9 resultaten

Adriaen Vrouwelijn | 1422

Thesauriersrekening Haarlem
Voornamenindex

Adriaen Vrouwelyn, Utrecht: rente op Haarlem van 1421,1422, 233 £ 6sc 8d (fol 79); 1428-1429: (182 fol 96v) ontvangt bij handen van Pieter Otte, prior van de Sartroysen buiten Utrecht, in mindering van zijn renten op Haarlem, 88 £ 15sc

1471~

folio 39 XXXIX 1470-1473
Transportregister Haarlem

Jan Melijsz is sculdich Vrouwelijn Jacop Saendens weduwe 34 R gld. Onderpand: dat Rijnscip dat hij nu ter tijt voerende is

Laen, van der | 1346-12-09

Ons Voorgeslacht jg 1970 p 114, 115
Achternamenindex

grafelijke lenen in Maasland: 3 weren ten oosten van de Gage, 1322-05-02 door Daniel Vriesenz overgedragen aan Florens Traveyn; gesplitst in 2 weren ervan; 1328-01-21: Florens Traveyn lijftocht zijn vrouw Vrouwelijn; 1346-12-09: Beatrijs Floris Troveysendochter gehuwd met Willem van der Laen, bewijst haar drie kinderen, Ysbrand, Floris en Vrouwelijn, 6 £ uit haar leen en eigen goed; het middelste en zuidelijkste weer: 1355-06-26: Ysebrand Beatrysenz vermeld als Yssebrant van Rynneghem, zoon van Beatrys Florens Troveysendochter, vrouw van Willem van der Laen

1418-08-07 |

R.A.H. Coll Aanw 54 fol 29
Jaartallenindex

Johan van Beyeren en gravin Jacoba geven om menighen dienst wille, die Adriaen die bastert van Holland, onse basert oem, ons gedaan heeft , aan Vrouwelijn, zijn moeder, indien deze hem overleeft, 50 gouden Holl schilden sjaers, in te nemen uit de tienden van Zwyndrecht, zoodra Adriaen sterft, zoolang zij leeft

Henric Symonsz | 1430

Thesauriersrekening Haarlem
Voornamenindex

Henric Symonsz en zijn vrouw Mariken, Zierikzee, rente op Haarlem ten lijve van Heynric zelf en Vrouwelijn Jacob Jacob Jan Claeszdochter, 8 £ 13sc 4d; dezelfden hetzelfde bedrag ten lijve van Mariken en van Margriete Henricszdochter (184 fol 80v); 1440: (195 fol 47v) dezelfden; 1428-1429: op 1428-09-17 koopt Heynric Symon Heynricsz een lijfrente van 5 nobel per jaar voor 168£, voor zijn leven en dat van Vrouwelijn Jacob Jacob Jan Claeszdochter, haar moeder was Nathalie Heynric Symonsdochter; idem koopt lijfrente ten lijve van zijn vrouw Mariken en zijn dochter Margriet

1423-12-13 |

R.A.H. Coll Aanw 56 fol 89/Reg in Beyeren IX fol 46
Jaartallenindex

hertog Johan oorkondt "want an der graeffelyckheyt bi dode Jans van der Voert gecomen ende besturven zyn: Eerst dat gruijtgelt van de hoppebieren tot Beverwijck. Item 3 hoet gherst 's jaers uten thienden van Pette ende van Groede. Item halff die thiende van Hoghengeest te Velsen, daer Aernt van der Voert, Jans voirs. broeder, die wederhelft tot hair toe of gehad heeft ende noch heeft". De hertog beleent nu Aernt met dit goed tot een recht leen, tegen betaling van 32 Holl schilden. Item hebben wij noch Aernt voirn. verleyt 15£ sjaers uytter grutte ende tollen tot Haerlem, die hem aenbestorven sijn van sijn broeder Jan, tot een erfleen. Bij een volgende brief maakt Arent de minre helft van dit leengoed te Velsen gelegen tot duarie voor zijn wettige vrouw Vrouwelijn. Op St Luciendach anno 1423

1519-06-10 |

R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Amstelland fol 13
Jaartallenindex

Karel beleent na opdracht van heer Dirrick van Swieten, van: 1) 2 saten lants met een huys datter opstaet die jonge Vranck placht te gebruycken ende nu gebruyckt Gerrit Koeckoeck, 2) een sate lants ende bruyct Claes Visscher, ende placht te gebruycken Herwick Jansz, uytgenomen eenen camp lants genoemt Molenwerf, houdende 7 morgen in dieselve woning gelegen, 3) een sate lants ende bruyct Pieter Vrouwelijn die de voors. heer Dirrick van ons te leen te houden plach, doch op 21 Mei l.l. octrooi ontving om die te verkoopen aan Jan Vranckenz van Alckemade, laatstgenoemde met dit leen, te houden tot een recht leen. Ende voor den voors. Jan van Alckemade, mits dat hij niet comen en mochte, alsoe hij hem niet derfde absenteren van onsen huyse te Muyden, aldair hij onse castellain is, heeft onse hulde, eed en manschap gedaen Jan van der Woert zijn dienaar. Daartoe vermaand zal Jan van Alckemade zelf de eed moeten doen (vgl 1519-06-08)

mr Jan de Jonge, Vincent Dammas, Cornelis Bertouts, leenmannen

1532-10-18 |

R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Amstelland, Gooiland, Waterland, Zeevang fol 52
Jaartallenindex

Karel beleent Engebrecht van Nyeuwenroede, na dode van zijn vader Splinter van Nyeuwenroede, met een stuke lants gelegen bij den Reygerbrouk ter Bindelmeer buyten den bosch geheten die Oudebroeck, Nyebroeck ende die Hoernebrouck, houdende tesamen 200 morgen, uytgenomen de navolgende percelen, dewelcke uyt de voors. 200 morgen, soe bij transporte van wijlen Splinter van Nyenrode ende syne voerders de naevolgende personen bij ons en onsen voorsaten daeruit verlyt syn: 1) Jan Vranckez van Alkemade 2 saten lands, die placht te gebruiken jonge Vranck ende nu gebruikt Gerrit Nockoet [= Noetaert ??], 2) een sate lants ende placht te gebruiken Claes Visscher die tselve noch gebruikt, 3) een sate lants die noch ter tyt bruict Pieter Vrouwelijn, 4) item noch ende by ons hieruyt verlijt syn Wouter uten Ham 2 saten lants, houdende 24 morgen en bruict Claes Visscher, 5) noch ende bij ons mede hieruit verlyt sijn Splinter uytte Ham een sate van 12 campen lants groot 36 morgen, ende van outs gebruict heeft Claes Heynez en nu bruict Heyn Claesz syn sone. Door Enghebrecht te houden tot een recht leen, zoals zijn vader Splinter die te houden placht, 6) 6 morgen lants geheten Pouwelsweijde, gelegen bij onsen Reygerbossche in de ban van Bindelmeer. Te houden tot een onversterfelijk erfleen (vgl 1532-09-24)

mr Joost Sasbout, raad ord. van Holland, mr Frans van Nyenrode, raad ord. in Utrecht, Cornelis Barthoud Jansz, Pieter Willemsz, leenmannen

1519-06-08 |

R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Amstelland fol 10, 12
Jaartallenindex

leenmannen van de grafelijkheid en van de graaf van Egmond oorkonden dat "overmits seeckere merckelicke saycke en redenen" voor hen gecompareerd is heere Dirrick van Swieten, ridder, en transporteerde zijn recht op zekere gerechte en kwade lenen, die hij nu ter tyt liggende heeft in de ban van Weesperkerspel geheten "die Billemerbrouck" in Reygerbrouck, te weten: 1) 34 morgen lants, 2) 7 morgen lants, 3) 20 morgen lands, noch ter tyt gemeen in 200 morgen lants met die van Nyeurode ende hoer erven, ende dat tbv Jan van Alckemade Vranckenz, capellan [te lezen: casteleyn] van Muyden nu ter tyt. En dat volgens seecker octrooi aan heer Dirrick verleent dd 1519-05-21 door de Kon. Majesteit. Joost van Swieten, zoon en leenvolger van heer Dirk, bewilligt in deze overdracht. Daar wy selver noch geen van ons segel en gebruyckt zoe heb ic Jeroen voors. gebeden Joost van Wyngaerden dit over mij als leenman te bezegelen. Jacob verzoekt aan Ysbrant Gerritsz, nu ter tyt schout van Rynsburg, voor hem te zegelen. Mede bezegeld door heer Dirck van Swieten. In margine staat; Dese mannenbrief es vermaect en staet hier op d'ander syde van desen blade. Dezelfde akte, het leen is hier omschreven als: in den ban van Weesperkerspel, geheten die Billemerbrouck in den Reijgersbrouck, te weten die twee gesaten lants die plach te gebruycken jonge Vranck ende nu gebruikt Gerrit Koekoeck. Item noch een gesate lants ende plach te gebruycken Claes Visscher die tselve noch bruijct. Item noch een stuk lants die noch ter tyt bruyct Pieter Vrouwelijn, welcke partijen lants gecomen sijn uijt 200 morgen lants van die van Nyeuwenroede (vgl 1519-05-21)

Jeroen van der Bouchorst, leenman van Holland, Jacob Cruesinck, leenman van de grave van Egmond, bij gebreecke van de leenmannen van derselver grafelijkheid