13 resultaten

Brandenburg, van | 1330

Rek Hen Huis I bl 150
Achternamenindex

uitgaven van Jan heer Gillisz rentmeester van Zuidholland: - 1 bode ghesent an Ghisebrecht van Brandenborch, Peter van Zulen, omme te Dordrecht te comen ende der vrouwen brieven van Brandenborch, die si hadden, daer te brenghen en andere brieven weder te nemen

Herlaer, van | 1366-05-11

Muller: Regesten Arch Stad Utrecht no 338
Achternamenindex

Gherijd van Herlaer heer van Poederoijen erkent schuldig te zijn aan Ghisebrecht van Brandenborch 800 £ Utr wegens aan hem geleverde weit en wol; 1366-05-21: Ghisebrecht van Brandenborch geeft over aan Aenroud de Vrese de 800 ponden waarvoor Gheryt van Herlaer van Poederyen hem een schuldbekentenis gegeven heeft

zegels van: Gheryd van Herlaer, Johan van Andel, Otte van Sconouwen, Werner van Drakenborch, Wernaer van Blydensteyn, Johan van den Groenenwoud, Borre van Heemstede, Hubrecht van Gollebertingen, Gheriid van Voerscoten

Zuylen, van | 1330

Rek Hen Huis I p 150
Achternamenindex

uitgaven: "bode ghesent an Ghisebrecht van Brandenborch, Peter van Zulen omme te Dordrecht te comen ende der vrouwen brieve van Brandenboch die si hadden, daer te brenghen ende andere brieve weder te nemen, 2sc 6d"

Brandenburg, van | 1337-11-27

Arch Nassau Domeinraad dl I 2e stuk regest 281 p 80 (f 1032 no 2); Reg Hann p 250
Achternamenindex

leenregister van de Leck en Polanen: Symon van Benthem beleent Otte van Zoelen, ridder, met het goed dat heer Jan van Brandenborch als voogd van zijn vrouw Herborch in leen had en afkomstig is van die van Stoutenberch

Bentheim, van | 1337-11-27

Arch Nassau Domeinraad dl I 2e stuk regest 281 p 80 (f 1032 no 2); Reg Hann p 250
Achternamenindex

leenregister van de Leck en Polanen: Symon van Benthem beleent Otte van Zoelen, ridder, met het goed dat heer Jan van Brandenborch als voogd van zijn vrouw Herborch in leen had en afkomstig is van die van Stoutenberch

Zoelen, van | 1337-11-27

Arch Nassau Domeinraad dl I 2e stuk regest 281, p 80 (fol 1032 no 2)/Reg Hann p 250
Achternamenindex

leenregister van de Leck en Polanen: Symon graaf van Benthem beleent Otto van Zoelen, ridder, met het goed dat heer Jan van Brandenborch als voogd van zijn vrouw Herborch in leen had en afkomstig is van die van Stoutenberch

1410-10-01 |

Cartul St Jan Haarlem no 247
Jaartallenindex

broeder Diric Kalle, priester van de orde van St Jan, oorkondt "dat ic om mynre versumenisse ende ghebreken wille die ic leider begaen hebbe met mijns oerdens rechte in verlies myns habyts in penitencien geseten ende geweest bin". Daar hij berouw heeft en zijn leven beteren wil, bedankt hij broeder Aernt van Doeven, balier en commandeur van Utrecht en ook de commandeur van Haerlem, die hem alles vergeven heeft, en belooft te vertrekken in der marcke van Brandenborch, en belooft nimmer te zullen wederkeeren in der balien van Utrecht d.w.z. Gelre, Sticht Utrecht, Holland en Zeeland en Oost Vriesland, dan bij wille en consent van de priester van de Duitsche orde

Zuylen, van | 1325-05-12

Van Mieris II p 351
Achternamenindex

Johan bisschop van Utrecht en graaf Willem oorkonden dat Steven van Zulen zijn huis te Zulen "weder leveren sullen" … "dat ons Steven vervolghet hevet van dien stucken, die sijn twisken heren Janne van Brandenborch ende hem, sonder alrehande arghelist"; Pieter van Zulen, broer van Steven krijgt bevel dit huis te bewaren

Heukelom, van | 1468

Gelderse Leenregisters p 451
Achternamenindex

Johan van Herwinen Johansz ontvangt een huis en voorgeborcht met cingel, geheten Engelborch, met een bongert geheten Kostverloren en 3 thinshofsteden daarbij liggende, 4 morgen land aan de cingel, strekkende van de afterwegh tot de dijk, belend boven: Ot van Heukelom [met het huis Brandenborch ??] en Walraven van Haeften, ridder, beneden: Jan van Herwinen

1434-12-07 |

Coll Aanw 204 fol 573, 576v/Mem Rosa II fol 205, 206
Jaartallenindex

Herman Vinck van Brandenborch, baljuw van Zuytholland, is gedaecht van myns genad. heren wegen mit een plackaert ter antwoorde te comen op 1434-12-29 tegen Jacob van Rone, myns genad. heren bode, op alsulke eis als dieselve Jacob hem anleggende is, roerende van 8 weken tyts dat Jacop voors. ter begeerte van de voorn. baljuw utgeweest en gereyst heeft in Vlaenderen, Artois en anders, om seeckere saeken te vervolgen an minen here den grave van Stampes. Komt hij niet dan zal de eis van Jacob geexecuteerd worden. Op 17 Dec d.a.v. Jacquemyn Rene heet hij hier. Gheneman Aernt Blanckairtsz getuigt onder ede dat de baljuw verklaard had een goed loon te zullen geven aan de bode. Ook Jan van Dijk getuigt hierbij te zyn geweest. Het dunct hem redelic dat Jacquemyn 12 Bourg. schilden moet ontvangen daar hij 10 weken uit is geweest