1 resultaten
1428-11-03 |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 38v/Memoriale Rosa I fol 16, fol 51b
Jaartallenindex
hertog Philips oorkondt "want een wijl tijts een gescheel geweest is tusschen Vrancken van Domborch an d'een syde, ende Olout van Swanenburch an d'ander syde, om een deel ambachts dat Willem Oloutsz kinde toe te behoren plach ende Vranck voirs so dat an der graefschap vervallen was tegens hertog Johan s.g. gecoft heeft". De Raad maakt nu een scheiding: Vranck zal hebben die tweedeel van alsulken ambacht en -gevolg als Willem Oloutszoons kinde[ren] in der parochie van Yersike te hebben plach, ende dat derde deel zal Olout behouden. Los inliggend: Antwoirde Olairts van Swanenburch tegen Vrancke van Domburch: "item in den ambochte tot Iersek dat Jan en Willem myn bruederen toe pleecht te horen dair zijn alle hofsteden, werven, vroenen, ende hout ende yser van de moelen, erflike goede, ende staen tot slants recht ende tot scepenen, so dat die voirs. goeder der grafelijkheid niet an sterven en mogen". Hij zegt verder dat deze goederen van Jan en Willem zo met schulden bezwaard zijn, dat zij geen vrij goed meer nagelaten hebben dan haer ambacht dat men den dootslach mede vergelden mach. Hij stelt verder, dat daar beiden geen vrij goed bezitten, de door hen gepleegde doodslag slechts vergolden kan worden met deze ambachten. Verder eist hij dat het erf dat hem [Oelaert Willemsz] toebehoort doch door Anthonij Kempenz en Jan Kempenz in bezit genomen is, teruggegeven moet worden