6 resultaten
Rijnesteijn, van |
Navorscher jg 1880 p 624/Geneal Herald Bladen VIII p 281
Achternamenindex
genoemd: Burchen (Zyborch) van Rynesteijn x Pieter Ruysch
1554-04-19 |
Ms Opstraeten van der Molen III fol 320
Haarlem Algemeen
notaris mr Thomas Laurisz te Haarlem instrumenteert het testament van Gerrit Steffensz [van Wisse] en zijn huisvrouw Zyborch Claesdochter. Vermeld in hun testament dd 1560
getuigen: Claes Cornelisz Keijser, Pieter Jacobsz van Langevelt
1556-02-16 |
Ms Opstraeten van der Molen III fol 321
Haarlem Algemeen
notaris D. Raet instrumenteert het testament van Gerrit Steffensz en zijn vrouw Zyborch Claesdochter. Vermeld in hun testament dd 1560. Met nog een verclaringe ende verdere dispositie gepasseerd voor beide schepenen gepasseerd op 1556-10-25
getuigen: Willem Cornelisz Gael, mr Lottijn Claes Gael, schepenen van Haerlem
1560 |
Ms Opstraeten van der Molen III fol 320-324
Haarlem Algemeen
notaris D. Raet instrumenteert het testament van Gerrit Stevensz (in margine: dictus van Wisse of Wis), oud burgemeester van Haerlem, en zijn vrouw Zyborch Claesdochter (dictus Hals, ziek te bedde zittende). Zij herroepen hun testamenten van 1554-04-19 en 1556-02-16. De langstlevende behoudt de lijftocht. Zij stellen tot hun erfgenamen de geechte kinderen van wijlen heure soon Claes Hals Gerritsz, ende oock Mariken Hugo de Groote dochter, gewonnen bij wijlen Mariken Gerritsdochter, heurluijder dochter, sonder representatie. Sterven alle zonder kinderen, dan te komen op hun naeste bloed van de zijde waarvan de goederen gecomen zijn. Aan haar zijde zal ingebracht worden t geen bij wijlen Claes Hals Gerritsz (dictus van Wisse vulgariter Hals) en Maryken Gerritsdochter ten huwelijk ontvangen is. Cornelis Claes Hals natuerlyke soon sal ontfangen 800 Kar gld in eens. Zijn natuerlyke dochter Adriane 200 Kar gld. Aan Marijken Petersdochter bespreken zij om vele lange en getrouwe dienst enz het huis bij haer bewoont op de graft, en een lyfrente van 24 Kar gld sjaers. Gedaen te Haerlem ten huize van de testateurs
in presentie van mr Lambrecht Jacobsz (dictus van Roosvelt) pensionaris der stede van Haerlem, Lambert Barentsz Cuijper, poorter deselver stede
1564-07-12 (6) |
Ms Opstraeten v.d. Molen III fol 341-348
Haarlem Algemeen
(vervolg) geen verhaal ter zake van de grootte der landen zal mogelijk zijn. Komen er renten of lasten van vóór het overlijden van Gerrit Stevensz voor de dag, dan worden deze over de erfgenamen verdeeld, elk voor ¼ part. Onverdeeld gebleven zijn: 1) het huis binnen Haerlem door Gerrit Stevensz en Zyborch Claesdochter metter dood ontruimd, 2) 8£ 6st 6d op verschillende huizen binnen Haerlem, 3) 1 Wilh. scilt met 1 Wilh tuyn opt huis en de boomgaard van Jan Dircsz buiten de St Janspoort, 4) 2£ op t huys van Allaert Andriesz in Maersmansstege tot Leijden, 5) 7£ 19st 3 d aen pachten op verscheidene huijsen in den Haghe, 6) 2£ sjaars erfpacht op land beseten bij Jacob Capelman tot Baccum, 7) 2£ 10st sjaers erfpacht beseten bij Cornelis Thomasz tot Baccum, 8) 4£ sjaers losrenten op de stad Haarlem, 9) de goederen die later nog te voorschijn komen, onverdeeld gebleven om hiermede de lasten en legaten uit de boedel te betalen (Gecoll. copie dd 29 Aug. 1652 gemaakt door J. Boogert notaris te Delft)
1564-07-12 (1) | ook Heemskerk
Ms Opstraeten v.d. Molen III fol 341-348
Haarlem Algemeen
in der voegen ende manieren hier naer verclaert sijn bij mr Dirck Ramp als voocht van Frans, Claes en Elisabeth, achtergelaten kinderen van wijlen Claes Hals Gerritsz, t.o.v. Dirck Jacobsz de Vriese, Cornelis van Berckenroede ende Johan van Duvenvoerde, weesmrs der stad Haerlem, voor ende ute namen van de voorn. Frans en Elisabeth en oock bij hen gevoecht sijnde Jacoba van Foreest, moeder van de voors. Claes Hals ute name van deselve Claes Hals ende Marytgen Huijgen de Grootendochter met Claes Pietersz haer outoom ende voocht, voor haar zelven, alle vier erfgenamen van wijlen Gerrit Stevensz ende Zyborch Claes Halsdochter s.g, gepaert ende gescheyden bij lotinge alle de landen, huijse en renten ende andere goeden hier na verclaert bij de voors. Gerrit Stevensz ende Zijburch Claes Halsdochter metter doot geruymt ende achtergelaten (nae dat alle de goeden die eertijts in huwelicke bij de voorn. Gerrit Stevensz en Zyburch Claes Halsdochter den voorn. Claes Hals Gerritsz en Marytgen Gerritsdochter, moeder van de voors. Marytgen Hugen gegeven ende inne gebracht sijn in henluijden boel ofte achtergelaten sterffhuijsen), ende oock mede dat alle de landen ende huijsen mits oculair inspectie gesien, betreden ende int prijse gestelt sijn bij de voorn. mr Dirck Ramp, Dirck Jacobsz de Vries en Pieter Jansz Raet. Hiervan zijn twee cedullen gemaakt, gemerkt A, hetwelk ten deel gevallen is bij loting aan Frans en Elisabeth, welk A wederom gescheiden is in E en F. B is bij loting ten deel gevallen aan Claes Claesz en Marytgen Hugendochter. B is vervolgens weer gesplitst in C en D.