasthuis in St Jansstraat, alze dat hij vans gasthuijs wegen voerscr sculdich wezen zullen den muyere die staende was tusschen onser Vrouwenerve ende den voirscr Lambrechts erve die de gasthuijsmeesters voirs. hebben doen afbreken, weder te doen leggen zoo groot als zij was of beter, tenzij zij bewyzen dat de muur hun toebehoorde. Schepenen beslissen dat gasthuismeesters binnen 14 dagen moeten aantonen dat genoemde muur alleen op hun erf stond en hun alleen toebehoorde
Jan van Huessen, Gerijt van Hillegom, Pieter Thomaesz ende Willem van Zaenden Florensz, schepenen
1478-11-09 |
G.A. Haarlem Inv 1674 Lade V Stedelijke Ambtenaren
Haarlem Algemeen
wij schout, Burgermeisteren, scepenen ende Raide der stede van Hairlem, doen condt allen luden dat wij bij consente, goetduncken ende gemeenen overeendragen van der Rijcdom ende Vroescip van derzelver stede, onthouden ende angenomen hebben, onthouden ende aennemen mit desen tegewoirdigen brieve mr Steffen Pietersz, lycentiaet in den Rechten, onsen medeporter, tot eenen pensionnaris ende dienre van der stede om van der voorn. stede wegen voir allen heeren ende rechteren ende tot allen steden ende plaetsen dair dat gebueren zal alsoewel buyten slants als binnenslants te vervolgen ende te sustineren al alsulke processen, gedingen ende saicken als diezelve stede nu ter tijt vuytstaende ende te doen heeft of noch hiernamaels hebben mach. Verder te proponeeren alle alsulke poincten ende saicken als die voorn. stede te doen zal mogen hebben. Hij zal geen brieven mogen uitschryven noch bezegelen maar dit blijft voorbehouden aan den drie gezworen clercken van der stede. Zij beloven hem te geven 100£ Holl sjaers van 30 groten, te betalen in 2 termijnen (Paschen en Lucasmarkt) en bij afwezigheid voor reiskosten 1£ Holl sdaags (van 30 gr Vls) boven wagenhuer en vracht en een knecht die hij vrij heeft. Tevens tabbaert en cleeding als een burgemeester. Hij is onafzetbaar behalve in geval van wangedrag. Bij verschil van meening 6 arbiters. Mr Steffen met Gerrit Luytgensz als voogd wijst hiertoe aan Wouter van Bekesteyn en Willem van Adrichem, burgemeesters, en Gerrit van Berckenrode, rentmeester van Kennemerland. De stad wijst aan: Jan van der Meer Geerytsz, Jan Pietersz Hals, burgemeesters in den gerechte en Jan van Foreest
bezegeld met het zegel van zaken en door Thomaes Thomaesz ende Dirck Potter, schepenen in Haerlem, en ondertekend door mr Steffen (ontbreekt)