19 resultaten
1577-09-05 |
Arch Marquette 1076 fol 65v, 66/Handv. van Assendelft p 138/17e eeuws afschrift
Jaartallenindex
de Raden des konings over Hollant, Zeelant en Vrieslant, committeeren den eersten gezworen exploicties om de ordonnantie inhoudende een verbod om binnen den ban van Assendelft te visschen met segens, kuylen ende heeven, ter plaatse te publiceren; 1577-10-15: Gerardt de Grebber, deurwaarder van het Hof van Holland, verklaart: dat hij zich gevonden heeft opten 13e sept. binnen den dorpe tot Saerdam, in den banne van oost-Zaenen, also tot Oost-Zaenen geen volck woonachtich en is, op ten 14e sept. tot Wormer ende Assendelft, en dat hij aldaar afgekondigd heeft de ordonnantie van het Hof, inhoudende een verbod om in de ban van Assendelft te visschen met gaande want als segens, kuijlen en heren
1432-09-12 |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 306v/Memoriale Rosa I fol 121v
Jaartallenindex
t Gevoech bij den Rade gevonden tusschen heer Bertout van Assendelft en die van Crommenie, inzake hun geschil om der visscherien van der tocht van Nyendam: 1) die van Crommenie en van Crommenyerdyck zullen niet visschen van den Stierop toter Nyendam toe, van St Jacobsdage tot St Martijnsdage toe in den winter, dan mit wyden brasem fuyken, daer geen palinc noch schaftelinc in bliven mogen, behoudelic, dat sij gheenrehande touwe in der rechter killen van der diepte setten en sullen die toten gaten dient van den Nyendam binnen den marken voirs. Ende die kille sal wesen 4 roeden wijt; 2) item so sullen sij voirtaen alle dat jaer doir mogen visschen sonder tussen den termijn voirs, mit wat touwen dat sij willen als sij gewoenlic sijn, utgescheiden dat sij tot geenen tyden die rechte kille van der diepte bevisschen noch touwe daerin setten en zullen. Alles op verbeurte van 10£; 3) eer here Bartout of die Crommenije beginnen zullen te visschen in der voirs visscherie, so sullen sij den gouverneuren geven elcx 50 sc voir sulken cost als dair gedaen is om bescheit daerof te vinden
1543-09-18 (II) |
Arch Marquette 1106/Cartul Assumburg no 339, 340
Jaartallenindex
(vervolg) die erffgenamen van wijlen Claes Corff hebben van den voorsaeten van den keyser die visscherije van den sluyse geheeten die Quaeckelbrugge, gelegen binnen der stede van Alcmaer, ende hoewel dieselve sluyse zeer lange tochten heeft als die corte vaert ende die lange vaert, coemende vuyte Bergermeer, daer den ael oeck van daen coemet, die niemandt en mach bevisschen zoe en mach oick niemandt visschen in de voors. Bergermeer, zoe verre den van van Alcmaer daerinne streckende is, twelck meer beloept dan 600 roeden an beyde zijden van de voors. lange wael. Vrou Jacob van Beyeren, hier voortijts gravinne van Hollandt, heeft hier den erffgenamen van Hillebrant den Otter vuytgegeven de visscherije van de sluyse tot Edam, ende alsoe de palinck ofte ael coempt vuyte Purmer, loopende nae der Zuyderzee, zoe en mach niemandt in de haven van Eedam visschen, die nochtans bewesten die sluysen meer dan 50 roeden lanck is, ende buyten de voors. haven in de Purmer en mach niemandt visschen op 100 roeden nae. Die Keys. Maj. heeft noch een visscherije gehieten die sluyse van Ilpensloet, leggende bij Diemen, ende alsoe den ael ende palinck vuyte Diemermeer compt nae de Ye welcke Diemermeer zeer groot ende lanck is, zoe en mach men nochtans in de Diemermeer voors. niet visschen, noch in haar tochten repsonderende totte voors. sluyse ende buyten dycx in de Ye en mach men niet visschen op 60 roeden nae die voors. sluyse. Die Graeve van Egmondt heeft in pacht van de grafelijkheid van Hollant een visscherij geheeten de Weer, leggende tusschen de Beemster ende tusschen de Purmer, ende wandt de ael ofte palinck coempt vuyte Beemstel, die int rondt groet is omtrent 7 mijlen, zoe en mach niemant van de tochte van de voors. sluyse off lanck omtrent 400 roeden in de Beeste visschen tot Necke voert int zuyder lanck 500 roeden ende int noorden van de voors. tochte tot Dreyoert nae Caedijck op 400 roeden nae, ende is dese visscherije van den Weer die aldercostelicxste visscherie van palinck te vangen die in Hollandt leyt, naest die visscherijen ende sluysen van Sparendam. Tis nu zoe dat hertog Albrecht van Beyeren als grave van Holland in den jare 1400 de hooge heerlicheyt van Assendelft met allen zijnen toebehoeren ende onder andere meede dese visscherye van de Crommenye gehieten den Nyeuwendam in medegave met zijn natuerlicke dochter, genoemd vrou Natalie te huwelicke gegeven heeft heeren Barthout van Assendelft, ridder, die daer te vooren alleenlicke als oick ieder zijne voorsaeten beseten hadden die ambochtsheerlicheit van Assendelft, te versterven op zijn nacomelingen, zoodat de heer van Assendelft deze visscherij steeds rustig bezaten, totdat kort geleden Frederick Pietersz, Heynrick Dirck Maertijnsz, Gerijt Baertsz, Pieter Jacobsz, Pouwels Claesz en meer anderen, zonder eenig recht gevischt hebben in de tochten van de voors. visscherije als in de Gouwe sloet ende in de Stierop, immers recht voor de Crommenye, in zulken schijn dat den ael ofte palinck coemmende vuyte Stammeer ende vuyte Lange Meer zulcx belet ende gevangen wordtdatse totte voors. visscherije niet en mach coemen, waardoor suppl. visscherij geheel te niet dreigt te gaan. Het Hof verbiedt vervolgens het visschen in genoemde tochten
1543-09-18 (I) |
Arch Marquette 1106/Cartul Assumburg no 339
Jaartallenindex
de prins van Oranje en Cornelis Zuys, Raed van Holland en Zeeland, oorkonden dat hun medebroeder in Raide presiderende, die here van Assendelft, hen heeft te kennen gegeven hoe wijlen hertog Willem in t jaar 1357 heeft doen overdijcken een water ofte als doe riviere, genoempt die Cormmenije, ende heeft daerinne geleyt een open sluyse tot allen getijden in ende vuytvlogende als een visscherije omme te vangen den palinck coemende uyt den Sammeer ende vuyt den Langemeer die vuyten natuere deur die voors. sluyse gewoenlicke is te brecken nae een waeter gehieten die Ye, ende heeft die voors. Hertog Willem doen stellen limiten binnen den welcken niemandt andersen zoude moegen visschen, te weten buyten dijcx in de voors. Ye tot Baert Gaelen sluys toe, gehieten dat Delfrack, bij estimatie meer dan 260 roeden, ende binnen sdycx van de sluys off langes de Crommenye in de voors. twee meeren daer die palinck vandaen coempt, ende in allen anderen visscherijen alsoe wel den keyser als grave van Hollant als anders zijn Majesteits vasallen toebehoerende is altijt geuseert geweest ende wordt noch daegelicx geuseert dat men binnen zeeckeren limiten belettende dat den palinckvanger niet en mach visschen, ende alsulcx soe en mach niemandt omtrent den sluysen van Sparendam visschen in die Spaeren deur die stede van Haerlem tot binnen die 50 roeden teynden die tonne staende binnen die Haerlemmermeer, daer die palinck van daen coempt, twelck ongelijck langer tocht is den van de voors. sluyse van den Nyeuwendamme tot in de voors. meeren toe, ende buytendijcx en mach men die sluyse van Spaerendam niet bevisschen tot die droen toe bij estimatie lanck omtrent 200 roeden, die Keys. Maj. heeft nog die visscherijen van de sluysen gelegen in den Spaerendamschendijck, daerof die palinck coempt ende loep heeft vuyt die Spierinckmeer nae die Ye, in welcke Spierinckmeer niemandt anders visschen en mach op 100 roeden nae aen eenyge tochten van de voors. sluysen. Noch soe heeft den Keys. Maj. die visscherije van een sluyse gehieten in de Zwet, gelegen tusschen die Schermer ende die Beemster, welcke visscherije wijlen hertog Philips van Bourgondië in erfpacht gegeven heeft die voorsaeten van eenen Jacob Pietersz ende nu beseten wordt bij zijnen erfgenamen, ende is die tochte van dezelffde visscherije bij raminge lanck 500 roeden ende en mach men daer en teynden in de Schermer niet visschen op 100 roeden nae alsoe den ael ofte palinck vuyter Schermer nae den Beemster meest haer loep heeft. Noch zoe heeft die Keys Maj die visscherije van een sluyse gehieten Rustenburg, gelegen tusschen de Waert ende de Schermer, ende alsoe den ael ofte palinck vuyt die Waert nae den Schermer treckt zoe en mach men in die gehele waert niet visschen, die nochtans groet is bij raminge 7 mijlen ommegaans (vervolg)
1550-02-16 |
R.A.H. Coll Aanw 252 fol 325v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
keizer Karel oorkondt: Alsoe wij geadverteerd zijn dat onse ingesetenen van Schellinchout, Wydenesse, Leeck, Venhuysen en Wervershove en meer anderen hen vercorderen (?) te visschen zowel met aelvuycken als met staelen in onse visscherije van Eynchuysen, bestreckende ende bepalende int noorden van onsen stede van Enchuysen den zeedyck langs tot Medemblik, ende int zuiden van Eynchuysen ook den zeedyk langes tot Hoorn etc. De keizer verbiedt dit
1563-03-01 |
Leenregister Ackoy fol 38
Jaartallenindex
Willem prins van Oranje beleent Jan van Amerongen met een boomgaard, met een uterweert gelegen in onse heerlijkheid van Ackoy buytendycs jegens de Waterpoort van Asperen, overstreckende van den dyck af totter Linge toe, met eenre geheele visscherye in den Wyel uytgesondert dat hij metter seghen niet en sal visschen. Belast met de erfchijns door heer Willem van Boxmeer, wijlen heer van Ackoy, erop gevestigd van 40 st en 3 capoenen sjaars. Laetst verheven 1560-05-09
Jan Aertsz, Gerit Petersz, mannen
1560-05-09 |
Leenregister Ackoy fol 37, fol 8v
Jaartallenindex
Willem prins van Oranje beleent Loef van Amerongen, amptman tot Batenburch, met een boomgaert met een uterweert, gelegen in onse heerlicheyt van Ackoy buytendycs jegens de waterpoort van Asperen over, streckende van den dyck af totter Linge toe, met eenre heele visscherij in den Wijel, uijtgescheyden metter segen te visschen. Belast met de erfhuur door heer Willem van Boxmeer en zijn nacomelingen, wylen heeren tot Ackoy, hieruit gehad hebben, nl 40 sc en 3 capoenen per jaar. Hem aanbestorven bij dode van zijn vader Jan van Amerongen. Laest verheven op 30 october 1519 (vgl 1519-10-30)
1407-12-06 |
R.A.H. Coll Aanw 70 fol 105/Memoriale B.F. fol 80v
Jaartallenindex
hertog Willem oorkondt "want Willem Grebber, onse poirter tot Aemsterdam, bi onsen bevelen in den haven van Edam heeft doen maken een visscherije, die him gecost ende daer hi om uijtgeleijt heeft, geliken onsen clerken dat van him berekent en onderwijst is, 9£ groten, den Eng nobel voor 6 sch 8d groten gerekent. So hebben wij Willem voirs dieselve visscherij verhuert ende verpacht om 15£ sjaers, durende 10 jaer lang na date sbriefs en dair en tenden tot onsen wederseggen, echter niet vóór dat hem of zyn nacomelingen die voirs 9£ betaald zijn", "oic willen wij dat nyemand en visch noch en doe visschen binnen 200 roeden na elken eynde van onser haven van Yedam voirs". Gegeven in den Hage
1465-06-15 | Assendelft, Heemskerk
Arch Marquette 1076 fol 8v-10/Handvesten Assendelft p 61 (17e eeuws afschrift)
Jaartallenindex
Gheryt heer van Assendelft oorkondt dat hij om goede gunste ende liefde die ick hebbe tot myne bueren ende huyslieden van Assendelft, ende om menigen trouwen diest etc ende mits dat sij mij, ende Jan ende Claes, mijne soenen, gunstelick ende vruntelick gegeven hebben een bede van 400 schilden tot 15 stuverst totuch gerekent, die te betaelen binnen 8 jaren, eenige privileges in zake boeten, panding, verkiezing van schepenen, schotvangers, ponder- en kerkmeesters, schutten op de dijk, het maalrecht, vischrecht wordt hun verleend op de meeren, onder voorwaarde dat zij alle gevangen zalm en steuren op het huis Assumburg zullen leveren, bakkers, broodverkoopers, visschen in de slooten, dat niemand in de omgeving van het kerkhof bier tappen mag. Verder scheldt hij hun kwijt alle breuken dragende tot 10£ of daer beneden, die niet aengesproocken of met recht verwonnen en zijn [Assendelft krijgt privileges omdat zij hem 400 scilden geleend hebben, binnen 8 jaar af te lossen]
1544-03-04 |
Arch Marquette 1106/Cartul Assumburg no 341
Jaartallenindex
door arbitrage van Adriaen Stalpaert, rentmeester van Kennemerland en Aelbrecht Claesz, raad-secretaris van Haarlem, en Adriaen Stulinck Gerytsz, sluit Adriaen Stulinck de van den heer van Assendelft de visscherij van de Nieuwendam gepacht heeft, een overeenkomst met de broers Vrederick Pietersz en Jan Pietersz, Jan Pietersz de Waert, Pieter Jacobsz, Baert Mathysz, Baert Jansz ende Heynrick Dirck Mannen en Arys Dirck Mannen, inwoners van Crommeniedijk, dat deze laatste hun fuijken uit de mond van de rivier de Crommenye en van de Stierop moeten ophalen, maar dat zij zullen mogen visschen "van der oert van van t landt toebehoerende Heynrick Gavesz [n ?] van Crommeniedijk, gelegen an die zuidzijde van de Stierop ende van de Stieropperoert gelegen scheefffs daer tegenover in t noorden, in den water tusschen beijde diezelve landen, en dat in den midden een pael geslagen zoude worden ende op elcx van de voorsz landen oick een pael rayende rechts jegens den anderen over"