11 resultaten

1514-05-29 |

R.A.H. Coll Aanw 113 Caput Z.H. fol 155v
Jaartallenindex

Max. en Karel belenen Pieter Jorisz na dode van zijn broeder Dirck Jorisz met 10 morgen land in het ambacht van der Wateringe, oost: heren Jans erfnamen van den Woude, west: dat godshuis te Wateringen, streckende van den wege zuidwaerts tot aen die Zwetten. Tot een onversterfelijk erfleen

[Pieter] Plumion, Roeloff [van Halter], [Jan van] Bueren

1426 |

G.A. Heemstede "Verhaal van al tgeen merkwaardig is voorgevallen te Heemstede" p 10
Haarlem Algemeen

hertog Philips breidt de vrijheid der stad Haarlem naar alle zijden uit met 180 roeden. Twee jaar daarna hebben Jan van Heemstede heer van Benthuizen en zijn oudste zoon Gerrit van Heemstede, gewonnen bij Hadewig van Borselen, overgegeven alle heerlijkheden en rechten die zij en hun voorvaders gehad hebben tot dien tijd toe van der Spaerne westwaerts streckende an die Vreetsloot ende van der stede uyterste kant van der graft zuidwaerts en zuidwestwaarts te meten 180 roeden

1447-06-01 |

G.A. Amsterdam Inv B.W. 574c regest 377/Cartul Carth bij Amsterdam fol 44v
Jaartallenindex

scout en scepene tot Abcoude oorkonden dat Beer Emontsz aan de Carthuizers bij Amsterdam heeft overgedragen den eigendom van 6 morgen lands gelegen in der saten lants daer Beer voirscr nu ter tijt selver op woent, daer boven zuidwaerts naest ghelant is Jan Claes Pietersz ende beneden noordwaert: Heyn Nesse, van welke 6 marghen lands een morgen lants ende 30 roeden gecomen is van Beer Emontsz. Daar beide schepenen geen zegel hebben op deze tijd, verzoekt Heyn Nesse aan Beer Emontsz voor hem te zegelen en Claes Hendriksz verzoekt Jan Willemsz dit voor hem te doen

Ysbrant Albertsz, schout, Heyn Nesse en Claes Heynricsz, schepenen

1414-05-31 | s Gravenmoer

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 43/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

Steven Vastraetsz, rechter in den ambacht van s Gravenmoer en heemraders aldaar, getuigen dat Bye Henricsz als rentmeester van het Carthuizerklooster bij St Geerdenberge in een ghebannen vierschaer en dinghede om een lant deylinge en een recht palinge als van eere hoeve moers die zij daer liggende hebbende up an d'een zyde: t uterste van den noorteijnde, en zuidwaerts neven Willem Akerlaecs moer an d'ander zyde. Richter en heemraden stellen de grens dusdanig vast dat zij niet meer hebben dan een hoeve moers. Daar noch richter noch heemraden zegels hebben, zegelt heer Mathys Witbol, onse persoon, voor hen (vgl 1356-11-13, 1440-06-28)

Gielis Michielsz, groot Doeyen Doeyen Jansz, Gheryt Stevensz, Jan van der Molen, Claes Henricsz, heemraders

Bot | 1466-03-20

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 192
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Peter Willemsz en zijn zoon Heinrick dragen op ½ hoeve veen in Heeserveen in een ½ hoeve geheten Schalla[n]tshoeve, "7 ½ roeden breed van de ouder graften dwers gemeten, zuidwaerts op 850 roeden lang na der stat mate van Utrecht, gemeten bodem en voert tusschen den veen dat Jan Walraven van onsen godshuize te leen te houden plach"; vervolgens wordt Jutte, die vrouw van Gerrit Kreecx [Kriec] was, hiermee beleend tot een onversterfelijk erfleen, haar zoon Henrick doet hulde en eed

mannen: Gerrit Dijer, Evert Petersz van Heesse

1519-02-10 | Rijsbroec, lanthuer

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 112v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

Ariaen Ariaensz, rechter in den ambacht van Raemsdonc en heemraders aldaar oorkonden dat voor hen gecomen zijn Cornelis Michielsz erfgenamen, te weten Adriaen Andriesz, Jan die Bont Ariaensz, Steven Jansz, Peter Werdt en Hubrecht Andriesz, tesamen overgaven aan de prior van de Carthusers in Raamsdonk bij St Geertruidenberg, ½ weer Rysbroicx in den ambacht voors, an die oostzijde: Pieter Willemsz met zijn erve, west: Lambrecht die Bont met zijn erven, dat nu aan die Carthusers toebehoort. Dit half weer streckende van der Blomenstege aen t noorteynd zuydwaerts opstreckende ter Donga toe. Omdat wij richter en heemraders voirs geen gemeen zegel hebben, zegelt Ariaen Ariaensz, onse richter, voor ons. Boven staat: "die brieven van ½ van t vierde weer en van ½ van het vyfde weer in t Rysbrouck gecoft anno 1508 van Cornelis Michielsz om 286 R gld". Vgl 1519-02-10: op deze datum verkopen dezelfde erfgenamen aan genoemd convent ½ weer Rysbroecs gelegen int Rysbroec in den ambacht voirs, ten westen en oosten: Peter Willemsz met zyn erven met ½ weer, streckende dit halve weer van der Blomenstege aen t noorteynde zuidwaerts opstreckende totter Donga toe

Pieter Aertsz, Jacob Berisz, Ariaen Meusz, Cornelis Ariaensz, Mathys Witensz, Peter Petersz en Ariaen Jansz Buys, heemraders

1518-10-22 | Over Vecht, Weesp

Leenregister Huis ten Bosch bij Uitermeer 138bis fol 1v
Jaartallenindex

Johan van Duvenvoerde, Raedt ordinaris van de koning, oorkondt dat voor mij als voogd over Aernt van Duvenvoerde Ghijsbertsz van Duvenvoerde, myns broeders zoon sal. mem, mijns lieven neven ende in sijnre absentie verschenen zijn Aeff Gerrit Maertenz. dochter met haren zoon heer Jan Michielsz, priester, met Willem Hermansz als hun beider voogd, overgedragen hebben enen margen lants gelegen over die Vecht in eene stucke lands genaemt die Zanthuevell, groot wesende vier margen lants, belend zuidwaerts: Jan Claes van Muijdenzone, noord: Claesgen Claes Heynenz weduwe mit horen kinderen, alzo als men die van der hofstede van den Bosch tot Utermeer te leen houdende was. Johan beleent hiermede vervolgens Willem Gerritsz tot een goed onversterfelijk erfleen. Ende alsoe die voirs. Willem Gerritsz oflivich geworden is, heeft hij die voirs. 9 morgen lants geerft nae den leenrecht op zijn oudste dochter Aeffgen. Ende die gemeene vrienden ende maeghen bisonder Maertyn Gerritsz een rechte oom ende geboiren voocht ende momber, dit voors. leen begeert hebben te willen setten op Willemtgen, sijn joncste dochter. Johan hiertoe genegen zijnde, beleent thans Willemtgen ermede ten overstaan van bovengenoemde leenmannen. Maertijn belooft den eed te doen (1546-10-27)

Ghysbert Willemsz, Jacob Gerritsz, mannen van leen

1412-04-20 | Langdonk

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 58v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

Willem die Weent, richter in den ambacht van Raemsdonck en heemraders in denselven ambacht, oorkonden dat Margriet Jans wijf van der Heijde was, met haar gecoren momber ende haar zoon Pouwels Schaert, en hadden overgegeven met een vrye gifte Claes die Magher Jans Maghersz elk ⅓ deel van 12 geerden lants onbedeelt gelegen tussen aen d'een zyde: Gheryts land van Essche, aen d'ander zyde: Jans van der Heyden was, reykende en streckende van den Dyccamp zuidwaerts op ter Dongha toe. Margriet en haer zoon Pouwels beloven vrijwaring. Claes die Magher voirs zal die tweedeel van desen dyccamp vrij houden en verwaren van alre dycaedsen, weteringe, dykgelt, margengelt, sluysen, zylen, hoelen, van pacht, van chynse, van allen gadergelde ende van alre onrade die men ghepeijnsen of ghevuyzen (!?) can of mach beyde buten bans ende binnen bans, utghenomen dat hy hem selve heynen sal. Ende waer hij s niet en doet noch en bewart als voirs is, so wess schade zij daeraf hebben zullen sij hem afpanden en verhalen twiscat an gelde of vierscat aen paenden aen die 8 gherden lants, die gelegen zyn op ten westerenkan (!) aen Gheryt van Esschen etc. In bede wil des rechters ende der heemraders so heb ic Bouden van den Poel desen brief bezegelt om haerre beden wil soe zy al ghenen zegel en hebben

Henrijc Waes, Henryc die Bije, Tielman Peter Schaertsz, Willem Heem, Gheryt Ansenz en Gheryt Blanckaert, heemraders

1421-08-09 | Maasland

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 69/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

ic here Jan van Hodenpijl, ridder, doe cont, want ick in den ambacht van Maeslant leggende heb 3 ½ morgen lants ende nu ter tijt bruyct een knaep hiet Royaert, belend west: dat cloester van der Leede, oost: heer Gheryt van den Zyl, noord: die parochiepape van die Lier, streckende van de Heerweg zuidwaarts tot den Bordycsenwech. Soe heb ick om die meere reetscap willen an beyden siden dese voors. 3½ [morgen] lants ghepermuteert ende ghenoodt wissels tegen t gemeen convent der Sartroysen by St Geerdenberge om 3½ morgen lants die die voors. Sartroysen leggende hebben in den ambacht van Ryswijk luttel min of meer, dats te weten ¼ deel van 10 morgen lands dat zij ghemeen hebben met Andries Michielsz ende ick nu ter tyt in huer hebbe, ende belegen heeft an die westzijde: Aernt Touwe, die goudsmit, oost: jonffrouwe Lysbeth Jan Willemsz weduwe, streckende uter Vliet zuidwaerts tot in die Vaert. Noch 1 morgen lands in denselven ambacht voers. in die woeninge, daer ick nu ter tijt op woen, en belegen hebben west: die Canoniken uten Haghe, oost: ick selve, noord: streckende van de Voetacker zuidwaarts tot in die Vliet. Vrij eigen goed, alleen belast met een jaarlijkse tyns. Here Jan voors. bezegelt deze ruil. Gegeven op St Louwerysavond 1421; "die 3½ morgen voirs. bruict nu Cornelis Petersz Cloter in die Lier ende plaets van Koert Claesz om 12£ 5sc Holl sjaars vrij gelt 10 jaer lang. Anno 11 [= 1511 ?] t eerste jaar van dese huur"

1446-06-13 | Sandoel

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 117v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

ick Adriaen Jans Smittenz, rechter in den ambacht van Raemsdonck en heemraders in denselven ambacht, oorkonden dat Adriaen Petersz, Jan Eesenz.z en Jan Jacob Noyenz opgaven aan Adriaen Woutersz elke ⅓ deel van het land dat hun drien aanbestorven was van Berys Claesz sal. ged, hun zweer, gelegen in het ambacht van Raemsdonck: ¼ deel, onbedeilt van 7 geerden lants daer die ¾ af to behoren nu ter tyd Andries Hubrechtsz voirn, oost: Willem Mylden lant, west: Gheryt Beijensz land, 2) ¼ deel, onbedeelt, in een weer lands dat men gemeenlike noet "die heyning", oost: Willem Snecken en zijn kinderen land, west: Willem rentmeesters land te wesen placht, streckende zuitwarts op van der weteringe tot Jan Stevensz erfgenamen land toe, noord: an Aernts erfgenamen van Ghesel lant toe. Met ¼ deel in die drie dyckampen lants daer die Sartroysen die ander ¾ deel in hebben onbedeelt, gelegen an die voirg. heyninge noortwarts op totter weteringe, 3) ¼ deel in een weer lands daer die Sartroysen die ander ¾ deel in hebben, onbedeelt, an die oostzijde: Aernts van Ghesel's kinderen land, west: Jan Stevensz erfgenamen land, streckende van de voors. heyninge zuidwaerts op tot Aernts kinder van Gesel land, 4) ¼ deel van een stuk land daer die ander ¾ deelen toebehoren den voirn. Sartroysen, onbedeelt, gelegen in den Brouck, an die oostzijde: Arnts kinderen van Gesel land, west: Jan Stevensz erfgenamen lant, streckende van der Broickweteringe ter Donghen toe. Daar wij rechter en heemraders geen gemeen zegel hebben, zegelt Adriaen Jan Smittenz onze rechter voor ons (vgl 1440-10-27, 1448-06-11)

Wouter Vassenz, Peter Andriesz, Dieric van der Kerck, Andries Hubrechtsz, Adriaen Zeghersz, Meus die Bont en Aernt die bosscher die jonxste, heemraders