10 resultaten
1446-05-31 | Moerkerken
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 80v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
schepenen in Dordrecht oorkonden dat Willem Gherytsz, buerman in den Haghe, in erfpacht gegeven te hebben Jacob Aelbrechtsz een stuk land groot 9 morgen 1 hont 75 roeden, gelegen in den nieuwen bedycten lant dat men heet sheren land van Moerkerke in den ambacht van Scobbe en Everocker, an die zuidzijde: de Carthusers te St Geerdenberghe, noord: die vrouwe van Moerkerken met haar kinderen, west: Jacob Aelbrechtsz voors, oost: de gemeene weg. Gegeven 1446 opten lesten dach van Mei (vgl 1456-04-28)
Pieter van Roeden, Adriaen Haeck Harmansz, Willem van der Tympell heren Gheritsz en Jan Oem heren Tielmansz, schepenen
1533-05-29 |
R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Zeeland, Voorne fol 91v
Jaartallenindex
Karel oorkondt dat voor zijn stadhouder van lenen Diric Heyn Thou opdroeg tbv Pieter Willemsz ¼ deel van ½ van den bedyckten landeken genoemt de Streuijt, nu genaemt den ouwen- ende nyeuwen Streuyt, mit thienden ende anders allen synen toebehoren, uytgenomen ¼ deel van den voors. gehelen bedycten landeken mit allen zijnen toebehoren alleenlicke. Ende droech noch op tbv denselven Pieter Willemsz ¼ deel van de aenwassen en uytgorsen van de Streuyt, buyten an den dyk gelegen. Leen van Voorne. Vervolgens wordt Pieter Willemsz ermede beleend tot een onversterfelijk erfleen. Met last van erfpacht daeruit gaande
Pieter Bol, auditeur v.d. rekenkamer, Cornelis Barthoud Jansz, Jan Gans, leenmannen
1533-05-27 |
R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Zeeland, Voorne fol 90
Jaartallenindex
Karel oorkondt dat Dirck Heyn Thou opdroeg tbv Clara Heyndrik Thouwendochter, huisvrouw van Geryt Dircsz den Harst, ¼ van ½ van der bedycten landeken genaemt den Streuijt, nu genaemd die ouwe- en die nieuwe Streuijt, mitten thienden en anders sijn toebehoren, uytgenomen ¼ deel van de gehele bedyckte landeken met al zyn toebehoren alleenlijk. Verder droeg hij nog op ¼ deel van de uytgorsen en aenwassen van de Streuijt, buiten an den dyck. Leen van Voorne. Vervolgens wordt Clara hiermede beleend als een onversterfelijk erfleen, met last van de erfpacht daaruit gaande. Haar man Gheryt Dircsz den Harst doet de leeneed voor haar
heer Jan van Duvenvoorde, heer Willem van Alckemade, ridders, Gerrit van Poelgeest, heer van Hoochmade, schiltknape, mr Joost Sasbout, mr Reynier Brundt, Raden v.d. Camer v.d. Rade, Cornelis Barthout Jansz, leenmannen
1444-05-20 | Moerkerken
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 79v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
schepenen in Dordrecht oorkonden dat broeder Tielman, prior van de Carthuizers te St Geerdenberg, verklaarde dat hij namens dit convent in een eeuwelike hure en erfpacht gegeven heeft aan Jacob Aelbrechtsz 3 ½ morgen lants ghelegen in den nieuwen bedycten lande dat men hiet tsheren land van Moerkerken in den ambacht van Scobben, oost: land van de Carth. voirn, west: land der der vrouwe Jacquemine en tsheren kinderen van Moerkerken toebehoert, zuid: land van de Carth. voirs, noord: land dat Willem Gheraertsz, buerman in den Haghe toebehoort, met synen aendeel van alsulken vordelen uterlande ende aen vallen als desen gemeenen lande voirn. toe behoren. Elk jaar elken morgen 2 gouden Rynse Keurv. gld etc. (vgl 1455-04-28)
1533-05-27 |
R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Zeeland, Voorne fol 88
Jaartallenindex
Karel oorkondt dat voor de stadhouder van lenen Dirck Heyn Thou opdroeg tbv Lysbeth Willemsdochter, huisvrouw van Jan Aertsz, ¼ deel van ½ van den bedycten lande genaamd den Streuijt, nu genaemd den ouwen- ende nieuwen Streuijt, met tienden en anders alle toebehoren, uytgenomen ¼ deel van het gehele bedycte landeken met al zijn toebehoren. Droeg nog op ¼ deel van de uytgorsen en aenwassen van de Streuijt, buyten an den voors. dyck gelegen. Leen van Voorne. Vervolgens wordt Elisabeth Willemsdochter hiermede beleend tot een onversterfelijk erfleen, met de last van erfpacht. Haar man Jan Aertsz doet de eed. Op 1534-11-25 soe es Lysbeth Willemsdochter gelycke signature gedaen als hier boven gedaen is mr Jan van Vuytrecht
heer Jan van Duvenvoorde, heer Willem van Alckemade, ridders, Gerrit van Poelgeest, heer van Hoochmade, schiltknape, mr Joost Sasbout, mr Reynier Brundt, Raden v.d. Camer v.d. Rade, Cornelis Barthout Jansz, leenmannen
1514-08-14 |
A.R.A. 488 afd 2 no 88/Sent. Hof van Holland
Jaartallenindex
de grave van Egmondt heer tot Baer, gouverneur van Holland, Zeeland en Vriesland, Symon Longijn, raidt en rekenmeester van Brabandt, ende mr Philips Hanneton, 1e secretaris ende andienaer ons genad. Heren als actie van zyne genaden hebbende, impetranten ter eenre zijde, contra Heer Aerndt van Dorp, priester, Adriaen van Dorp en Cornelis van Overstege mit andere hoire litis consorten, erfgenaemen ende successeurs van wijlen Cornelis van Almonde, verweerers. Die impetranten contenderende ter fijne dat bij sententie van desen Hove hen als actie hebbende van onsen gen. H, toegewyst zoude zijn die gorssen, slijcken ende aenwassen geheten Groet ende Cleyn Puttermoer, gheleghen buyten den bedycten lande van Putten, tusschen die wateren geheten die Dromme ende die Spoye in die brete, ende den ouden dyckstael van groet en cleyn Puttermoer ende twater geheten die Spoyecreeck aldaer die Dromme loopt in die Spoije in die lengte. Verweerders eischen dat het Hof verklaart dat genoemde landen geheten die Ommeloep van groot en klein Puttermoer ende der Monickenlant gelyck die beseten hebben geweest by den heere van Gaesbeeck hun toebehoren. Het Hof verklaart eischers niet-ontvankelijk, en beslist dat genoemde landen aan verweerders toebehooren
1533-05-27 |
R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Zeeland, Voorne fol 85v
Jaartallenindex
Karel oorkondt dat voor onse stadhouder van lenen Dirck Heyn Thou opdroeg tbv Marie Jansdochter, huisvrouw van mr Jan van Vuytrecht, onse baljuw van Delfland, ¼ deel van ½ van den bedyckten landeken genaamd de Streuijt, nu genoemd den ouwen en nieuwen Struijt, met thienden en andere toebehoren, uytgenomen ¼ deel van de voors. geheelen bedycten landeken, met alle toebehoren. En droeg nog op ¼ deel van de uytgorssen en aanwassen van de voors. Streuijt buyten an den voors. dyck gelegen. Leen van Voorne. Vervolgens wordt Marie Jansdochter ermee beleend tot een onversterfelijk erfleen, met last van erfpacht daaruit gaande. Haar man mr Jan van Uytrecht doet de eed voor haar. Op den 20e december 1533 soo is tot verzoek en vervolge van Dirck Heyn Thou bij de Keiz. Maj. verklaard dat de landen van de Streuijt, bedyct en onbedyct, wesen sullen vrij eygen erve, sulx als die in de brieven van gifte hier voormaals gedaen Aernt Vranckenz, schout der stede van Delft, gegonnet en gegeven zijn geweest bij wijlen keizer Maximiliaen, geconfirmeert bij brieven, mits dat men van de heerlijkheid Voorne ten onversterfelijke erfleen blijft houden de ½ van de voors. tienden. Opnieuw bevestigt op 1524-09-21
heer Jan van Duvenvoorde, heer Willem van Alckemade, ridders, Gerrit van Poelgeest, heer van Hoochmade, schiltknape, mr Joost Sasbout, mr Reynier Brundt, Raden v.d. Camer v.d. Rade, Cornelis Barthoud Jansz, leenmannen
1453-03-04 | Moerkerken
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 81v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
schepenen in Dordrecht oorkonden dat Dirik van Moerkerken van wege Daniel van Moirkercken en joffr. Jacquemine van Moirkerken, kinderen wijlen des edelen heren heeren Lodewycx here van Moirkercken en ter Marwede, daartoe gemachtigd bij stedebrief van Brugge, overdroeg aan prior en convent van de Carhuizers bij St Geerdenberg, twee stukken land in den nieuwen bedycten lande voir den Maesdamme dat men hiet sheren land van Moirkerken ende hout 11 morgen 1 hont 8 roeden land, ten noorden: Jacob Peterszoons aelwighe, zuid: Adriaen Jacops, oost: Jan Buyssen land, west: Daniel van Moirkerkens land voirs. Ende dat ander stuk land groot 4 morgen 1 hont en 35½ roeden landts dat toebehort jonfr. Jacquemine van Moirkercken, noord: Jan Buyssen lant, zuid: Willem Jacobsz, oost: de wech, west: de 11 morgen voorn. Ende daertoe mit alzulke uterlande als den gemenen landt toebehort. Hyr of hebben voor ons getuycht: Maes Petersz en Jan Meynaert als heemraders in den ambacht voirs, by haren eedt dat zij mitten rechte ende mit anders den heemraders all daerover die ghifte van die twee stukken land voirs. met haer toebehoren zoe voirs. staet gestaen te hebben ende den eyghendom daerof vrij kennenden ende dat die coop daerof gekondicht int openbaer onder die hoechmisse binnen der kerke van den ambacht voirs. des Sonnendaghes voir St Mathysdach l.l. (vgl 1454-04-30)
Henrick Pypken Wenemersz, Jan Oem heren Tielmansz, Jan Buijs Willemsz en Jacob Jansz, schepenen
1442-06-04 | Moerkerken
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 82/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
schepenen in Dordrecht oorkonden dat Dirck van Moirkerkcen bastaertzoon heren Lodewycks wilen heere tot Moirkerken ende ter Merwede, Wouter die Veerse ende Peter van Moirkerken Wolfaertsz, tesamen bij schepenbrief van Brugge aangesteld als gemachtigden van vrouwe Jacquemine van Essene weduwe heren Loedewycx heere tot Moirkercken voirn, van jhr Vrancke heere tot Moirkerke en ter Marwede, van Danell van Moerkerke, van jvr Ysabelt van Moirkerke, van jouffr. Lysbette van Moirkerke, van jouffr. Josine van Moirkerke, van joufr. Jacquemine van Moirkerken en van joffr. Agnieten van Moirkerken, alle kinderen van heer Lodewyk wilen here tot Moirkerke, dat zij q.q. verkocht hebben aan prior en gemeen convent van de Carthuizers te Sint Gheerdenberg 10 morgen 1 hont land gelegen in den nieuwe bedycten lande dat men hiet tsheren land van Moerkerke in den ambacht van Scobbe, ten oosten: an de westwech, west en noord: die kreke aldaer, zuid: het land der der Vrouwe van Moerkerke en haar kinderen toebehoort en Jan Prick nu in hure heeft. Hyrof hebben voor ons getuijcht op horen eed Arnt Aertsz en Gheryt Boot Woutersz als heemraders in den ambacht voirs. dat zy mitten richter ende mit anders den heemraders aldaer over die ghift van desen lande gestaen hebben ende den eygendom daerof vry kenneden ende dat die coop daerof gekondicht wer dit openbair onder de hoochmisse binnen der kerke van den ambacht van Poelwyck, mits dat binnen den ambacht voirn. op dese tyt gheen kerke en staet als Sonnendags op beloken Pinxteren nu lestleden (vgl 1443-04-30)
Adriaen Anssenz, Henrick van der Mijl Claesz, Cornelis Boot Aerntsz, Alaert Suys Matheusz, schepenen
1442-06-11 | Moerkerken
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 80v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
brief van Willem Gheritsz land 9 morgen 1 hont 75 roeden. Scepenen in Dordrecht oorkonden dat Dirck van Moerkercken, bastaardzone van heer Lodewyc wylen heer tot Moirkercke en van der Marwede, Wouter die Veerse ende Pieter van Moirkerken Volfaertsz tesamen volkomen gemachtigd bij stede brief van Brugge door vrouw Jacquemine van Essen weduwe heer Lodewyk here van Moerkerk, van Jhr Vrancke here tot Moirkerke en van der Marwede, van Danel van Moirkerke, van jouffrou Ysabell van Moirkerken, van joffr Lysbette van Moirkerken, van joffr. Josina van Moirkerken, van jouffr. Jacquemine van Moerkerke, en van joffr. Agneten van Moerkercken, allen kinderen tsheren van Moerkerke voirs, vercoft hebben aan Willem Gheritsz, buerman in den Hage, 9 morgen lants 1 hont en 75 roeden landts in den nyeuwen bedycten lande genoemt tsheren land van Moerkerken in den ambacht van Scobbe, aan de erfnamen van vrouwe Jacquemine en van de de heer van Moerkeren toebehoort, zuid: die Creke, noord: t land van de erfgenamen van vr. Jacquemine dat Gysbrecht Jansz in hure heeft, oost :die westwech, west: t land van de erfgenamen voorn. "Hyr of hebben voor ons getuycht Aert Artsz ende Gherit Boot Woutersz op hoeren eed als heemraders binnen den ambacht voirs. dat zy metten rechter ende mit anders den heemraders aldaar over die ghift van desen lande voirs. gestaen hebben ende den eygendom daerof vry kenneden. Ende dat die coop daerof gekundicht wart in t openbaer onder de hoechmisse en binnen der kerk in den ambacht van Poelwyck, overmits dat binnen den ambacht voirn [Scobbe] op dese tijt geen kercke en staet tsonnendages na beloken Pinxteren l.l. In oorkonde 1442 op St Odulfusavond Confessoris" (vgl 1443-04-30)
Adriaen Anssenz, Henrick van der Myl Claesz, Jacob van Overstege Pietersz en Willem Duijk Artsz, schepenen