Bedoelde u soms?
zeedijck | zeedijk | zeedyc | zeedyk | zegedyck

40 resultaten

Couwenhoven, van | 1636-02-23

G.A. Amsterdam DTB 765 fol 41
Achternamenindex

huwelijksintekening Amsterdam: Cornelis Jansz van Couwenhoven te Ryswyck en Annetie Jeuriaens van Quakenbrugh, wonend op de Zeedyck, huwelijk te Rijswijck

Rens Maerten Mollers | 1596-12-21

O.R.A. Alkmaar rol 893
Voornamenindex

Rens Maerten Mollers, wonende aan de zeedyck tot Winckel, gedaagd wegens het clandestien bezit van ½ vat bier

Hodenpijl, van | 1418-01-08 (1417)

R.A.H. 84 fol 22/Van Mieris IV p 447
Achternamenindex

gravin Jacoba beveelt op Aernt van Hodenpijl het dijkgraafschap van Kennemerland en Vriesland, dats te verstaen onsen zeedyck van Petten tot Winkelrepael toe, Heer Hugendyck bi Alcmaer, als die dycgrave van Kenemerlant in voirtiden die gevoert heeft

1518-04-14 |

R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Vriesland fol 4
Jaartallenindex

Karel beleent Jan van Schagen Jansz na dode van zijn broeder Gerrit van Schagen met de heerlijkheid, hoge, middel en lage van eenen nyeuwen lande dat onlancx bedyct is gheweest, gelegen in die Zype, beginnende van St Martinskercke buyten den Zeedyck ofgaende streckende weder an Borchorn an den Zeedyck, mit allen synen toebehoren. Te houden tot een erfleen. Te verheergewaden met een jach[th]oorn wel behangen

Jan van Beloys van Treslonge, Jacob van Egmond, Cornelis Barthoudts, mr Cornelis van Schoonhoven, leenmannen

1426-09-03 |

R.A.H. 85 fol 88
Jaartallenindex

bevelinge op Geryt van Alcmade, onse baljuw van Kenemerlant, van het dijkgraafschap van den Zeedyck ende allen ommedycken

1522-10-20 |

Partic Leenkamer Asperen 1 fol 42v
Jaartallenindex

Rutger van den Boetzelaer beleent Willem Matheusz als een verbeurt leen dat in lange tijt niet versocht is geweest, te weten 2 morgen lants (om bede will mijns lieven swager Walraven van Haefften) welck land gelegen is tot Herwynen over die Hoetgrave aen den Zeedyck, streckende van den hoetgrave totten middelgrave toe, tusschen den gemeynen zeedyck aen d'een zijde ende beneden die kerck van Herwynen (vgl 1484-10-23, 1564-05-26)

mannen: Gherit Ariaensz, meyster Claes

1481-06-23 |

R.A.H. Coll Aanw 106 Caput Vriesland fol 15/Reg Maria Max. fol 7
Jaartallenindex

hertog Max. oorkondt dat Willem van Schagen, jongste zoon van wijlen heer Willem die bastaert van Holland, heer van Schagen, hem opgedragen heeft tbv zijn broeder Jan van Schagen, die heerlycheyt, hooge, middel ende lange (!) van eenen nieuwen lande, dat onlancx bedyckt is geweest, gelegen in die Zijpe, beginnende van St Martynskercke buyten den zeedyck ofgaende, streckende weder aen Borchoirn aen den Zeedyck met al zijn toebehooren. De hertog beleent Jan vervolgens hiermede. Te verheergewaden met een jachthoorn, wel behangen nae zijn behooren

1411-03-25 (1410) |

R.A.H. 52 fol 103v/Reg I fol 74v/Van Riemsdijk no 43
Jaartallenindex

hertog Willem geeft om dienst wille aan heer Geryt Jacobssoon, priester, om te bediken mit eenen somerdyck den uterdyck die gelegen is buyten den Zeedyck voir Wervertshove, streckende van Brawersfoort aen Heer Hugen Koech, ende van dien hoeck aen den westeren driespronck toebehoorende der Heyligen kercken van Wervertshove. ende voort van den voers. driespronck aen Rosenwael, toebehoerende den Gasthuse tot Medenblik, aen den hoogen Zeedyck, ende sluysen ende hecken daerin te setten, te graften, scutten, saijen, oorbaren ende te gebruken behoudelic der heyliger kercke ende gasthuyse voers. hoeren jaerlixen pachte

1500-07-31 |

Inv Arch Delftse Statenkloosters p 523 regest 282/Carthuizers bij Delft
Jaartallenindex

schepenen in Aemstelredam oorkonden dat Jan Persyn heeft gegeven aan de Carthuizers buiten Delft een rente van 3 R gld sjaars als erfpacht van een huis en erf op de Zeedyck, losbaar met de penning 18

1511-12-28 |

R.A.H. Coll Aanw 114 Caput Vriesland fol 9v
Jaartallenindex

Max. en Karel oorkonden dat onse lieve en welgeminde Jan van Scagen d'oude, zone van wijlen heer Willem de bastaert van Hollandt, heere van Schagen, heeft opgedragen tbv zijn joncste zoon Gerrit van Schagen, de heerlijkheid, hoge, middel en lage van eenen nieuwen lande dat onlancks bedyct is geweest, gelegen in die Zype, beginnende van St Mertinskerke buiten den Zeedyck afgaende, streckende weder aen Borchoirn aen den Zeedyck, met alle toebehoren, die hij van de grafelijkheid tot een erfleen te houden placht. Zijn vader behoudt echter zijn leven lang de inkomsten van dit leen. Vervolgens wordt Geryt ermee beleend, tot een erfleen. Te verheergewaden met een jachoirn [jachthoorn] wel behangen naer synen behoren

Jan van Treslong, Lodewyk van den Werve, Adriaen Ruychrock van de Werve, Pieter Plumion, Loys Bruueel, Jan van Steenbeke, Reinier Willemsz, leenmannen