10 resultaten
1471~
folio 33v XXXIII 1470-1473
Transportregister Haarlem
Willem Dircxz en Jelijs Meynertsz als bewares en de voichden van Dirx cameren van Bakenes ende staende an Dirx stege van Bakenes, verkopen aan Lysbet Wintgens weduwe van Velzen haar leven lang de bruikwaer van een camer en erve in Dirc van Bakenesse stege
1529-01-30 |
R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Vriesland fol 12v
Jaartallenindex
Karel beleent Pieter Claesz na dode van zijn vader Claes Pietersz met 2 morgen land in de ban van Wognem bij de oude Gouwe, oost: die arme kercke voichden tot Hoirn, west: de erfgenamen van Dirck Dircksz, zuid: die Huiszitten van Hoorn, noord: Jaep Jan Huijpkens. Te houden tot een erfleen. Daar Pieter Claesz onmondig is, doet zijn oom Beij Pietersz de eed voor hem
Ysbrant van Schoten, baljuw van Kennemerland, Dirck Goodschalcx, rentmeester gen. van N.H, Adriaen de Milde Claesz, Cornelis Barthouds, Willem Pietersz Criep
1577-04-01 | Velsen
R.A.H. O.R.A. 954 fol 73
Jaartallenindex
schout en schepenen in Velsen hebben bij transporteertbrieff gesegelt over mr Dirck van Ramp, Wouter van Rolland, allen oomen en voichden van Adriaen Gro[eneven] onder syn eygen segel van den 13e januari 1561, van een losrente van 85 Kar gld te lossen met die hoofdsomme van 1700 gld, aen de kinderen van jonfr (?) Willem te Alckmaer, sprekende op syn saet met syn huyse als t plach te staen mit zynen lendens. Welke rentebrief by hem Aerian Groen[even] onder syn eygen hant onderteykent van soe hebben sij comparanten dat geapprobeert etc
Cornelis Jansz, schout, Huych Symonsz en Willem Cornelisz Lancx, schepenen
1496-02-14 |
Cartul St Jan Haarlem no 1121
Jaartallenindex
ick Barbara Willemsdochter, beghine op ten falienhoff binnen der stadt van Utrecht, belije ende bekenne in persone ende mit hant ende mit mont onser voichden Heynrix van Ghent ende Gerrits van Rijn Gerrytsz van den hoff voirs, ut sekere saken mij daertoe porrende, als dat ic bij consente ende wille van joncfrouwe Janna Jan Willemsweduwe, die mij daertoe consent ghegheven heeft, als blyct bij brieven die daerof sien, quyt gheschouden heb etc ende opdraghe mit desen tegenwoerdighen brieve, mr Jan Willem Jansz, cureyt van Zoeterwoude, alle alsulke erfte als my aankomt en aanbesterven mag van jvr Janna voorn, roerend zoowel als onroerend goed, renten, inschulden etc. Bezegeld door Heynric van Ghent en Gherit van Rijn, daar Barbara zelf geen zegel heeft
1533-11-27 | de Parck
R.A.H. Coll Aanw no 405
Jaartallenindex
Cornelis van der Bouchorst, schout van Overveen, oorkondt met zijn schepenen dat Margriete van Rolland met haar zoon en voogd Engbrecht Willemsz, erkende schuldig te wesen aan de voichden ofte capelmeesters van Overveen, tbv de voors. capelle, de som van 8 Kar gld 15st per jaar losrente, losbaar met 140 Kar gld. Zij verbindt hiertoe 5 ackeren saetlants gelegen in de Parck met noch de blocxkens en berghen, alsoe de capelmeesters de voors. 5 ackeren saetlants bolckskens en berghen den voors. Margriet van Rollant voor 140 Kar gld ten vryen eygen opgedragen hebben. Belast met erfhuer uytwyzende t erfhuerbouck van Brederode. In dorso 1561-10-26: desen brief is gelooft bij Claes Bartsdochter mit de renten van dien an de capelmeesters van Overveen, Cornelis Pietersz en Baert Willemsz
Cornelis van der Bouchorst, schout, Symon Claesz en Willemsz, schepenen
1576-03-05 | Velsen
R.A.H. O.R.A. 954 fol 48
Jaartallenindex
schout en schepenen in Velsen hebben mit Jacob Coufen [??], schout, en schepenen van Wyck op Zee, een coop-quitscheldingsbrief gezegeld over Pieter Araensz mit Pieter Gerytsz, schout van Schoter Vlieland als voogd in desen, opdroech Willem Cornelisz in Samson te Amsterdam, ⅛ part van een weer land gemeen liggende met de voors. Sampson en Cornelis Martynsz c.s, belend noord: Addars beeck mit die kinderen van Jan Duijfenz, zuid: dat cappyelryelant, streckende van de Heerewech tot an Wyckermeer toe. Waarborgen: Anthonis en Pieter Cornelisz, gebroeders, voichden. Ende heeft gestelt Anthonis een croft lands groot 3 sack sayens, gelegen in de ban van Wyck op Zee, belent noord: Geryt Woutersz, zuid: Loueris Claesz, west: die gemeen weech, oost: jonge Cornelis Pieter uyten Wyck. in margine: "gesegelt mit schout en schepenen van Wyck op Zee over Pieter Ariansz, oud 20 jaere. Waarborch Anthonis Cornelisz met Pieter Voicht, gebroeders
Frans Gysbertsz en Heyndrik Engelsz, schepenen in Velsen; Jacob Coufen, schout, Claes Heyndriksz en Pieter Pietersz, schepenen van Wyck op Zee
1471-09-14 |
Reg H. Geest Naaldwijk fol 93/Copie v.d. Marel p 161 (16 ?)
Jaartallenindex
wij scepenen van Honselredijck oirconden mit desen letteren, dat voir ons gecomen zijn Jan Jansz, [N]atellije Jansdochter mit hoir gecosen voicht, ende Fije Cornelis Willemsz wedewij mit hoire voicht, ende verlyede voor ons hoe dat zij wittelijc ende waerlijck vercoft hebben zamender hant een voor al Gerrit Pietersz ende Jan Gerritsz als voichden van Harper Pietersz weeskinderen tot behoef der kinderen voirs. 5 hont lants leggende binnen den ambacht van Monster. Ende van dese voirs. 5 hont lants zijn daerof gelegen 3½ hont lants ghemengheder aerde ende ghemengheder voere mit Pieter Gerritsz, Jan Arentsz, Gerrit Harperz ende Pieter Jansz. Ende heeft beleghen oost: der cappelrien lant van Reynsburch, west: der cappelrien lant van Lauijsduynen, noord: die Gantel, zuid: die Merijendijck. Die ander 1½ hont lants zijn gelegen ghemengeder aerden ende voer mit der abdissen lant van Reynsburch. Belend aan beide zijden: der abdissen lant voirs, op t een eynde: die Merijendijck, opt ander eynde: die cleyne Gantel (vgl 1479-05-18)
1485-01-27 |
Cartul St Jan Haarlem no 1119
Jaartallenindex
Huighe Huighez van Zwieten, schout in het ambacht van Zoeterwoude, oorkondt dat Jan Eylairtsz, Alewyn Jansz en Ewout Jansz als voogden van Jan Eylaertsz weeskinderen ghewonnen bij Aechte Dirxdochter Jan Eylaertszoons wijf was, erkennen verkocht te hebben aan joncfrou Janna Jan Willemszoons weduwij, een woeninghe mit barghe, boemen ende potinghe daeropstaende, mit een stucke lants ende een lapthgin lants dair tot die voers woninghe behorende, ende is tesamen 3 morghen lants gelegen in het voorn. ambacht. Daerof dat dat stuck lants voers mit die woninghe daerop staende beleghen heeft oost: die Vliet, zuid: coman Dirck Gerytsz ende den H. Geest van Zoeterwoude, west: Dirck Willemsz, noord: den nuwen wech. Ende dat voirs laptgen lants heeft beleghen oost: Dirck Willemsz, west: den oude Zwette, zuid: Johannes die coster van Zoeterwoude, noord: Pieter Jansz en Jan Alewynsz ende Ewout voerscr lovede samentliken als voichden etc vrijwaring. Getuigen: Dirck Clais en Geryt Woutersz, buerluiden in den voors. ambacht. Clais Ghysbrechtsz treedt op als waarborg voor de genoemde voogden
1527-11-15 |
R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Sticht fol 4-6
Jaartallenindex
leenmannen van Holland oorkonden dat Pouwels Pietersz en Eeuwout Eelgisz ende [!] als voichden van svaders wegen van Gerrit Thoniszoons kinderen, ter ener zijde, Baernt Cornelisz en Egbert Baerntsz als voochden van smoeders wege van deselve kinderen, ter ander zijde. Ende wij Adriaen van Houff Baerntsz en Jan van Couwenhoven Willemsz, burgemeesteren der stede van Schoonhoven als oppervoochden derselver kinderen te kennen gegeven hebben hoe dat wijlen Gerrit Thonisz verlijdt is geweest een hofstad, berch en schuyre ende al dat binnen syn graften begrepen is, gelegen binnen den Gestichte van Utrecht, in den kerspel van Lopik, ende daertoe 7 morgen lands, daer t huijs voirs. op staet. Welcke hofstad mit allen hueren voirs. toebehoren bij wijlen Claesken, weduwe van Thonis Dircsz, des voors. Gerrits moeder, gecoft is geweest tbv Neelken Thonis Dirxdochter, nu getrouwt hebbende Pieter Aert Evertsz, van wiens goeden die voirs. Gherit Thonisz staende haer onbejaertheyt de handelinge en administratie gehad heeft tot haren hilicken dag toe, ende dewelke Gerrit Thonisz indien hij geleeft hadde, zyn suster Neelken Thonisdochter die voors. hofstad c.a. opgedragen zoude hebben voor den leenheer. Welke hofstede nu den 29e oktober l.l. versocht is geweest op de naam van Gerrit Thoniszoons oudste zoon ende rechteleenvolger genoemt Thonis Gerritsz. Voogden en oppervoogden verlangen echter dat dit leen gesteld wordt op Neelken Thonisdochter, zuster van wijlen Gerrit Thonisz, Pieter Aert Evertsz huisvrouw (vgl 1527-10-29 en 1527-11-20)
1523-09-12 |
R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Zeeland fol 115-117
Jaartallenindex
burgemeesters, schepenen en raad der stad Bergen op Zoom schrijven aan de stadhouder en mannen van leen van Holland dat voor hen gecompareerd is heer Jan van Overhof, priester en Canonick v.d. Collegiale kerk aldaar, oudste zoon van wijlen Mercelis van Overhof, in zijn leven rentmeester en greijnmeester van de heer van Bergen, met Michiel Andriesz als voogd, ende heeft ons te kennen gegeven ende bij seecker accoord ende gelofte dd 1522-12-15, voor Jacob Jansz en mr Heindrick Bouwensz als schepenen dezer stad gepasseerd, doen blycken hoe dat hij ten tijde voors. met zijn voogd, Anthounis van Oyenbrugge als man en momber van juffr Katherine van Overhof, Franchoys van Lyekerke en Cornelis van Overhof als voochden en toesienderen van Mercelis van Overhof, bij consent en wille van schoutet ende scepenen ende Borchfliet als opper voichden daerinne vervangende de andere wettige kinderen van wijlen Mercelis van Overhof, achtervolgende seeckere accoorde ende slote van reeckeninge van ons voors. geduchte heeren graven, denselven onsen geuchten here of zijn rentmeester, nu: Gillis v.d. Cleeren, in dien name onder d'ander 2884 viertelen rogge. Ende dat hij comparant met consent van zijn mede erfgenamen in betaling en afcortinge van dien tot 1000 viertelen toe onser geduchte Heere overgedragen hadde 1/24e deel van de heerlijkheid van Vosmaer, dat wijlen Marcelis van Overhof bij zijn leven in leen gehouden had. Dat hij comparant daarna beleend was en het heergewade had voldaan, onder de belofte om behoorlijk transport te doen. Om dit te kunnen doen de voirs. heer Jan van Overhof met zijn voogd, en in presentie en met consent van Anthuenis van Oyenbrugge en Jan van der Lecke als mans en mombers van huere huisvrouwen, erfgenamen van wijlen Marcelis van Overhof, mede namens hun consorten, om aan de belofte van transport te kunnen voldoen, volmacht gegeven aan Jacob de Jonge, auditeur in de rekenkamer van Holland ende Janne van Stapels, procureur postulerende in den Hove van Holland om uit zijn naam mynen voirs. geduchten heere, heer Jan van Bergen of diens gemachtigde te transporteren het 1/24e deel in de heerlijkheid van Vosmaer (vgl 1523-09-07 en 1524-03-15)