23 resultaten

Nyenrode, van | 1478-06-09

Berigten Hist Gen IV p 111/Arch Nyenrode Origineel
Achternamenindex

Johan van Nyenrode, als leenvolger der hofstede en heerlijkheid van Nyenrode, machtigt zijn zwager (oom) Gerrit van Rijn, om als zijn stedehouder de lenen van Nyenrode te verlijen, totdat hij hem deze volmacht door twee leenmannen van Nyenrode laat opzeggen

getuigen o.a. Evert uten Weerd, neef van Johan van Nyenrode, en schout in diens gerecht van Breukelen

1494-07

folio 90v LVIII 1492-1495
Transportregister Haarlem

Anthonys Jacobsz aan Claes Arijsz ½ van de runmolen met molenwerf en -huis, buyten de stede over die Spaerne, oost: Lysbeth Claes Jansz Velzermans weduwen zonen, zuid: Louf Gerytsz van Bennebroec, west: die Spaerne, noord: die Spaerne. Ende nog ½ van vier hoeven gelegen met Claes Joestsz gemeen, streckende mitten noortwesteynde an die molenwerf, oost: .... [open] Claesdochter, bagyn; zuid: die zieken buiten Haerlem; west: Louf Gerytsz; 250 R gld. Cornelis Harmansz zal t ¼ deel van de molen over hebben ende dat Anthonis mit brieve hem verlijen zal, dus zoe en zal Claes Arijsz niet meer hebben dan ¼ deel van de molen mit dat ½ lant. Ende Cornelis zal Claes voor t ¼ deel verlijen schuldig te wesen 85 R gld

1437-05-12 | Egmond

R.A. Utrecht Leenregister Ysselstein 1409 dl I leen XIII
Jaartallenindex

Johan here tot Egmond oorkondt dat wij onsen neve Gerijt van Heemstede verlyt hebben ende verlijen mit desen brieve alsulke goede als syn vader her Jan van Heemstede van ons ende onser hofstede tot Egmond te lene te houden placht. Ende geschiede opten huse t'Egmond

mannen: Jan Jac[obsz] Putt, Florens Jan Melisz, Gherit Pietersz

1388-03-17 | Zydewijn

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 21/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

cappel, in Nederveen, in Sydewyn, tiende. Wij Otto here van Arkel doen kondt etc dat wij verlyet hebben en verlijen Jan van Zydewynde 7 geersen lands oostwaerts van de 9 geerden daer t steenhuys staet, gelegen in den ambacht van der Zydewijn, te houden tot een recht erfleen. Heergewade: een rode sperwer. Bezegeld op St Geertrudendach 1388

hier over waren onse trouwe mannen: Henrick van den Rijn, Claes van Zweten Jacobsz

1430-12-22 | Tetrode, [Haarlem] Vaart

R.A.H. Coll Aanw 57 fol 285/Reg in Beyeren IX fol 140
Jaartallenindex

gravin Jacoba oorkondt: "want wij Geertrude van Rollant verlyet hebben ende verlijen mit desen brieve een campe lants gelegen tot Tetrode ten Aerntsberge geheten ende is groot 5 maden lands van der Vaert opstreckende toter Wildernisse", en dat Geertrude voirs. deze camp vervolgens opgedragen heeft tbv haar zoon Hessel van Rollant, die er vervolgens mede beleend wordt

1440-10-08 | Heemskerk

R.A.H. Coll Aanw no 100 fol 163
Jaartallenindex

hertog Philips oorkondt dat voor zijn raad clachtich gecomen is joncfr Diedwer Uterwijck over Dirck Albout, seggende dat die voirn Dirck hem van ons hadde doen verlijen sulcke leenen als hoir ouders voirtyts te leen gehouden hebben ende sij op desen tijt van ons te leen houdt, ende dat hy daertoe geen recht heeft. Hiertegen heeft Dirck veel woorden gezegd, maar "woirden van crancker wairden", niet min bekende hy uit eynde dat hij geen recht erop had, en schild dit kwijt ten behoeve van Diedwer voorn, die door de hertog gehouden zal worden in al haar lenen

Brederode, van | 1663-12-08

V.R.O.A. 1909 p 164 no 337, 338, 339, 341, p 165 no 348 /Arch Detmold Brederode
Achternamenindex

octrooi van de Staten van Holland voor Wolfert van Brederode heer van Brederode om van zijn goederen te disponeren; 1664-03-27: als voren; 1669-04-05: venia aetatis door de Staten van Holland aan Wolfert van Brederode [niet in het archief van de Staten vermeld]; 1656: kwitantie van de griffier van de lenen van Holland voor Wolfert van Brederode, wegens verlijen bij overlijden van zijn vader; 1655-1679: ingekomen en minuten van uitgegane stukken van Wolfert van Brederode, waaronder een rekening van een kleermaker van fl 25402: 8 : -

1565-06-19 |

R.A.H. Coll Aanw 135 Caput Sticht etc fol 45, oud fol 12
Jaartallenindex

koning Philips oorkondt dat hij uit kracht van t dictum van seeckere opene brieven van decrete van onsen Hove van Holland dd 1564-10-23, deur dewelcke dese onse brief open deursteken, besegelt etc is, verlydt hebben en verlijen mits desen onsen brieve mr Pieter van Parsijn, advocaet in onsen Hove van Holland, met 4 morgen lands in Diemerbrouck, streckende van de Waarder landscheiding tot aen den Achterdijck, daer die heren van St Pauwels te Utrecht boven naast geland zijn. Te houden tot een onversterfelijk erfleen, gelijk als Laurens de Voocht van Rynevelt en zijn voorsaten dit leen gehouden hebben. T dictum van de brieve van decreet taat geregistreerd in libro Decretorum foliis 90 en 91

Willem van Berendrecht, Dirck Adriaensz, Adriaen le Seur, Pieter van der Houve Cornelisz, leenmannen

1429-04-03 |

Arch Marquette 1106 no 65/Cartul Assumburg
Jaartallenindex

gravin Jacoba oorkondt dat wij verlijet hebben ende verlijen mit desen brieve onsen lieven getruwen Heere Bartout heere van Assendelft alle sulcke heerlickhede, ende hoghe ende laghe, tyenden, renten ende goeden, als hij van onse voirvaderen, salicher gedachten, te lyen gehouden heeft, te houden van ons ende van onse nacomelingen, onse getrouwen Heere Bartout voirsz ende sinen nacomelingen, tot sulcken recht ende lyen ende in alre manieren als die handvesten ende brieven die hij dair of heeft van onse voirvaderen voirs. inhouden ende begrijpen. Hier wairen over ende aen, alse mannen, onse getruwe Heere Jan van Vianen, onse generael rentemeester, Heere Aernt van Gent ende Heere Gherit van Zeyl. Gegeven in den Haeghe

1407 |

R.A.H. Coll Aanw 53 fol 275v/Reg Nov. Vass. F fol 153v
Jaartallenindex

hertog Willem beleent Jan van Herlaer v.d. Huel om menigen trouwen dienst met die hooge heerlycheit van zijnen huise ende hofstadt staende en gheleghen t'Oesterwijck metten cingelgraven ende boegaerde, ende mede dat ambachtsheerscip van den dorpe met den thienden ende met der ghiften van der kercken ende outaeren t'Oesterwyck. Tot een recht onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met een paar witte hantschoen. Ende tot wat tijden dat Jan voors. van ons begerende is een hofstadt verliet te hebben die gelegen is in den Wiel, die sullen wij hem verlijen in alre maten als hij sijn huis ende hofstadt voors van ons houdende is, ende soo sal hij ons weder opdragen sijn hofstadt t'Oesterwijck voers. Gegeven te Gorinchem