Bedoelde u soms?
telbaer | tilbaar | tilber | tolnaer

13 resultaten

1515-08-30 |

Ms Opstraeten v.d. Molen dl III fol 316
Jaartallenindex

schout en schepenen van Utrecht oorkonden dat heer Henrick van Moutwijck, Canonick ten Dom te Utrecht, met zijn gecoren voogd, "gaff ende maeckte Henrick en Anna zijn kinderen die hij hadde bij Elisabeth Vredericsdochter, alle syn goedt, ruerende, onroerende, huysinge, hofsteden, renten, roerende tilbaer have, gelt, gout, silver, gemunt en ongemunt", die hij na zijn dood achter zal laten. De een zal van de ander erven. Sterven beiden zonder echte geboorte, dan komt alles aan mr Henrics erfgenamen. Zijn zuster Beertgen Dircsdochter van Moutwijck sal echter voor haar leven haar lijftocht hieraan hebben

Gysbert van Lanscroon, schout, Goirt van Voirde Henricsz, Gijsbert die Craen, Johan die Wit, Jacob van Snellenberch, Goert van Voirdt, Johan van Rodenborch, Loef Verhaer, Lubbert van Alendorp, Willem Sael, Jan van Voerdt, Ysbrant Ysbrantsz, schepenen van Utrecht

1472-10

folio 122v CXXII 1470-1473
Transportregister Haarlem

Dirc Claeisz Puttenz erkent voldaan te zyn van Griete Jacob Leyenzoonsdochter van alsulke sculden en gebreken als hij hadde an Claes Walichsz wien hij sijn goet ofgewonnen hadde, als huis, hoij, werf, coeijen en anders alle tilbaer have, hem toegewijst na den recht van den lande

1410-07-25 |

Bijdr Bisdom Haarlem dl 16 no 15/Arch Zijlklooster Haarlem
Haarlem Algemeen

schepenen in Haarlem oorkonden dat Ave Chereit Pieterszoensdochter met hoir momber Dirc Ghereit Wyenzoen geliede dat sij ter eeren Goids gegeven heeft den convent der zusteren van den Zijl, alsulc ghelt ende tilbaer have, als hoir anbestorven is van hoiren vader

Floris Scodij en Matheus Jansz, schepenen, met hun zegels

1439-01-25 (1438) (4) |

R.A.H. Coll Roeperpapieren Inv no 5 regest 31/G.A. Haarlem Inv no 915 Hs v. Alkmade en v.d. Schelling dl I fol 76
Jaartallenindex

(vervolg) 35) Dirc Rembrantsz van lande 1 W. sc sjaars, 36) Jan Nanneken 1 W. sc sjaars, 37) Jan Gheryt Minnekenz 1 W. sc sjaars, 38) ⅙ deel van Dirc Reijnkenszoensven in de ban van Ackersloet om 1 W. scilt en 4 Beyers gld sjaars, 39) item op huzen en erven binnen Haerlem 12½ gld sjaars. Martijn zal verder nog inbrengen ⅓ deel van de nabescreven landen: 40) van lande dat Lambrecht Pietersz bruict in de ban van Ackersloot om 10 Wilh. sc sjaars, 41) Claes Thamisz van lande in denselven ban om 7 Wilh sc sjaars, 42) Thamis Jan Smalincxz van lande dat hi bruict in denselven ban om 10 W.sc sjaars, 43) al zijn inboel, tilbaer have etc. Wat niet ingebracht is, zal Martijn persoonlijk behouden. Voort waer dat zake dat Machtelt Jacop Huge Ropersdochter voors enich van hoer twee dochter, namelic geheten Margarete en Baerte die zij gewonnen heeft bij wijlen haar man Bartout Symon Zutvoetsz uithylicte of in de geestelyke stand plaatste, dan ontvangt deze dochter 75 gouden Wilh Holl scilt

1492-04

folio 153v CL 1489-1492
Transportregister Haarlem

heer Wouter Dircsz, priester, met Jacob Jansz spildrayer als voogd, scelt quijt, Maritgen, zijn natuerlichen dochter, daer moeder of was Lucije Woutersdochter, voor haar verdient loon ende oick voor haers moeders erfenis, t huys en erve dat hij nu bewoont, in die Scoelstege, an d'een zide: Alyt Ysbrantsdochter, an d'ander: mr Jan Vlieger, after streckende an Evert Jansz Lap. Met de pacht die daarop staat. Daartoe alle inboel, tilbaer have en huisraet die in dit huys is. Hij behoudt de bruikwaar zolang hij leeft

1502-02-18 (1501) |

G.A. Haarlem Inv I no 1995 Lade X/Arch Klooster der Vrouwen Broederissen Haarlem
Haarlem Algemeen

scepenen in Haerlem oorkonden dattet gewijst is mit vonnisse der scepene dat die schout of zijn gewairde bode sculdich is alle des cloesters van den Vrouwen Broederissen tilbaer goederen in behouden hant te doen tot behoef van mr Frans Roeper, priester, ende dat de zusteren van der Vrouwenbroederissen sculdich zijn hair cloester ende huysinge te ruymen binnen 14 dagen, alsoe t de voers. mr Frans geeygent ende verstaen is na den recht van der stede, ende na inhout zyn wonnen clage, die hij dair of heeft men en mochtet weeren mit recht

Willem Engbrechtsz Ramp, Geryt van Warmondt ende Claes Jansz Kantart, schepenen

1495-02-14 (1494) |

G.A. Haarlem Inv I no 2006 Lade Y/Arch Memoriemeesters Haarlem
Haarlem Algemeen

schepenen in Haerlem oorkonden dat het gewijst is mit vonnisse der schepenen dat die schout of zijn gewaerde boode sculdich is Jan Dircxz de maetselaers tilbaer goet in behouden hand te doen tot behoef van der memoriemeesteren van Haerlem, ende dat die voers. Jan Dircsz sculdich is zijn huysinghe te ruymen binnen Haerlem, al zoet de voirs. memoriemeesters tot behoef van de memorie geeyggent ende verstaen is na den rechte van der stede ende na inhout hoere brieven die zij daerof hebben, men en mochtet weeren mit recht. Transfixen 14 Mrt en 5 Mei 1495

Geryt Luijtgensz, Jan Bruijn Harmansz ende Ysbrant van Spaerwoude, schepenen

1471~

folio 38v XXXVIII 1470-1473
Transportregister Haarlem

Reymburch Willemsdochter met haar gecoren voogd Claeis Jacobsz geeft aan Willem Dircsz met sijn suster Dirck Dircken, haar twee kinderen de goederen nabeschreven also als zij die goederen van haar ouders niet te erve genomen heeft, maar dat mit hoeren sueren arbeit gewonnen. In den eersten een huijs mitten erve staende an der stede muer, an die een side: Aelbrecht Pouwelsz, an die ander side: Jan Peuijse, after streckende an der stede muyr voors. ende daertoe alle inboel, tilbaer have, gelt, ende daartoe 1 gld van 10 st 6 duyts die si leggen heeft

1476-04-01 |

G.A. Monnikendam Inv 154 fol 16/Diversorium Galileaconvent
Jaartallenindex

scout en scepenen van Suijderwoude oorkonden dat voer ons ghecomen is Garbrant Claesz, ghesont van lichame ende heeft ghegheven tot een testament voer sijn ziel ende voor sijn ouders siele: 1) die prochiekerk van Suijderwoud: a) de helfte van Wouters Claes Meijnsz weer, belend zuidwest: Symon Jacopsz, noordoost: Jacob Hilbrantsz, b) 2 R gld jaerlics an pachte nae utwisinghe van den pachtbrieve daerof ghemaect, behouden nochtans dat Lobberich Claes Costersdochter, sijn moeij, sal hebben dat ⅓ deel daerof; 2) dat convent ofte cloester van Galileen bi Monikendam der oerde van Cistercien: a) Garbrant die Grebbers weer gheleghen in den ban van Suijderwoude voers, belend zuidwest: Jacob Jacobsz, zuidoost: Symon Jacopsz, b) die ander helft van Wouter Claes Meynsz weer voers. binnen denselfden ban, ende die lenden daeraf als voers. is, c) Claes Moenisz syn oemsz syn deel van dat huus daer hi nu ter tijt in woent binnen denselfden ban voers, belend noordwest: Claes Scutemakers, zuidoost: Claes Salenz. Ende noch Lobberich syn moeij voers al sijn tilbaer goet; 1476-03-22: zijn testament voor notaris Jacobus Proijs in presentie van Jan Jansz, Symon Claesz artium magister, Pieter Jansz, presbiters de Monckedam

Pons Jacopsz, schout (met zegel), Jacob Jacobsz ende Jan die Wael, schepenen

1458-10-05 |

Arch Kerkvoogdij Haarlem Inv no 186 fol 16v regest 175/Cartul Zeven Getijden Haarlem; mr Enschedé: Inv Arch Haarlem no 2153
Haarlem Algemeen

schepenen in Haerlem oorkonden dat Roedinck Jacobsz ter eenre zyde, en zijn vrouw Fye Martyn Stapelsdochter, elkaar in testament gemaakt hebben dat de langstlevende tot zijn dood zal behouden die bruijcwaer van den huis en erve dat zij nu ter tijt tesamen woenlic bezeten hebben, in de Zylstraet, belend an die een zijde: Ellinc Willemsz, an die ander zijde: Pieter Zybrantsz, afterwaerts streckende an die Raecx. Verder hun inboedel, tilbaer facelment, gelt, zilverwerk, cleijnoden en juwelen. Voorts zal na hun dood de ene helft van hun goederen komen an die canterie in die parochiekerk, en andere helft an dat H. Geesthuis aldaar (vgl 1453-08-24, 1460-01-08)

Pieter Thomasz en Jan van der Meer Gherytsz (zegel: 3 meerbladen), schepenen