Bedoelde u soms?
buitenland | buitenlands | buitenlandse

12 resultaten

1425-11-11 |

Kroniek Hist Gen jg 1849 p 213/Arch Buren
Jaartallenindex

Elisabeth van Gorlitz, hertogin van Beijeren, enige tijd buitenslands gaande, stelt Frank van Berselen aan tot ruwaard van Voorne. Gegeven te Brielle

1530-03-18 |

Ms Opstraeten dl III fol 1435/Gaasbeek
Jaartallenindex

Evert Soudenbalch: 3 morgen lants in t gerecht van Wyck, teverheergewaden met 3 £ goets gelts, mits wedercomende syn broeder Johan Soudenbalch, buitenslands zijnde, hem niet prejudicieren en sall

present: Goort van Voord Henricsz, Johan van Dolre

1558-09-28 |

R.A.H. Coll Aanw 261 fol 208/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex

Jacop Spierinck van Wel, oud 22 jaar, verzoekt voor zich en voor zijn zuster jvr Marie Spierinck van Wel, aan het Hof van Holland om jhr Gerrit van Poelgeest heer van Hoechmade als curator over hen aan te stellen daar er "verscheyden questien ter cause van haer goederen hebben" en Jacob nu buitenslands reizen moet

1482-12-03 |

Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl II dossier 131/2
Jaartallenindex

Yolante van Lalaing, vrouwe van Brederode, verklaart dat Beatrys van Alkemade zich bereid heeft verklaard Walraven van Brederode te verzoeken haar het stuk land [!] dat haar vader te haren behoeve heeft overgedragen, de 8 morgen in Leiderdorp, in leen te geven. Aangezien Walraven op dat tijdstip buitenslands vertoefde, heeft Beatrijs "tselve leen aen den rinck van den poerten versocht nae ouden gewoenten en rechten van leen" (vgl 1485-11-04)

Cralingen, van | 1407-01-21 (1406)

Reg Rotterdam en Schieland no 1663; R.A.H. Coll Aanw 70 fol 7/Memoriale B.F. fol 3
Achternamenindex

Margaretha van Bourgondië belooft namens haar man die buitenslands is, heer Gillys van Cralingen schadeloos te zullen houden van hen die enige brieven hadden van wijlen heer Willem van Cralingen, zijn vader, of van hemzelf met betrekking tot gelden geleend op schoutambachten of andere ambten die zij ten tijde van heer Willem hebben bediend in haar baljuwschap van Delfland en Schieland

1496-05-11 |

R.A.H. Coll Aanw 110 Caput Sticht fol 10, 10v
Jaartallenindex

leenmannen van Holland oorkonden en certificeren dat Johan van Renesse van Wulven opdroeg tbv de Edele en Welgeboren heere Johan heere tot Crueningen, van Heenvliet en Pamel etc 5 morgen lands gelegen op Ackoy geheten den Calfsweert, alsoo groot en klein als die der gelegen is van 13 morgen lands die Jan van Renesse van Wulven van de Grafelijkheid van Holland verlydt zijn, belend boven: Laurens Aerntsz erfgenamen, beneden: dat onlandt van der Linghen. Met het verzoek om here Johan here van Cruningen hiermede te willen belenen. Op 1496-05-14 wordt onse getrouw Ridder, Raedt ende camerling Johan van Cruningen met deze 5 morgen beleend. Te houden ten Zutphensen rechte, heergewade 1£. Daar heer Johan nu buitenslands is, occuperende in onsen zake, doet Claes Pietersz als zijn gezette procureur de eed

Jan van Renesse van Renouwen, Dirck van Zuylen van der Hair, rentmeester, Jan van Veen, Dirck van Zuylen Zweerssoon, Adam van Hoeve, leenmannen; 1496-05-14: Engelram de jonge, Dirck van Boneem, Jacob Adriaensz, present

1429-12-15 |

R.A.H. Coll Aanw 203 fol 155v/Memoriale Rosa I fol 66
Jaartallenindex

Philips oorkondt dat die van Grotebroec te kennen gegeven hebben "hoe dat Rembout Heynenzoons kinderen geliken anderen onsen goeden luden van Grotebroec na groetheyt horen goederen getaxeert ende geset waren ons te betalen voir sulken brueken als die gemene lude van Grotebroeck in den rebelheijt van den Kermeren jegen ons gebruect hadden, 18 gouden Vrancr cronen". Daar de voors kinderen onwillig waren om te betalen mocht Grotebroec de boete verhalen op 1 morgen land, hun toebehorende. daarna was Rembout, die met gravin Jacoba buitenslands lach, teruggekeerd en sprak het land met zeventuich aan, hetgeen de stad 42 gouden cronen kostte, want het geschil zou door arbiters beslist worden die het echter niet eens konden worden, waarna de zaak aan de Raad werd voorgelegd. De stad Grotebroec wordt nu gemachtigd ook deze onkosten op Rembouts goed te verhalen. Verdere rechtzaken hierover worden verboden

Paluyde, van | 1545-12-02

Ons Voorgeslacht 07/08-1988 p 342; Leenkamer 126 Caput Noordholland fol 83, 86v
Achternamenindex

grafelijk leen: nr 217A) 8 £ gr Vls te lossen de penning 16, op het huis te Mye met 100 morgen land in Nieuwkoopt, Engbert van Paluyde, deurwaarder van de Grote Raad te Mechelen, bij koop na decreet tegen Pieter Bol, die voortvluchtig is (diens overig goed wordt ook opgesomd); 1561-07-05: Frans Hubertsz, procureur postulant bij het Hof van Holland, voor Jan van Paluyde Jansz te Mechelen, na dode van diens oom Engelbert, na verzuim omdat Jan buitenslands was, waarna overdracht van Elisabeth van den Steene Engelberts weduwe

schipper | 1519-1521

Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl III dossier 299
Achternamenindex

Wouter Claesz, schipper, zijn broer Henric Claesz en zijn zuster Fye Claesdochter erfden van hun vader Claes Heynricsz elk ⅓ deel in ½ van één huis en erf in de Peperstraat te Gouda; Claes had deze helft geerfd van zijn zuster Meyns Heynricsdochter, die gehuwd was met Claes Meynertsz, poorter van Gouda; Wouter was als schipper buitenslands bij de boedelscheiding en keerde pas ± 1501 terug en bevond toen dat zijn vader ⅓ deel verkocht zou hebben aan Voppe Ysbrants; pogingen om Voppe eruit te krijgen (hij had er 17 jaar gewoond) faalden; 1496-06-04: akte van schout en schepenen van Gouda dat de helft van het huis van Claes Meynaertsz door Dammas Daems was "ingewonnen" voor schuld, en verkoopt deze helft aan Voppe Ysbrantsz, en belooft hem vrijwaring

1478-1479 |

Rek Rentmeester Kennemerland 909
Jaartallenindex

bijlage bij de rentmeestersrekening achterin: (fol 2v) Claes van Ruven nam het baljuwschap van Kennemerland waar toen de baljuw Jan van Heemstede buitenslands gevlucht was; Jacob Willemsz, schout van Akersloot; Gheryt Baertsz, schout van Wormer; Aernt Steffensz, schout van Sloten en Oistdorp; Claes Ariesz, schout van Limmen; Dirc Scout, schout tot Aelsmeer; Luytkin Luytkinsz, schout tot Groede; Claes Jan, schout tot Sparendam; Adriaen van Thorenburch, schout van Heylo en Oesdom; Claes Simonsz, schout tot Castricum; Gheryt Gherytsz, schout tot Utgeest; Claes Simon Claesz, schout tot Oostzaenden; Adriaen van der Voert, schout tot Heemstede; Niclaes, schout tot Hofambacht en Haarlemmerliede; Willem Aerntsz, schout tot Scoten; Floris Pietersz, scout tot Heemskerk; (fol 3 bijlage) Wijlen Jan van Heemstede was schuldig gebleven van pacht van het baljuwschap 400£de voors. rentmeester "bij decrete van den Hove van Holland gecocht heeft gehadt die goeden en renten die toebehoerden den voirs wijlen Jan van Heemstede, te weten zijn huijs tot Heemsteden mit landt ende geboomte daertoe behorend ende mit een corentiende gelegen in de banne van Heemstede", gehouden ten rechten lene van de grafelijkheid van Holland, om de somme van 497£ van 40gr, waarvan mr Jan Rouper ontving 125£ 14sc 9d, die hem gebraken aan de voors. Jan, zodat de rentmeester nog tekort komt 28£ 14sc 9d (deze rekening is afgehoord in 1482)