11651 resultaten

1570 |

Inv Arch H Geesthuis Dordrecht no 167
Jaartallenindex

plakkaat van Philips II, warbij dijkgraven en heemraden gemachtigd worden vaartuigen te vorderen tbv de herstelwerkzaamheden aan de dijken na Alre Heyligenvloed

1570~ |

Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl VII dossier 632
Jaartallenindex

gasthuismeesters van het St Nicolaasgasthuis te 's-Hage contra overige schuldeisers van Dirck Pynssen van der Ameide [!?], schout van Delft. Op 15 juni [elders juli !] 1550 leende Dirck Pynssen van Frans Adriaensz Gorter 150 Kar gld, losbaer tegen den penn. 16, verzekerd op zijn hofstede te Ryswyk. Op 1550-08-20 leende hij van gasthuismeesters nog eens 18 Kar gld, verzekerd op hetzelfde onderpand. Dirck Pijnssen vestigde zich later in [!] het kasteel Levendaal [bij Rhenen]. Toen hij de rente over 1565 en 1566 niet voldeed, werd hij door een deurwaarder gemaand. De hofstede was inmiddels gekocht door Hadewij Pynssen, weduwe Adriaen van Duijn. Toen zij deswege voor het Hof werd gedaagd, betaalde zij de twee achterstallige termijnen. Later werden de renten over 1567 en 1568 ook niet voldaan. De schuldeisers van Dirck Pynssen van der Ameide [!] eisten voor het Hof van Holland de hofstede te Ryswyk te doen verkopen. Zij meenden dat hun vordering preferent was

1571-01-03 |

Arch Marquette no 81
Jaartallenindex

Philips graaf van Ligne, van Faulcquenberghe en baron van Belloel ende van Wassenaer, burchgrave van Leyden, heere van Voorschoten, Cattwijck ende Voorburg, Raedt en Camerlinck van de Keizer, ridder van het Gulden Vlies, beleent Florys van Assendelft met: 1) een coornthienden ende smaelthiende die geheeten is opten Hem, gelegen tot Ouderschie mit 2 paer swaenen te houden van heeren Oudziersambacht van Cralingen, 2) ende noch die smaelthienden leggende in den ban ende heerlicheyt van Assendelft, dats te weten van elck calff dat aldaer verschijntende valt enen duyt, den voors. Florijs aangecomen ende bestorven bij dode van zijn neve wijlen Nicolaes heer van Assendelft, krachtens diens testament van 1561-11-27. Hulde, eed en manschap voor Floris, die nog onmondig is, heeft gedaan Heynrick Heermale als voocht testamentair

mr Arnoult Pynssen, Michiel Jansz van Noerden, leenmannen

1571-01-05 |

Arch Marquette no 310/Arch v. Limburg-Styrum
Jaartallenindex

Janna Doijs verklaart jegens haar broeder Deryk Doys, zijn huisvrouw en haar zuster Krijs, als medezegelaars van de opdrachtsbrief van de helft van het Wamelsche veer te Tijel tbv de weduwe en kinderen van Harrem Pyeck de daarin vermelde verplichting tot het vergoeden van alle hinder of schade op zich te nemen, daar zij en haar zuster de koopsom ontvangen hebben. Oorspr. door Janna Doys geschreven en geteekend ("Dyt met mijn sellefes hant gescrefen en mijn karsten naeme hyer onder geset")

1571-01-12 |

Inv Arch Delftse Statenkloosters p 289 regest 257/Klooster St Barbara Delft
Jaartallenindex

mater, oudste capitularen en zusters van St Barbara te Delft verklaren dat heer Christiaen Adriaensz Cruijs, haar pater, haar gegeven heeft 100 gulden tot fundatie van een eeuwige maaltijd op de H. Drievuldigheidsdag, en een zilveren ceborie voor de kerk van het klooster. Waarvoor zij hem beloven op zijn sterfdag en op zijn jaargetijde missen te celebreren

1571-01-16 |

R.A.H. Coll Aanw 138 Caput Kennemerland fol 78
Jaartallenindex

koning Philips beleent Maritgen Fransdochter na dode van haar vader Frans Arisz met een stuk land te Uijtgeest, genaamd "Bastaerts bosch". Te houden tot een erfleen. Haar man en kerkelijke voogd Ysbrant Willeboortsz doet de eed voor haar. Hij draagt dit leen terstond over tbv Gerrit Jansz, wonende te Ackersloot, die er vervolgens mede beleend wordt (vgl 1563-01-27)

mr Cornelis Oem, Cornelis Weylandt, Pieter van der Burch, Pieter Gerritsz, leenmannen

1571-01-20 |

Ms Opstraeten III fol 1491/Gaasbeek
Jaartallenindex

Johan van Oestrum Jansz, door opdracht van mr Peter Jansz, chirurgyn te Utrecht, gemachtigt van jvr Maria Spruijt, weduwe Jan van Oostrum, procuratie dd 1571-01-13: 1) 8 morgen in Abcoude, noch 2 morgen aldaar, onderdeelt in 4 morgen met Dirck Boeckel Hermansz. Voorts opdragende haren sone ½ van de nabeschreven goederen: 2) een steenplaets en 2 calckovens met 8 morgen weylant; over de Rijn in de Waert noch 8 hont rijslant tot weylant gemaecht ende 15 hont cleijlant, noch 4 hont cleylant, alles gelegen bij Leijden, 3) 8 mergen tot Alphen bij de Goudse sluys, 4) ½ van 26 morgen die Peter Pynssen in lijftocht bezit in Warmond en noch na Peters doot ½ van 900 gld, 5) 2 morgen in t Sticht in Neder Langbroec, 6) een huysinge op Rapenburch tot Leyden, ende inboedel, 7) 7£ Vlaems sjaers op Leijden, 8) 28 gld sjaers aen de Mijsyde te Bodegraven, 9) 18,-5-0 op de Staten van Holland, en 12-10-0 op de domeinen, 10) 12 gld op Adriaen Dircsz te Coudekerke, 11) 13-5-0 op die schout van Sevenhoven, 12) 12-5-0 sjaers op Jan Symensz de Binck op de oude Rijn te Leiden, 13) 9 gld op Cornelis Jansz te Alpherhorn, 14) 25-12-8 op Peter Pynssen, 15) 8-3-0 op een huis te Amsterdam, 16) 3 gld op de weduwe van Cornelis van Noort, 17) 6 gld op een huys in de Gansstege te Utrecht, behoudelyc haer lijftocht, en dragende ½ van de lasten v.d. voors. goeden

present: Albert van Lewen, Aert Aertsz van Besoyen

1571-02-04 |

C.W. Bruinvis: Aanv Inv Arch Alkmaar p 62 no 14a
Jaartallenindex

huwelijkse voorwaarden van Albert Corenlisz Comis en Neeltgen Gerritsdochter, verleden voor de notaris Nanninck Adriaensz Brouwer [te Alkmaar]

1571-02-08 |

Bronnen Gesch Abdij Rijnsburg regest 1375
Jaartallenindex

Lodewyck de Ruw, schout van Rynsburg, oorkondt dat Huijch Pietersz erkend heeft schuldig te zijn aan het convent van Rijnsburg een jaarlijkse erfpacht van 14st op zijn huis in de Koestraat aldaar en deze erfpacht van 1553-1570 niet te hebben betaald, en dat door de vrouw van Rynsburch is toegestaan dat Huijch Pietersz en zijn vrouw ook voortaan niet betalen, op voorwaarde dat het convent na beider dood de achterstallige pacht op genoemd huis zal mogen verhalen

1571-02-08 |

R.A. Zwolle Inv Arch hav. Wegdam bij Goor regest 83
Jaartallenindex

Henrick van Markell, Harmen van Mouwick, Wilhelm Hurninck, Werner van Oldenbarnevelt en Bernhardt van Wynssem verklaren een magescheid tot stand te hebben gebracht tussen Henrick en zijn broer mr Johan ter Spillen, ter beslechting van de tussen hen gerezen geschillen over de scheiding en deling van de nalatenschappen van hun broers Adolff ter Spillen, kanunnik te Deventer, en Lebuinus ter Spillen