29 resultaten

Borre | 1425-12-11

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 126v
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Jan Borre Claes Bannenz.z draagt op ½ hoeve tot Lienlaer, met water en weijde, etc, vervolgens wordt Jan Jacob Egbertsz.z ermee beleend; deze draagt de ½ hoeve vervolgens weer op tbv Margriet Pelgrim Gosenszdochter, vrouw van Jan Bannen; "Nu Claes hoir dochter, daernae Jan Zael Claesgen's zone"

mannen: Ghysbert Godscalc, Roelof van Wisschel

Zael | 1461-02-28

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 167, 193v
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: de abt beleent Jan Heynric Zalenz, na dode van zijn moeder Claes Jan Bannendochter, met het goed Lienlaer, met het steenhuys mitter grafte, gelegen bij Amersfoert; volgende akte: "gesondert dat steenhuys mitten grafften" ( fol 193v) "item hier wairt die voirbrieff daer hij steenhuys mede versocht hadde opgeschoert"

mannen: Rutger Jacob Tymansz, Jan Stevensz; Jacob Tymansz, Jan Stevensz

Borre | 1423-03-16

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 461v
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: de abt oorkondt "so wanneer of tot eniger tyt Jan Bor Claes Bannenz.z zijn goede vercopen of weerloos wesen wil op Seldert of die hoeve van Lienlaer, die men van ons of van onser abdien houdt te lene dat wij of onse nacomelingen dair tot alre tijt over staen sellen hande ende mont dair te doen als een leenheer sculdich iste doen na inhout sijnre brieve, behoudeliken dat men die heergewade betalen sel"

Borre | 1423-03-15

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 124
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: abt, monniken en capittelaers van St Paulus zetten, met consent van de bisschop, alle hofgoed en tijnsgoed gelegen in den kerspel van Loesden, Zoes, de buerscap van Heze en op Zeyster Oever, om in onversterfelijke erflenen; Jan Borre Claes Bannenz draagt op een hoeve land gelegen in de maelscap van Weede en van Emminglaer in het kerspel van Loesden, geheten Lienlaer, met alle toebehoren, tijnsgoed, en vervolgens ontvangt Jan het in onversterfelijk erfleen. "Dese hoeve heeft Margriet Jan Bannenwijf half ontfangen Pelgrimsdochter. Ende des brief staet over dat 3e blat"

tijnsgenoten: Jan van Amerongen, Johan Lambertsz; voor leenmannen: Geryt Zoes, Gijsbert Godscalc, Gerrit Petersz; Gheryt van Damassche, abt, Jan Binmaert, prior, Florens van Zevenhuysen, Geryt van Amersoyen, Willam uijten Hage en Jan Taers, monniken en capittelaers van St Paulus

Drakenburg, van | 1485-03-11

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 239v
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Margriet Vrederixdochter van Drakenborch wordt beleend met de tiende van Bloemenberch en van Zeelhorst, grof en smal, met het gerecht van Bloemenberch en Zeelhorst, en dat ontving Margriet Jan van Rynes wijf, haar zoon Jan van Ryness doet eed en hulde; nu: Jan van Rynesse (libro abbatis Wilhelmi de novo ecclesia fol 79); "item hier van staet oock op ten naeme op Jan van Amerongen apud dominum Henricum de Reno fol 33"

mannen: Ghysbert Jacobsz, Willem van Lienlaer

Ghent, van | 1442-06-02

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 140
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Henric van Ghent droeg op "in de oude weer een stuc lants van 1 ½ vierendeel op Seldert met al zijn meenten ende metten lodijc", belend oost: Hugo Sem en Albert Scoemakers kijnder, west: Elijs van Wede en Jan Vlug; vervolgens wordt Goedert Jacobsz van Lielaer ermee beleend

mannen: Evert Jacobsz van Lienlaer, Henric Jansz

Borre | 1423-04-15

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 461v
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: de abt oorkondt dat Merten Jan Roelfsz.z en zijn vrouw Beatrix Claes Bannendochter hebben kwijtgescholden aan Jan Borre Claes Bannenz "al alsulke wilkoer verbande ende verzwaringe als Claes Banne oer vader ghedaen ende gemaecht hadde mit onser hant, op die hoeve lants geheten Lienlaer in den kerspel van Loesden in der maelscap van Wede ende van Emmiclaer gelegen, die hi gedaen hadde tot Merten ende syns wijfs behoefs voirs. also onse boec daerof begrepen heeft. Ende wij gheloven hem mede voir onse ende onse nacomelingen nimmer meer Jan Bannen of syn erfgn. kinder, scade of verdriet daer in te doen dat van onser weghen ruren mochte"

mannen: Ghysbert Godscalc en Gheryt Petersz

Voorde, van | 1437-07-12

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 130, 151
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: abt Willem van Huekellem oorkondt dat Vrederick van den Voirde hem opdroeg: "1) het goet then Voirde, belend oost, zuid: de stat van Amersfoert, noord: Smeetscamp, west: jvr Belya die Bertelmeus wijf placht te wesen, "ende mitter pangelinge zoe Vrederic voers. die gepangelt heeft tegens Lambert van Lienlaer, ende wirt mit allen sinen vuytslagen en toebehoren, mit sinen coters waerscappen, 2) dat ¼ deel van een stuck lants alsoe als dat Vrederic toe gekent is tegens Claes Banne zoe als dat gelegen is aen Lielaer enge ende voer den Gheijne"; vervolgens wordt Goesen van den Voirde Vredericsz ermee beleend tot een goed onversterfelijk erfleen; 1452-10-13: belening met de ledige hand van Goessen van Voirde naar inhoud van zijn leenbrief dd 1437-07-12

mannen: Zoude van Rijn, Aelbert van Baern

Rijc, de | 1451-03-02

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 274, 273
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: abt Jacob van Poelgeest oorkondt dat Willem de Ryck Willemsz vroeger opgedragen heeft tbv Reynaer Goeswynsz, al zijn recht op 3 acker land gelegen in der Duijst, tussen der Laecke en de nederwech, met hofstede en getimmerte, belend noord: Peter Lambertsz met een acker die hij kocht van Ghiesbert Semme Willemsz.z. "Des van den 4 ackeren voirs. naest gelegen is an die z.z: Thoenys Willem Meynsen, n.z.: Gerbrant uter Duyst. Also als dese selve 4 ackeren behoren in onsen hoeve tot Emmynclaer en ons voorvaders deze in voirtiden gegeven hadden in erfpacht aan Willem Gerbrantsz elk jaar om 1 g.g. Vrancr vrank, zoals Willem die metter dood geruymt heeft ende Semme voirs den voirs Ghiesbert Semmenzoene voirt geerft heeft"; vervolgens ontvangt Reyner Goeswynsz dit goed in pacht zoals Willem Gerbransz dat gehouden heeft; Gerijt Tymansz draagt hetzelfde op tbv Reinaer Goeswynsz, "ende hieraf heeft vertegen"; "Dit behielde joffr. Margriet van Drakenborch Jacob Nennincxdochter dochter Vrederix wijf uten Ham"

tijnsgenoten: Berth. van Lienlaer Jacobsz, Johan die Wiese Evertsz; Jacob Lumensz en Peter Kater; Zoude van den Rijn en Gerbrant uter Duyst