4 resultaten

1392-11-02 |

R.A.H. Coll Aanw 65 fol 66v/Memoriale B.D. fol 47v
Jaartallenindex

beval mijn heer ende maecte machtich mit sinen brief Jan Aerntsz die voechdie van Willem Vrankenz kinderen ende oec van alle alsulcken goede ende renten als him aenbesterven mogen wesen van Willem, horen vader ende gelegen sijn binnen der stede van Rotterdam en buten daeromtrent in Odsiersambocht van Cralingen en bi der hofstede van Crooswyck etc. Item des Sonnendages na Omnium Sanctorum anno 92 gaf myn heer gelyde Boudijn Hugenz, roerende van den doitslach die hi dede binnen Sciedamme, durende tot Jairsdage e.k.

1398-02-06 (1397) |

R.A.H. Coll Aanw 67 fol 34v/Memoriale B.M. fol 24
Jaartallenindex

dit sijn die voerwaerden tussen Coenraet van Heysterbach ende Claes Ocker; 1) Claes Ocker sal comen voor myns heren Raed ende scelden quijt van alle besterften die him van Coenraet of van sinen vrienden aenbesterven mach van Margrieten sijns wijfs wegen; 2) voert soe sal hi him verwilcoeren Coenraden nimmermeer te misdoen noch te doen misdoen op sijn lijf. Ende desgelycx so geloeft him Coenraet weder niet te misdoen noch te doen misdoen; 3) Ende aldus so sal Claes Ocker Tordrecht voer scepenen loven, ende Claes Ocker sal Coenraet opdragen enen brief van 6£ Holl. sjaers gelegen in Hofwegen, also dat Coenraet des seker is. Ende so wanneer Claes Ocker dese voerwaerde voldaen heeft, so sal him Coenraet reets gelts uijtreijcken en betalen 100 Dordr gld drie oude Gelrese gulden min. Ende dese voerwaerden gescieden in den Hage

voer den Joncheer van Arkel, Ghijsken van Diepenburch en anders mijns heren Raden en klerken

1433-03-11 (1432) |

G.A. Haarlem Inv no 1640 Lade T/Arch St Barbara Gasthuis Haarlem
Haarlem Algemeen

schepenen in Haerlem oorkonden dat Gherit Splinter Heyn Noertsz en joufrou Katherine Willemsdochter van Assendelf Gerits voirs. wijf, tesamen opgedragen en kwijtgescholden hebben aan de kinderen die zij nu hebben of nog later krijgen zullen "alle recht eijgendom ende toeseggen van goeden als hem opcomen ende aenbesterven mach van mr Hugen van Assendelf, priester"; sterft mr Huge vóór zijn zuster Katerine, en erven dan de kinderen dan zullen deze kinderen aan hun voorn. ouders moeten uitreiken aan hun vader voorn. 24 Wilh. Holl sc en hun moeder 36 Wilh Holl scilt, zoolang zij in leven zullen zijn. Sterven de kinderen achtereenvolgens kinderloos, dan erven zij den een op den ander, sterft ook de laatste kinderloos dan komt de erfenis aan mr Hugen erfnamen, zoo ook in het geval dat alle kinderen vóór mr Huge gestorven zouden zijn

Jan Claesz van Dam (zegel: een klimmende leeuw) en Garbrant Claesz, schepenen en mede bezegeld door Gheryt Splinter Heyn Noortsz (zegel: fragment v.h. schild waarop te zien een deel van 2 dwarsbalken meteen ster in de linker bovenhoek)

1429-02-16 |

G.A. Amsterdam Inv Arch Gasthuizen Amsterdam regest 298/Arch Nieuwe Nonnen Amsterdam
Jaartallenindex

schout en schepenen in Amsterdam oorkonden dat Oede Jan Hermansz weduwe en haar dochter Margriet, die zij had bij Jan Hermansz voirs, en met hun gecoren momber Jacob Petersz, en met haar vader Gherijt Petersz, haar oom Claes Petersz, Jacob Willemsz, Dirc Jacobsz en Jan Dircsz, hun vier vierendeelen, ter eener-, en Herman Jan Hermansz.z als zijns zelfs voogd, anderzijds, van elkaar vertegen zijn. Oede en Margriet zullen houden 3 Holl Wilh sc sjaars op Herman Prijnsensoens huijs binnen der stede van Wesop, 2 Eng nob. sjaers in Wesperprochie op Albert Hermansz staande op 18 hondert lants gelegen in zynre zate. Item 1½ Eng nobel sjaers op 10 hondert lants gelegen in Albert Hermansz zate voors. Item ½ huis en erf in Amsterdam. Ende alle alsulke lande als Jan Hermansz voirs. hadde leggende in synen laitsten live in den lande van Woerden tot Bodegraven ende tot Zwammerdam. Ende Herman Jansz sal hebben: eerst die helfte van Hillen kinder Gaespweer gelegen opten Oestham bi der Gaespe. Item 2½ morgen lands gelegen int Meenweer, verder een rente te Amsterdam. Margriete en Oede ontvangen ⅔ deel van de inboedel etc. Verder verklaren Oede en Margriete en Herman Jansz dat sij overgaven ende in handen setteden Gheryt Petersz hairs vaders voors. alle alsulke erffenisse ende guede als hun van denselven Gherijt hoiren vader ende van Aelwitten Gheryts wijff voirn haire moeder, aenbesterven mogen, te ordineren, te gaen ende te delen na dode Gerijts ende Aelwitten syns wijfs als hun goetduncken sal (vgl 1429-02-18)