12 resultaten
Corver | 1446-1447
Rek Rentmeester Kennemerland 877 fol 21
Achternamenindex
Ysbrant Corver: doen bringen van Aemsterdam by Ysbrant Korver te Alcmaer 100 trevelsche borderen [voor het huis Middelburch] samen met de vracht 4 £ 5sc 6d
Gherard Brechtenz | 1344
Grafelijke Rek II p 428, 429
Voornamenindex
uitgaven: bi Martyn voors. van vrachte van desen turve te halen in Ailsmair ende te bringen onder Thoeloever [Theole], volgen 22 posten (p 428); (p 429) utgeven om turf bin Gerard Brechtenz uter Wyc die hij gecoft heeft in t Eme ende ghecomen onder Thoelover daar die calc of ghebarnt is
1484-12-20 |
G.A. Amsterdam Inv. B.W. no 554 regest 556/Cartul St Lucien Amsterdam fol 355v
Jaartallenindex
scout en schepenen van Abcoude oorkonden dat Aernt Taets verkocht heeft aan zuster Lysbeth tbv het St Lucienconvent te Amsterdam 1 mergen lants die hij leggende had in den gerechte voirs. op tie Broeczijde in Jan Gebbezoens zaet, daer boven zuijtwert naest gelant is Govert Jansz ende beneden noertwert Claes Blocxlant etc. Verder noch een morgen lants die mede gelegen is in dieselve saet, toebehoerende Jan Splinterszoen, sine neve, die welke optie tijt utlandich was dat hij hem der op tie tijt niet crigen ende conste, ende tot welke tijden dat hij Jan sine neve dair conde bringen, soe loefde hij dat Jan voirn een quijtsceldinge soude doen van die ander morgen voerseit nae den rechte van den lande etc
Heynric Boetzelaer (zegel: 3 koppen), schout, Emont Claesz en Jan Romersz, schepenen, Willem Ot Jansz (een zwaan, links boven een ster) zegelt voor hen, benevens Vechter Stevensz (een wassenaar, boven vergezeld van een ….)
1410-07-17 |
VIII Memoriale B.A. fol 27/Van Riemsdijk p 5
Jaartallenindex
tresoriersrekening van heer Philips van Dorp fol 54, 54v: Item Brandekin messagier die van Teylingen gezent wert tot Hairlem ende voirt t Aemsterdam mit brieven, die hi van minen genad. Here gebrocht hadde, roerende vergifnis dat men dengenen die in den steden gevangen waeren dairom in den Haege bringen soude. Hem gegeven 3sc 8d gr; 1410-07-30: wordt Philips Enghebrechtsz van Middelburch gesent ... ende als hi van danen wederquam tot Hairlem was die tresorier aldair ende sende him rechtevoert over dach ende nacht in den Hage om een Cedel roerende van den insette van der vergiffenisse daer mr Jan van Cleijhem om gevangen lach, dair Philips voirs rechtevoirt uter Hage mede quam bi den tresorier tot Hairlem; 1410-10-01: item also Dirc Allart van Amsterdam en Pieter Henricsz van Hairlem woirde gehadt souden hebben die van mr Jan van Cleijhum gecomen souden hebben, roerende myns heren lyf, dair si om gevangen hebben geweest, so heeft myn genad. here nochtans syn genaden tot him gekeert den himluden uter vangenisse doen doen ende dier woirde up dese tyt verdragen
1514 |
Kroniek Hist Gen jg 1853 p 475-478/Rek Schutmeesters Utrecht
Jaartallenindex
rekening van de schutmeesters der stad Utrecht: Lambert Woutersz, dat hij die overste, out ende nije, laeijen soude doe men die serpetynen proeven soude, 4st. Jacob van Nyevelt dat hij die overste laijen soude, daer men den groten vogelaer proeven soude enden den cleynen Vogelaer, 2st. Jacob van Leeuwen dat ons cruijt in sijn kelre lach. Loeff van Pallaes en Gerrit Claesz gesciet van den Rade om die busse aen die stadtmuer te bringen, elck 1£. Gecoft van Henrick Willemsz scutemaker, 20 pecx gebesicht an die kisten etc. Die nieuwe bus gehaelt van mr Henricks huijs ende voir Pons Lubbertsz huys gebrocht met 3 peerden 3£. Claes Victorsz gegeven van dat hij een dach pylen op die poert brocht. Noch enen dag dat hij Egbert van Groenenberch zijn grote vogelaer en die stadt cleyne vogelaer gescoten heeft 1£ 10sc. Cruijt van Jan Bruijn ontfangen. Henrick Jansz, die mandemaker 36st van cabisen en manden. Het nabescreven buscruyt heb ic ontvangen van Ysbrant Ysbrantsz etc. Noch gegeven Symon Lambertsz tot Amsterdam van serpentinen van hem gecoft 1562£ 10 sc. Item Pons Lubbertsz die serpentinen helpen scieten 1£
1353-10-28 |
A.R.A. Copie Leenkamer no 32 fol 70v/Reg E.L. 23 fol 44v
Jaartallenindex
hertog Willem oorkondt: dat wi hem vieren van onsen Rade die wi daertoe nemen sullen, ende 2 mannen uijt onser stede van Delf, 2 uit Leyden, 2 uit Haerlem, enen man uijt onser stede van Alcmaer, ende enen manne uijt onser stede van Aemsterdam, die wi kiesen sullen ende ons nutte dencken sullen bi Rade onser steden voirs, ende eenen onsen geswooren clerck, die wi daer bi schicken sullen, bevolen hebben en bevelen, machtich gemaeckt hebben en maken overal in onsen lande benorden der Mase te varen, te bliven ende te keren, wanneer ende wanneer, hoe lange ende hoe dicwile hem luden oirbaerlyck dencken sal te ondersoecken, te vernemen ende te versien alle saken die in onsen lande geschien of geschiet sijn, ende onser lude ende lands gebreck ende oirbaer te vernemen ende te wetene, ende alle saken te berechten ende te bescheyde te bringen na hoeren besten ende goetdencken en wat si hier toe doen sullen, dat sullen wi vast ende ghestade houden. Komen er zaken voor die hun "te groot zijn" om die te berechten buten ons (verbanning, oorlog), die zullen wij zelf met ons Raets Rade berechten. Ende dit sal geduren na de jegenwoordige brief twee jaar lang en daarna tot onsen wederseggen als wi selve in Noirt Holland sijn
1405-07-07 |
R.A.H. Coll Aanw 69 fol 56, 58, 59, 59, 67v, 67v, 76/Memoriale B.H. fol 35v, 36v, 37, 37, 42, 42, 47
Jaartallenindex
geleide voor Gherijt van Sevenbergen mit 25 personen tot Korsavond e.k. toe (fol 56); 1405-08-25: geleide voor heren Otten van Asperen heer van Voerst met 25 personen, tot St Martynsdage e.k. toe (fol 58); 1405-09-04: geleide voor Pieter die Wilde, poirter ter Sluijs mit sinen comanscippen en goeden, tot Paschen e.k. toe, behoudens de te betalen tol. Geen hulp aan de vijand (fol 59); 1405-09-09: geleide voor Willem Tonssus, rentmeester van Brabant, met 6 personen tot Martini in den Winter (fol 59); 1405-10-25: geleide voor Anthonys Jan Tonssus met 5 personen durende een maent lang na date sbriefs (fol 67v). Item des Sonnendages 25 Oct. gaf myn heer geleyde Gheryt van Lomme en consenteerde hem een scip kolen van boven neder in onsen lande te brengen ende die ter verkopen dair hun genuecht. Ende wederuijt onsen lande van beneden opwaert vueren mach een scip s couts, behoudelic dat hi sinen rechten tol geven sal, en te Gorinchem niet aenvaren en sal, noch den heer van Arkel in geenrewys starcken (fol 67v); 1405-11-20: consenteerde mijn heer om beden wil sheren van Heensbergen, Wouter van Lomme ende van Venle twee scepe steenkolen van boven neder te bringen in mynsheren lande, om die te gebruken daer hem genuegen sal, ende die twee scepen ter tijt weder opwaerts te vueren, behoudeliken etc [zie boven]; 1405-11-21: geleide voor Dyrc Jansz van der Haer, durende 6 weken lang na den dach voirs etc
1493-03-31 (1492) |
G.A. Haarlem Cartul Carmelieten/H. Ryk 34 fol 29v
Haarlem Algemeen
schout, burgemeesters, schepenen en raad van Haerlem oorkonden dat er onlancx geleden zekere twyfel en gescil ontstaan is tussen prior en convent van de Carmelieten ter ener zyde, en de prior en convent van St Augustynsorde van de Reformatie nu onlancx [1492] binnen der stede gesticht, ter andere zijde. De Karmelieten menen dat het nieuwe convent v.d. Augustynen "him te na begrepen en gefundeerd te wesen, hetgeen niet had mogen geschieden". Aan de Karmelieten wordt un vergund "dat zi tot allen tyden alst hun believen zal, die gevelen van der kercke van hoiren voirs. convente voor in de Houtstrate zullen mogen doen utsetten en utstellen alsoe verre als die loedsen begrepen hebben die nu an die voirs. gevelen staen, zoe datter recht utgaen ende recht royen sal na den hoornhuijse van den convente afgaende na die beeck toe, daer dat speckwyf nu ter tyd in woont. Behoudelick dat zo wanneer zij die voors gevelen alsoe uytgestelt en uytgeset sullen hebben dat zij dan geen loedsen, portalen, noch cleyne huyskins voir an die selve ghevelen en zullen mogen doen maken ghelyc er nu aen staen. Mar zullen alsdan die voirs gevelen vrij op hun zelven staende bliven sonder anders yet voir an die strate daer anghemaict of getimmert te wesen opdat ymmer die voors. strate dair bij niet benauwet en worde". Voorts wordt bepaald tbv de Carmelieten "als dat van nu voortaan gheen houtsagers noch andere werkluyden op hoire strate an die zide van hoiren convente voirs. en sullen moghen staen om enig hout te saghen of anders enich werck te doene ende dat oick nyemandt gheenrehand hout, steen, noch ander vuylnisse op hore strate en sal moghen legghen, setten ofte bringen in gheenre manieren anders dan bij horen wille en consente". Bezegeld met het zegel van saicken van de stad Haarlem
mr Pieter Ballinck, doctor, en Jan Gysbrechtsz, schepenen in Haarlem
1422-04~ (2) |
R.A.H. Coll Aanw 77 fol 5/Memoriale Ducis Johannis fol 4
Haarlem Algemeen
(vervolg) Dese sal men gyselen in den Hage: Jan Suwenz, Pieter uijt den Holensloot, Claes Jan Berenz.z, Pieter Lubkensz, Meus Auwelsz, Jacob Pieter Hoecsz, Tybaut v. Rijpen scoemaker, Claes Aernt Jan die Wittenz.z, Vechter Gerbrantsz, Jan Willemsz backer, Andries Claesz, Jan Willemsz in de Pauwe, Pieter Willemsz, Ysbrant Willemsz, Henric Willemsz, gebroederen, Manneken, Ysbrant Jacob Huijsmansz, Gheryt Willemsz, Jacob Zebergenz, Gheryt Woutersz, Mathys die wielmaecker, Godevaert Ponssenz, Coman Louwe an t Sant, Gheryt Pietersz. Dese sal men gijselen in den Briele: Lambrecht Symon Dengelsz, Aelbrecht Scrienmaker, Willem Wolfaertsz, Ghijs die dat marctscip voert, Gheryt van Paesschen, Jacob v. Paesschen, Tybaut scoonmaker, Symon Symonsz, Claes Ghijsebrechtsz schoenmaker, Nanne Vredericsz, Aernt van Souwen, Harman Claesz backer, Baernt Andriesz, Jan Dircsz beldrager, Govert Andries, moij Pieter, Godeken Lambrechtsz, Jacob Bulle Hugen swager, Dirc Barwoutsz, Brandekijn v.d. Hoeve, Pieter Bertsz, Pieter Hase Pouwelsz, Gheryt v. Damme, Lottyn Gheryt Gherytszoen, Wouter van Wee, Jan Ghebbe, Jan Pieter Heijmansz. Item die brueken die die oude scutte mijn genad. Heere in desen rumore ende voir dat rumoir gedaen hebben, dat hout myn gend. Heer noch aen hem tot synen verclaren. Ende alsoe dat oude scut mynen gendadigen heer ende der stede verbonden sijn in hoire hantvesten bi sinen gerechte als des te doen waer altijt te coemen ende te wesen, soe heeft mijn genadige heer nochtans wail verstaen, dat sij hem niet wail dairin gequyt hebben. Ende dairom gebiet myn gen. Heer noch enen yegeliken van den scutten voirs. op hoer lijf ende goet dat sij altijt bij den gericht comen als des te doen sal wesen, ende hemluden stiden ende stercken als dair toebehoirt, en sij schuldich sijn te doen. Item voirt soe gebiet mijn heer alle den dekenen ende den vinders van den ghilden in Harelem dt sij bringen binnen sdages Sonnenscijn alle die hantvesten die sij hebben van der stede van Hairlem van hoeren gilden, want myn gen. here die mit synen Rade oversien sijn
1418-03-20 - 1418-08-21 (4) |
Kroniek Hist Gen Utrecht jg 1852 p 412-425
Jaartallenindex
vervolg rekening: Op 24 Mei bode gesent tot Rotterdam an here Floris van Borssele an heer Philips van Cortkene en andere heren die metter vlote uit Zeeland gecomen waren. Een bode met Philps die Blote in Maeslant gezonden, als Philips ende Gerytgen Barthoudsz een opzet gemaakt hadden om schepen voor den Briel te laten zinken. Op 27 Mei bode aan heer Willem van den Boekhorst en Jan van der Boekhorst om naar Sciedam te trekken en daar capiteins te zijn van der stede soudenaren. Bode gezonden aan Wolfert van der Duun, Pieter van der Duun, Daniel van Cralingen, heere Philips van Spangen, heer Dirc van der Lecke ende der stede van Rotterdam, naar Heenvliet aan heer Jan van Heenvliet. Item an Gysgen van den Poel, an Jan van Herlaer van der Huele, an heer Henric van Cronenburch, den heer van Asperen, Willem van Brederode, Reynout here tho Brederode, de heer van Vyanen, Coen van Oesterwijc, de casteleyn van Zevenbergen. In den gestichte van Ytrecht an here Dirc van Zulen, heer Vrederic uten Ham en an Willem van Polanen. Item Jan Clover op diezelve tijt en om diezelfde zake gesent an her Jacob van Rysoordt, heer Geryt van Zijl, Mouwerijn van der Does, Gerrit van Bennenbroic, here Geryt van Poelgeest, Dirc Willemsz tot Alphen, en voort an heer Wotuer en here Melis van Mynden baliu van Loosdrecht. Item nog an die stede van Vlaerdingen, t Gravesande ende an Eggebrecht van Cranenborch, item om dieselve sake Jan Allartsz gezonden an here Airnt van Duvenvoorde en Mouweryn van der Does. Item bode gesent in den lande van Cleve an heer Otto van der Lecke; de gravin beeindigt het geleide dat zij aan die jonchere van Mondiouwen en heer Arnt van Crayenheim gegeven had. Item een bode gezent naar het land van Cleve an Wouter van Gent om te zorgen voor 40 voeder goede wijn; een bode gesent tot Wesip an Jan van Bergen. Een bode gesent an Floris van Kyfhoeck te St Geertrudenberge mit brieven roerende dat hij sonder vertrek in den Hage komen soude, overmits heren Henric van Homoets vangenisse wille, die hum niet copen noch verborgen en mochte om denselven van uten Hage te bringen tot Gorinchem; bode aan Wouter Boter te Amersfoord om 200 ossen te Rotterdam te leveren; Evertgen en Harman Spierinck brachten deze ossen over. Op 2 Juli Pieter Grijp gesent naar Schoohoven. Bode aan Copert Ponsson [Coppert Ponssen ?], schout te Oudewater; bode uten Hage naar Brabant an heer Henric van Bergen, de heer van Lillo, de heer van Heeswijk, die jonchere van Nassouwe en here Airnt van Crajenhem om met gewapenden te komen naar St Geertruidenberg om dezelfde zake een bode gezet in Waalsch Brabant en Raes van Lijnter carle van Linter, Geryt van Lijnter, Godevert de Rene etc. Item een bode gesent in die Meyerie van den Bosch an Willem van der Aa, Willem van der Donck. Item 12 Aug. bode naar Delft en Gouda met brieven, roerende dat zij sonder vertrec in den Hage comen souden mit een zeker getal van volck [noot: Costyn van Brederode, Wolfert van der Duijn]