Bedoelde u soms?
zeeland | zeelant | zeeman | zeevanc | zeevanck | zeevond

81 resultaten

Dirc Jacobsz | 1514-10-03

Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl I dossier 81
Voornamenindex

Dirk Jacobsz, provisor van Amstelland, Waterland en de Zeevang

Rijnesteijn, van | 1395-12-31

Graf Commissieboeken I p 17
Achternamenindex

beveling van het baljuw- en rentmeesterschap van Amsterland, Waterland en de Zeevang op heer van Rynesteyn

West, de | 1721

Inv Arch Marquette en Assumburg Inv 393 p 34
Achternamenindex

leenverheffing Jacob Pietersz de West, betreffende het leen een cleymt land of 400 roeden gelegen in de Zeevang onder Oosthuizen

1439-05-25 |

Bissch Oud Arch Haarlem 9 kl A 15
Jaartallenindex

provisor en deken van Aemsteland, Waterland en Zeevang geeft aan het convent der zusters in Purmerend de faculteit de ziekenolie van haar eigen pastoor te ontvangen. Getekend Jo. Reyneri (zegel: een boom of tak)

1428 | Zeevang

R.A.H. Coll Aanw 99 fol 9v Caput Amstelland en Waterland/Novum Registrum
Jaartallenindex

Jan Jacob Melyssoonssoon, Boudijn Jan Boudynssoon, Pieter Gribber Jacobssoon: dat Sonderlant dat gelegen is bij Ovenslote in den Zeevanck. Item 5£ Holl sjaers uijt Waerderbroeck bij Yedamme aen den Zeevanck, ten rechten lien, mer en liet hij geenen wittachtigen geboirte, soe soudt na hem comen op Peter sinen jongeren broeder, diet dan voirt houden soude ten rechten lien, ut prius. Et sunt litterae anno 1394. Nota dat t voirs Sonderlant half ten eygen gegeven is Boudijn Jan Boudynssoonssoon, ut patet anno 1415. Ende d'ander helft van Sonderlant mitten 5£ jairs voirs is Boudyn Jan Boudynsz verlijt ten rechten lien. Nota Pieter Gribber Jacobssoon relevavit a domina ducissa Jacoba, ut patet libro IX no 129, et tunc solvit heerwagium suum Johanni Goch. Et Baldwinus et Petrus dis terponerunt (disposuerunt ?) de jure hujus feodi sine jure suo quaelibet relevavit, et Domina sic concessit

1428 | Zeevang

R.A.H. Coll Aanw 99 fol 16 Caput Amstelland en Waterland/Novum Registrum
Jaartallenindex

Geryt Berthout Reynerssoon: 40 schell Holl sjairs uyt onsen tienden van Zeevanck, ten rechten lien, et sunt litterae. Quaere plus de eodem in Kermerlant

Leyenburg, van | 1399-02-21

Grafelijk Commissieboek I p 51; A.R.A. Leenkamer 51/Reg Oostervant XII fol 11v
Achternamenindex

Aernt van Leyenberch, baljuw en rentmeester van Amstelland, Waterland en de Zeevang; 1399-03-26 (1398): confirmeerde myn heer Aernts beveelnisse van Leyenburch van der baljuwschap van Aemsterlant naer inhout synre brieven

1399-03-19 |

G.A. Amsterdam Inv B.W. 577c regest 112/Cartul Carthuizers bij Amsterdam fol 34
Jaartallenindex

Martijn Minghelen, priester, provisor en deken van Amesterlant, Waterlant en den Zeevang, oorkondt dat voor hem de erfnamen van wijlen Lysbet Lambert Boerdtgins, nl Zibrant die Bulter, Jan Albertsz, Florens Bartelmeeusz, Jan Ghijsbert van zijns zelfs weghen ende van Willam Evert Toudenzoens weghen zijns neven ende Dirc Symonsz, die tymmerman, kwijtscholden aan de Carthuizers bij Amsterdam, een deymte lants gheleghen tot Ydoern ende gheheten is Scillelant, dat Lizebet voirscr den Sartroeysen voirscr besprac als dat instrument dairof inhout

Bloys van Treslong, van | 1445-06-21

Van Mieris Vervolg p 40
Achternamenindex

hertog Philips beveelt Lodewijk van Treslonge in Den Hage te komen, rekening doen van de renten, goederen en koopmanschappen, die hij als baljuw van Rijnland, van de Amsterdammers aangeslagen en bekomen had; en ook aldus geschreven aan de baljuwsvan Amstelland, Waterland en Zeevang, Kennemerland en Beverwijk

1428 | Edam, Zeevang

R.A.H. Coll Aanw 99 fol 6 Caput Amstelland en Waterland/Novum Registrum
Jaartallenindex

Jan Claes Brunensoon, Garbrant Jan Claes Brunens.s: een dyemde lants gelegen in den banne van Yedam in den Zeevanck, binnen aftersusterkint niet te versterven. Et sunt litterae. Johannes obiit, Gherbrandus ejus filius relevavit ut patet in registro 1412-07-16, libro III no 89. Idem relevavit a domina ducissa Jacoba 1433-03-06, ut patet libro IX no 167. Idem heeft geweest in den Haghe om sijn leen te ontfanghen van mijnen genadigen Heer op ten 20e dagh in Maerte anno 1439, secundum cursum Curiae (1440-03-20), ende hem wert een uijtsettinge gedaen tot des hij dat vermaent worde van mijns Heeren wegen