2 resultaten
1430-08-24~ | Hardinxveld
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 50 (of 30)/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
(vervolg) volgt een brief van 24 Aug. 1430 waarin dit bovenstaande door bovenstaande arbiters bericht wordt aan "uwe dochter en hoeren kinderen". Die derde cedel: in deser manieren worden heere Jan en Benedickt geschieden. In den eersten sal heer Jan aan Benedickt en haar kinderen laten geven den eigendom van 4 nobel sjaers aen de Ghiessen, behoudens heer Jan zyn lijftoch hieraan zijn leven lang. Ende Benedickt sal hem hiertoe geven 32 Beyers gld die hoir ter Goude verschenen waren op die tyt ende den brief hierof gaf hi Jan Volpaertsz om t gelt te halen ende hij loefde Benedickt haer brieven weder te brengen alse hy dede. Item hiertoe gaf zij here Jan die 30 Beyers gld die here Jan Willem syn neve van geleenden gelde schuldig bleef. Ende voirt wanneer men hoir den eigendom gaf so soud sij hem noch daertoe geven 40 Beyers gld mer die souden blyven staen ter tyt toe dat zij den heren van Oudemunster afgedaan had den 31 Wilh sc, daer Willem voirs te borge (?) staet aen der heren hant van Oudemunster met zyn brieven. Ende heer Jan soude binnen 3 dagen daarna Benedickt die silveren schaal geven ende hij voir gelooft had ende noch niet gedaen heeft. Ende hiermede zouden alle wederzydse aanspraken te dien zijn. Ende doe gingen sij bij meemlick om een instrument te maken hyr of die daer wel bescheyt of weet of hy wil. Ende vond men dit anders dat woude Benedickt verrechten by heer Jan Symonsz enten leesmeester en bij Jan Folfaertsz ende Jan Foyten die daerover en aen waren
1419-02-13 (1418) |
R.A.H. 54 fol 72-81v/(Privilegia) fol 25-28v/v.d. Bergh: Gedenkstukken p 248-264/Van Mieris IV p 521 e.v.
Jaartallenindex
hertog Johan van Brabant etc en gravin Jacoba etc begeren hun twisten bij te leggen, zij hebben dit gedaan door raetsluden ons liefs heren oems en bruders, der hertogen van Bourgondiƫ, en hebben gebeden onse lieve en geminde neve den grave van Charolois deze overeenkomst als sententie uit te spreken: 1) die vrouwe van Brabant en myn here van Beyeren en al hun landen en stede nzijn verzoend; 2) myn here van Beyeren zal hebben en behouden de stad Dordrecht mitter bailuscap ende dyckgraefschap in Zuid Holland, om die in leen te houden van myn here van Brabant; 3) myn heer van Brijenne zal hebben die stat van Gorichem mitten lande van Arkel, Lederdamme mitten lande van der Lede mit horen tolrechten en vrijheden in Hollant, ende t land van Scoenrewoerde, tussen de Merwede, de Linge en de Leck, mitten mannen en giften van kerken die van der hofstat van Arkel van outs verleend zijn, gelijkerwijs wijlen hertog Willem. Voirt Spyck mit allen den renten over de Linge gelegen, en zulk recht als mijn here en vrouwe van Brabant hebben an den lande van Hagestein, erfelijk te houden van myn here ende vrouwe van Brabant (verkort). Item zal hij hebben die stede van Rotterdam. Item als van dat die heemraed van Schieland begeert heeft, dat zij behouden hoir schouwe van den slusen die tot Rotterdamme liggen, ende dyck ende wateringen in den lande van Schielant , gelijk zij dat van hertoge Willem en zijn voorouders gehouden hebben; 4) alle gevangenen zullen vrij gelaten worden. De heer van Egmond en zijn broeder mogen niet in Holland komen; 5) heer Gerard van Heemskerk sal blyven aan den bisdom van Beyeren [Jan elect van Luik] en an heren Florys van Borssele, van sulken schade als hem ghesciet mag wesen an synen dienste van Aemstellant, syne dunen tot Heemskerck ende syne huse ende slote aldair, dat hem te mael nedergeworpen is. Deze zullen hierover uitspraak doen binnen acht dagen; 6) ballingen mogen terugkeren, behalve doodslagers; 7) indien de vrouw van Brabant sterft zal de heer van Brabant de landen, sloten en steden van Henegouwen, Holland, Vrieslant en Zeeland overgeven aan myn heer van Beyeren; 8) Jan van Broechusen zal zyne zaken blijven an mynen heren van Brabant en Beyeren. Elk van hen zal twee Raden aanwijzen die uitspraak zullen doen, als overman zal heer Willem van Gent zo nodig fungeren; 9) die van Utrecht en Amersfoert zullen verzoend zijn met die heer van Culemborch en heer Gheryt van Heemskerk; 10) die here van Beyeren [Jan] zal vijf jaar lang het regiment over de landen van Henegouwen, Holland en Zeeland gemeen hebben met de heer van Brabant. Tal van punten worden geregeld: benoeming casteleins, schouten etc; 11) Jan Heynenz ende Ruysch zal men verrechten van dat hem boven vrede genomen is; 12) myn here van Beyeren ontvangt 100.000 Eng nobels die sij geloven hem te betalen in enich van den drien sloten, te weten Rotterdamme, Briele of Gorichem. Dat was gedaan tot Woudrichem
gecomitteerd: Lodewyk van Lutcemborgh, bisschop tot Therrenborch, heren Peter van Lutzemborgh greve van Conversant en van Brienne, here van Edingen, onsen neven, Jan van Scoenvorst, burggrave tot Monjoye, heer van Craendonck en Diepenbeec, Gielis van Arnemuiden, here tot Enchiez, en Jan van den Kethulle, Raidsluden van de hertog van Bourgondiƫ