20 resultaten
1457-04-23 |
R.A.H. Coll Aanw 102 Caput Kennemerland fol 36/Reg Principum fol 29
Jaartallenindex
hertog Philips oorkondt dat Jan Adryaen Jansz hem te kennen gegeven heeft dat Gheryt Jacobsz, zyns broeders zoon, die uytlandich is en een wijl tijts uytlandich geweest is, ende tot sijnen mondigen jaren gecomen is, van ons schuldig is te leen te houden 6 geersen lands gelegen in den ban van Akerlsoot, hem aanbestorven van zijn [oude ?] vader. Jan Adriaensz wordt er vervolgens mede beleend tbv zijn neef Gheryt Jacobsz, tot een erfleen zoals diens vader Jacob Jansz het gehouden heeft, onder belofte dat Geryt Jacobsz binnen 6 weken na zijn terugkomst zelf hulde en manschap zal doen
1495-07-21 |
R.A.H. Coll Aanw 110 Caput Z.H. fol 35
Jaartallenindex
Maximiliaan en Philips belenen Jan van der Nuwerkercke na dode van zijn moeder jvr Clara Jan Amelonghsdochter, met ½ van de hofstede ten Woude met ½ van 4 weer lands, houdende tesamen 52 morgen, gelegen tussen Riederkerck ende Slickersveer in onsen lande van Zuyt Holland. Te houden tot een erfleen. Daar Jan tegenwoordichlyck uytlandich is, doet zijn vader Johan van der Nuwerkerk de leeneed voor hem. In margine: op 1496-04-07 doet Jan van der Nuwerkercke Jansz zelf de eed
present: Tielman Oom van Wingaerden, Philips Saij, Dirck van Boneem, Pieter van Neck, Floris van Wyfvliet; 1496 present: Godschalk Oom Tielmansz, Dirck van Boneem, Floris van Wyfvliet, daer ick mede by was B. Buschuysen
1510-11-05 |
R.A.H. Coll Aanw 114 Caput Vriesland fol 5v
Jaartallenindex
Max. en Karel belenen Jacob Gerritsz na dode van zijn moeder Geertruid Dirck Jacobszdochter met: 1) 5 zwanen, 2) een stuk land van 3 ½ maden groot in de ban van Graft en geheten is Hersencamp, streckende zuytwaerts an den dyck, 3) 2 maden land geheten Bastaerts twee maden, daer des kostersland al langes strecket op die oostzyde. Tot een erfleen. Daar Jacob Gerritsz op deze tyd uytlandich is, doet Joris Timmer de eed voor hem. In margine: op 1517-10-10 doet Jacob Gerritsz zelf de eed
present: Pieter Plumion, Jorden van Raemsdonck, Reiner Willemsz; 1517-10-10: heer Gerrit van Lochorst, ridder, baljuw van Rynland, Augustyn van Teylingen, Cornelis Barthouds, leenmannen van Holland. Present: Vincent Cornelisz
1496-01-10 |
R.A.H. Coll Aanw 110 Caput Arkel, Putten fol 53
Jaartallenindex
Philips beleent Ewout Gillis Jansz na dode van zijn vader Gillis Jansz met alslucke eene huysinge ende erve, van achter tot vooren, met hueren toebehoren, gelegen op die zuidzijde van der Cruysstrate binnen onser stede van den Briele, aen die noordzijde belend met die Vischstrate, leen van Arkel. Te houden tot een recht onversterfelijk erfleen. Ende alsoo Ewout jegenwoordeliken over see ende sant uytlandich is, heeft zijn oom Danckaert Gillisz de leeneed voor hem gedaan als zijn gecoren voogd. In margine: op 1497-08-02 doet Ewout Gillisz zelf de eed
present: Gysbrecht van Raephorst, Adriaen van der Does, Godschalk Oom van Wingaerden, Ingelram de Jonge, Dirck van Boneem; 1497-08-02: Dirck van Boneem, Crispyn Jansz
1469-04-27 | Ursem
R.A.H. Coll Aanw no 1026
Jaartallenindex
Willem Pietersz, Claes Vechtersz als voocht van Alyt Claesdochter, myn wive, Jan Bruijn als voogd van Brechte Claedochter, mynre zuster, en Jan Bruyn voor myzelve en voor myn broeder Claes Bruijn, die uytlandich is, verkopen aan coman Dirc Gerritsz ¼ deel mit ⅛ deel van eenre sate lants gelegen in de ban van Ursem op die Noortdyc, an d'een syde: Symon Gerritsz land en erve, die nu ter tyt de voors sate bruict, an d'ander: Claes die Wael, streckende afterwaerts uyt op die Meer. Verder verkopen zij nog een stuck lands geheten "Truijkin lant" dat wij gemeen leggende hebben in de ban van Ursem voors. met Clemencie Symon Vaggairtsweduwe
tuygen: coman Jan Harmansz, coman Symon Willemsz, poorteren binnen Haerlem; Geeryt Arntsz zegelt
1515-07-19 |
R.A.H. Coll Aanw 114 Caput Kennemerland fol 59v
Jaartallenindex
Karel beleent Jan Symonsz van der Steghe na dode van zijn broeder Govert Jansz van der Steghe met ½ van een huis en hofstede op den Langendijk in Zuid Scharwoude, met ½ van een hofstede daarbij gelegen, die Jan Luydenz toe te behoren placht, en ½ van 40 geersen lands daeraen gelegen, noord: Pouwels Sabbenz, zuid: Wibbe Gillisz en Wybrant heren Gherytsz, waarvan de ander helft van ons ten erfleen gehouden worden. Te houden tot een erfleen. Daar Jan uytlandich is, heeft Jacob van Campen de eed voor hem gedaen. In margine: op 1516-01-25 (1515) heeft Jan zelf de eed gedaan (vgl 1509-04-25)
Jan van Steenbeecke, Joris Timmer, mr Cornelis Barthoudsz, Jan de Houwer; 1516-01-25: Thiman van Waveren, Cornelis Barthoudsz
1559-12
folio 77v LXXI 1557-1561
Transportregister Haarlem
Garbrant Staesz namens zyn broeder Jan Lou Staesz, die uytlandich is, voor ½ en Willem Willemsz Blasyck, voor de andere ½, verkopen Jan Arentsz vleyshouwer, een huis en erf in de Schachelstraat, aen d'een zide: Joost de hopcooper, an d'ander zide: Cornelis Gerritsz, achter streckende an deselve Cornelisz. Koopsom 321 Kar gld
1485-04
folio 7v VI 1484-1486
Transportregister Haarlem
Claes Pietersz Voel voor hemzelf en voor zijn broeder jonge Claes, indien hij levende is, daer hij voir loeft te waren, erkent dat Nel Dirck Janszoons weduwe hem voldaan heeft de erfenis hun aanbestorven bij dode van Clair Jan Gebbenz weduwe, hoir oudemoeder, in haar leven derselver Nellen moeder. Borge voor jonge Claes voirs. die uytlandich is, is Jacob Symon Geryt Loenz
1496-01
folio 19 XVIII 1495-1498
Transportregister Haarlem
Govert Florijsz en Claes Florijsz elck voor hem zelf en als voochden van haer drie zusteren, namelic geheten Alijt, Katrijn en Janne Florijsdochteren, Arijs Jansz als man en voogd van Vrou Florijsdochter, Pieter Jansz als man en voogd van Maritgen Florijsdochter, en Jan Heinricsz Scatter, de voirs Govert, Claes, Arijs ende Pieter, samentlich voir Janne Dircx dochter die uytlandich is, [verder niets]
1559-05
folio 53 XLV 1557-1561
Transportregister Haarlem
.......ter lossing met 18 gld. Floris Dircsz wijte Waert stelt zich borg. In margine staat: Jan Jansz backer, wonende te Amsterdam, als man en voogd van Jacob Henricsdochter voor zich zelf en voor Garbrant Henricsz, onmondig, en Jan Henrick Jansz die uytlandich is, zyn huisvrouwen broeders, als erfgenamen van wylen Henrick Jansz scheepmaker. [Het verband met de daarnaast staande akte is niet duidelyk]