3 resultaten
1439-03-10 |
Arch Abdij Egmond Inv no 235
Jaartallenindex
Claes Thaemsz, schout van Assendelft, oorkondt dat er een twist geweest is tussen de abt van Egmond eener-, en Zybrant Claesz en Allert Allertsz, buyrluden van Assendelft, anderzijds, over een stucke lants buten dyck gelegen binnen den ban van Assendelf, geheten den Riedwaert ende is 8 made lants. Partijen zijn deze twist verbleven aan Gerijt Jutte Godevert Allertsz, Bartout Martijnsz ende Claes Dirxz als arbiters. Deze beslissen "als dat die abt van Egmonde voirscr sal die ses made lants die hem daervan toebehoorden hebben an die Z.W. zyde, ende Zybrant Claesz en Allert Allertsz zullen die ander 2 made lants die hem toebehoirden hebben an die N.O. zijde"
1432-08-14 |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 298v/Memoriale Rosa I fol 119
Jaartallenindex
"alsoo Clais Gerytsz van Hoirn c.s uut enen scepe, toebehorende Dirc Helmer van Aemsterdam, geladen mit coipmansgoederen, comende uut Noirwegen, genomen heeft ende geladen een boeijer uten voirs. scepe, als voir vyants goet, ende dat gebracht tot Scellinchout. Welke goede, so geladen, ingescrift gelevert sijn bij Adriaen van der Heede, den scout van Scellinchout Heynric Schael, na inhouden der cedule die sij elcx daarof hebben. So syn dese selve goede geconsenteert Clais Gherytsz c.s. te vercopen ter bester oirbar bi goedduncken ende rade Adriaens van der Heede". Van de opbrengst ⅓ deel voor de hertog, ende Claes Gerytsz c.s ⅔ deel, voor welk ⅔ deel Clais Gerytsz ende Jan Berytsz, poirteren tot Hoirn, geloift ende gesekert hebben, wairt sake dat men bevonde tot eniger tyt dat die voirs. goede toebehoirden vrienden myns genadichs heren te syner [?] tyt, ende niet aan personen die poirters van Hoirn of iemand uit Holland of Zeeland beschadigd hebben, dat zij dan binnen een maand dit geld weer bij de gouverneurs zullen inleveren
1489-06-20 | Oostzaan
G.A. Haarlem N 184 fol 53v/Cartul Leprooshuis Haarlem
Jaartallenindex
leenmannen van de grafelijkheid van Holland oorkonden dat Dirrick Yevenzoon, in zijn leven provenier in het St Lazarusziekenhuis te Haarlem, in testament besproken heeft 1 nobel sjaars voor één mis per week na uitwijzen van zijn testament dat de ziekenmeesters onder zich hebben. Ende dat op een gaerde lands gelegen in den ban van Oestzaenden in drie gaerden ghemeen, ende belent hebben noord: Pieter Maertsz, zuid: Tyman Jacob Moenenzoensweer. Welke 4 gaerden nu tezamen toebehoeren Jacob Symon Moenszoen van Oestzaenden voerscr [!], die deselve gaerde lants tot die andere drie gaerden die him van tevoeren toebehoirden t'erve ghenomen heeft van den voors. Dirrick Yvensz als een van zijn naest bloet ende rechte erfname. Jacob Symon Moensz erkent vervolgens, ter uitvoering van het testament, deze rente aan het ziekenhuis schuldig te zijn voor één eeuwige mis per week. De akte is doorgehaald, onder staat: Dits ofgelost anno 1581 in praesentie van Jan Gerritsz Oly en Meynert Dircksz van Huessen ende Willem Wiggersz met de verlopen renten van dyen de somma van 60 gld, bij Dirck Haering als voecht van Duyf Jacopsdochter van Oessanen
Evert Jansz en Huyge Milde Roijncxz [lees: Roedincsz], leenmannen